'Metheny jankt, Di Battista klaagt, Lovano lacht'

Een weekend North Sea Jazz is een soort jazzpicknik, voor ieder is er wel iets te vinden. Een rondgang langs muzikale musea, een jazzprofessor, stugge saxofoonklanken, zompige vrije jazz-kwartetten en donkere teksten over segregatie en onderdrukking.

,,Ik kom helemaal vanaf de poolcirkel naar Den Haag om eens ongestoord te genieten van goede jazz. Als er bij ons al een concert plaatsvindt, dan wordt de muziek volledig overstemd door het gebral van dronkelappen.''

Barry, een in Finland woonachtige Amerikaanse veertiger, komt in de eerste plaats voor Herbie Hancock, maar wil ook graag een kijkje nemen bij de 'clinics' waar de groten uit de jazzwereld hun kennis delen met de jonge garde.

Jodie (49) komt speciaal voor het bluesprogramma: ,,Ik ben hier voor het eerst en wil absoluut Daniël Lohues en Otis Taylor zien. Al die andere namen zeggen mij niet veel.'' ,,We gaan in elk geval niet naar Pat Metheny, dat is zo'n 'dun door de broek'-geneuzel'', schreeuwt een van haar vriendinnen met een zwaar Brabants accent. ,,Waar héb je het over, die man is geweldig!'', zegt amateurgitarist Hans (34) die samen met zijn maat een zware tas vol eten en drinken langs de bewaking moet zien te loodsen.

Een weekend North Sea Jazz is voor velen een soort jazzpicknik. Jos en zijn vrouw Eva (beiden net gepensioneerd) komen al voor de elfde keer. ,,We zijn gek van jazz; klassiek of modern, het maakt niet uit. Zolang het maar niet van die elektrische house-toestanden zijn.'' In hun rugzakjes dragen ze de dit jaar razend populaire driepoots campingstoeltjes. ,,Als je een beetje te laat komt, is er geen plaats meer. Het is overal zo druk'', klaagt Eva.

Op zo'n hypergevariëerd megafestival vindt iedereen wel iets van zijn gading. En het 'alles onder één dak'-principe - de samenwerking tussen het NSJ en het Nederlands Congres Centrum is tot 2005 vastgelegd - biedt ruime mogelijkheid van de vooraf uitgestippelde route af te wijken.

De Rembrandt Zaal stond de hele zaterdag in het teken van de New Orleans-jazz. Jazz zoals die klonk ten tijde van zijn conceptie. Om aan te geven hoe klassieke en improvisatiemuziek elkaar beïnvloed hebben zette klarinettist en universitair docent Dr. Michael White maar weer eens 'Summertime' in. Hij liet zich begeleiden door de ragtime-pianist Steve Pistorious en Frank Oaxley als razende roffelaar (waar was de aangekondigde feature Idris Muhammad?). Als je met zo'n platgespeeld stuk kunt uithalen wat de dokter deed, dan kun je hem met recht een jazzprofessor noemen.

White is prominent lid van de Preservation Hall Jazz Band, die de avond opende. Vernoemd naar de vermaarde muziekhal in New Orleans, waar nog dagelijks de oudste jazztradities klinken, fungeert deze band als een soort muzikaal museum dat, zoals uit de zaal vol uitgelaten, rond de stoelen dansende 'dixies' bleek, nog altijd een welwillend oor vindt bij liefhebbers van de in elkaar hakende improvisaties van trompet, klarinet en banjo.

Joost Lijbaart en zijn 'Group of friends' gingen een stuk minder ver terug in de geschiedenis. De jonge drummer bracht onlangs de eerste cd onder eigen naam uit - een topper - waarin hij zich toelegt op vrije jazz zoals die in de jaren zestig gemaakt werd. Hierop gaat het helemaal om de karakters die zijn bandleden (Yuri Honing, tenor-, Benjamin Herman, altsax en Noor Mats Eilertsen op bas) in hun spel laten doorschijnen. Dat gebeurt in een geraffineerd breiwerk van over de maat heen getrokken ritmes en met een minimum aan afspraken over vorm en voortgang. Vier leiders in een hecht kwartet dat zwoel en zompig klinkt en perfect past in de hetere jazzclubambiance.

Het Blue Note-label verzorgde vrijdag een avondvullend programma met onder meer de saxofonisten Joe Lovano en Stefano Di Battista. Di Battista excelleerde op alt met een sierlijke, 'mellow' klank, om even later met een klagende toon peilloos diep te gaan op sopraansax. Maar het niveau van zijn cd uit 2000 met Elvin Jones en Jacky Terrasson werd niet gehaald.

Van zijn cd 'Viva Caruso' speelde een olijk ogende Lovano opgewekte jazz met een melancholische inslag. Een eerbetoon van de telg uit een Italiaans geslacht aan de aria's waar zijn landgenoot Enrico Caruso beroemd mee werd. Terwijl de saxofonist soepel omging met de stugge klank van zijn tenor, speelde accordeonist Gil Goldstein iets dat je het best kunt omschrijven als dissonante jazzy musette. Expressieve stemimitaties tussen tenor- en sopraansax en de vocalen van, zeg maar gerust stemkunstenares, Judi Silvano voorzagen het klankbeeld van een feestelijke franje.

Een groot contrast met Otis Taylor die deelnam aan het 'Mo' better blues'-programma. Zijn donkere teksten over segregatie en onderdrukking trokken alle aandacht, mede vanwege de uitgeklede akkoordbegeleiding waarmee zijn band (zonder drummer) hem ondersteunde. Jammer alleen dat de man een middelmatig zanger is. Maar daar staat tegenover dat hij een flinke dosis gevoel in zijn donder heeft, en daar gaat het tenslotte om in de blues. Zijn gesproken passages over een vrije maatvoering en obligate 'shouts' werden dan ook uit volle borst meegeblèrd door de volgepakte Paulus Potter Zaal, waar de stereotype bluesliefhebber met bierbuik en baard als grote afwezige schitterde.

Zoals altijd was het weer spannend de 'Artist in residence' in uiteenlopende contexten aan het werk te zien. Dit jaar was het de beurt aan de Amerikaanse gitarist - en winnaar van de 'Bird Award 'Special Appreciation 2003' - Pat Metheny. Om de jazzpraktijk in ons land eens grondig onder de loep te nemen, had hij van te voren te kennen gegeven zijn (maar liefst zes) concerten te willen spelen met Nederlandse jazzers.

De improvisatoren uit de polder waren dit jaar dus prominent aanwezig. In de statige PWA Zaal speelde de huisartiest met de groep rond bassist Tony Overwater inclusief zangeres Ilse Delange. In spijkerbroek en roze truitje stond ze te glunderen tussen de aan weerszijden van het brede podium opgestelde zonnebloemdecoraties. Met krachtige, door een charmante snik gesierde stem zong ze dromerige balladen, hemels jankend ondersteund door Metheny's etherische gitaarklanken. Helaas rolden er nogal wat ontnuchterende noten uit de bugel van Ack van Rooyen, die met zijn weeïge toon menigmaal op het 'randje' balanceerde.

Wat er tussen de nummers door aan woorden ontbrak, werd meer dan goed gemaakt tijdens het concert dat de extraverte 'know it all'-trompettist Wynton Marsalis met zijn septet speelde. In op de millimeter nauwkeurig uitgevoerde up-tempostukken, vertelde de blazer een verhaal dat in elke noot verleden en heden van de jazz samenbracht in een vluchtig en tegelijkertijd onvergetelijk moment.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden