Meten aan meditatie

onderzoek | Velen gebruiken het, maar niemand weet hoe het precies werkt: mindfulness. Waarom is het effect van meditatie toch zo moeilijk te onderzoeken?

De gedachte om naar beneden te vallen, is ook maar een gedachte", spreekt Paul Witteman zichzelf moed in op de top van de Euromast. Hij kijkt uit over Rotterdam, met natte sokken en een mindfulnesscoach. Die gedachte is een fantastisch inzicht, vindt deze coach. "Blijf met je aandacht bij je adem", voegt hij eraan toe.


Het is een scène uit Wittemans jongste tv-serie 'Witteman ontdekt: het geluk'. De presentator overwon - voor even - zijn angst voor hoogtes met mindfulness. Het is niet raar dat hij een hele aflevering wijdt aan de meditatietechniek. Overal in het land zijn cursussen te volgen, doe-het-zelf-apps doen de ronde en GGZ-instellingen werken bij depressie en angst veel met de meditatietechniek.


De vraag rijst of de vermoedelijke baten wetenschappelijk hard te maken zijn. Is mindfulness echt een wondermiddel, of gaat het hier om een placebo-effect? En waarom is dat zo verdraaid moeilijk te onderzoeken?


Meditatie roept associaties op met boeddhistische monniken of in wierook gehulde hippies. Bij sceptici gaan de nekharen overeind staan bij zinnen als 'Wees in het hier en nu' en 'Want dat is wat je bent, in dit moment'. Maar eigenlijk is de techniek pragmatisch en rechttoe rechtaan. In feite behelst mindfulness niet veel meer dan het gewaarworden van je eigen gedachten, emoties en je lichamelijke reacties op stress. Kun je vervolgens beslissen of die gedachten en emoties realistisch zijn, of juist helemaal niet. Of ze helpend zijn, of je juist remmen in de strubbelingen van alledag. Zitten gedachten je in de weg, dan kun je besluiten die naast je neer te leggen. Maar dat kan pas als je doorhebt dat ze er zijn.


De methode is inmiddels zo populair dat het toch eenvoudig moet zijn de werking nog even te bewijzen, zou je denken. Een formaliteit voor de wetenschap, proefpersonen zijn er immers genoeg. Maar zo simpel is het niet. Pim Cuijpers, klinisch psycholoog aan de Vrije Universiteit, legt uit waarom er nog steeds geen hard bewijs voor de meditatietechniek op tafel ligt.


Ho ho, onderbreekt de hoogleraar deze introductie, voor mindfulness is inmiddels heus bewijs. "We weten dat zo'n cursus een heilzaam effect heeft op mensen. Een klein effect, maar toch." Wat we níet weten, vervolgt hij, is waar die verlichting bij depressie of angst dan precies in zit. "Dat kán de meditatie zijn, maar net zo goed de relatie die de patiënt ontwikkelt met zijn begeleider." Steun van groepsgenoten kan een factor zijn, of de hoop die het proberen van een nieuwe methode wekt.


Het is erg moeilijk om op die placebo-factoren te controleren, zegt Cuijpers , die door website Expertscape is uitgeroepen tot grootste depressie-expert ter wereld. Om dat uit te zoeken heb je een controlegroep nodig waarin alle factoren hetzelfde zijn, behalve het mindfulness-aspect.


In tijdschrift Psychiatry Research werd vorige maand onderzoek gepubliceerd waarin dat is geprobeerd. Zeventig mensen met een algemene angststoornis kregen ofwel een achtweekse mindfulness-cursus, ofwel een cursus die uit evenveel aandacht en contactpunten bestond maar die niets met meditatie te maken had. In hetzelfde lokaaltje, met eenzelfde soort instructeurs. En niemand kreeg te horen om welke van de twee therapieën het de wetenschappers te doen was.


Bij de mindfulness-cursus oefenden de patiënten met het focussen van aandacht op hun gedachten en gevoelens. Om die vervolgens 'weg te laten drijven als wolken'. De controlegroep kreeg les in gezonde leefstijlen - eetgewoonten, slapen, enzovoort. Beide groepen moesten thuis elke dag met het geleerde aan de slag, en waren er evenveel tijd aan kwijt.


Iedere deelnemer kreeg twee stresstesten voor zijn kiezen; één voor, en één na de behandeling. In de tweede test liet de mindfulnessgroep een mooie daling van angst zien. Mediteren leek de leden van deze groep te sterken in de omgang met stress. De controlegroep werd juist banger toen de leden - opnieuw - te horen kregen dat ze onverwacht een presentatie moesten geven voor publiek (een manier om een angstreactie op gang te brengen).


"Maar ja, als iemand met een angststoornis meedoet aan zulk onderzoek, en vervolgens alleen tips krijgt over gezonde leefstijlen, weet hij natuurlijk wel dat hij in de controlegroep zit", werpt Cuijpers tegen. Alle inspanningen van deze wetenschappers ten spijt: ook dit is volgens Cuijpers géén bewijs.


Lastig vergelijken


Leg je mindfulness echter naast andere, vergelijkbare therapieën, dan kun je de boel in ieder geval al beter vergelijken. Zowel de controle- als de interventiegroep krijgt dan een behandeling die geloofwaardig is bij bijvoorbeeld angstklachten of een depressie. Hoewel dit nog niet vaak is gedaan, blijkt uit de beschikbare studies dat mindfulness bij depressie niet onderdoet voor de al langer geaccepteerde cognitieve gedragstherapie, zegt Cuijpers.


Dat onderschrijft Anne Speckens, hoogleraar psychiatrie aan de Radboud Universiteit. Minfulness is haar expertise, ze doet er veel onderzoek naar. "Toch weet je ook bij deze vergelijkende studies niet zeker of het effect van beide behandelingen niet vooral voortkomt uit hoop, verwachting of bijvoorbeeld de relatie en contactpunten met een behandelaar", zegt ze. Die zaken dragen nu eenmaal voor een belangrijk deel bij aan de effectiviteit.


Maar als mindfulness even effectief uit de bus komt als de oudere cognitieve gedragstherapie, waarom hebben we die nieuwe meditatietechniek dan überhaupt nodig? Waarom zoveel moeite steken in onderzoek ernaar? Speckens: "Hoewel even effectief, zouden ze wel in verschillende fases van het ziektebeeld het meest tot hun recht kunnen komen. Cognitieve gedragstherapie wanneer iemand voor het eerst in een depressie valt, en mindfulness als hij er al langer mee loopt, bijvoorbeeld."


Toch kent zelfs het vergelijken van twee vergelijkbare methoden als cognitieve gedragstherapie en mindfulness moeilijkheden, merkt Cuijpers op. "Het verschil in effect dat je ermee boven water wilt krijgen, is klein. Zo klein, dat je veel proefpersonen nodig hebt." Wel meer dan vijfhonderd, rekende hij eens uit. "Met minder weet je niet zeker of de uitkomst geen toeval was."


En dan zijn al deze onderzoeken ook nog eens uitgevoerd met groepen die een behandelaar of trainer toegewezen kregen. Dat terwijl veel Nederlanders lekker zelf aan de slag gaan. Zónder dat contactpunt met een begeleider dus. De vraag is hoe vruchtbaar al die mindfulness app's en youtube-filmpjes dan nog zijn. Hoe goed is de solitair mediterende bezig?


Over de effectiviteit van die app's is nog niet veel bekend, zegt Arnold van Emmerik. De klinisch psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam heeft nu een studie ingediend bij tijdschrift Mindfulness . In die studie onderzocht Van Emmerik met collega's de gratis app van zorgverzekeraar VGZ. De gebruiker leert er met ingesproken oefeningen hoe hij meer mindful kan worden.


Bijna vierhonderd mensen (niet per se met klachten, iedereen mocht meedoen) werden verdeeld over een groep die acht weken werkte met de app, en een groep die niets kreeg. Hoewel Van Emmerik niet mag praten over het precieze effect dat hij vond, omdat de resultaten nog niet gepubliceerd zijn, wil hij wel kwijt dat de app helpt bij 'meer in het moment leven'. Daarnaast zag hij het gemiddeld aantal psychische klachten verminderen bij de app-gebruikers. Dat kán een placebo-effect zijn. Maar toch stemt het experiment hem optimistisch.


Speckens vergeleek eens het welbevinden en de stress van kankerpatiënten, waarbij de helft thuis oefende met mindfulness, en de andere helft in een groep met een behandelaar. "Daarin zagen we geen verschil. Beide groepen gingen vooruit." Dat sterkt het vermoeden dat thuis aan de slag gaan ook gewoon helpt. "Al moet ik er wel bij zeggen dat de thuisblijvers online feedback kregen van een behandelaar." Een dienst die niet in de gratis apps zit.


Zelf mediteert Speckens ook. "We hebben het soms zo druk met al onze onderzoeken, dat we met het team regelmatig samen de ogen dicht doen." Klinisch psycholoog Pim Cuijpers doet niet aan meditatie. "Je gebruikt mindfulness toch alleen als je ergens last van hebt", zegt de hoogleraar met een glimlach.

Geen last van storende gedachten in het veld

Mediteren doe je niet alleen op een kussentje, maar ook op het sportveld. Het is een belangrijk onderdeel van de training voor de jonge basketballers van UBALL. Dat is nuttig, want bij basketbal kan een 'leeg hoofd' cruciaal zijn.


'Het verschil in effect dat je boven water wilt krijgen is klein. Zo klein, dat je veel proefpersonen nodig hebt.'


In de zweetlucht van hun kleedkamer sluiten tien basketballers hun ogen. Uit een luidspreker klinkt een gong, gevolgd door een vrouwenstem: "Zit rechtop, en wees open voor wat je nu ervaart. Wat gaat er in je om?"


De jongens van basketbal-academy UBALL doen een meditatie. Een ritueel dat het team van vijftienjarige topsporters elke keer ondergaat wanneer het les krijgt van coach Peter Meurs. Drie uur per dag, vijf dagen per week trainen de tieners in een enorme gymzaal in Utrecht. In hun leeftijdscategorie is dit basketbal op het hoogste niveau - ze staan in de top drie van hun eredivisie.


Meurs, gepokt en gemazeld in zowel de basketbal- als meditatiewereld, wil de talenten helpen zoveel mogelijk uit hun sport te halen. En dat gaat volgens hem een stuk beter wanneer zijn leerlingen wat weten over 'in het moment leven'.


Elk team krijgt daarom tien weken mindfulnesstraining. In het dramalokaal van de school om de hoek. Na die tien weken is het team klaar om de vergaarde wijsheid mee het veld in te nemen.


Nuttig: juist bij basketbal kan 'een leeg hoofd' cruciaal zijn. Het is een zeer snelle sport, de bal suist constant rond. Dan wil je snel beslissingen kunnen maken, varend op intuïtie. Geen last hebben van gedachten over wat de coach van je vindt, of over je ouders die in de zaal zitten.


Eenmaal in de zaal vraagt Meurs in de kring van spelers wat er gisteren in de wedstrijd tegen Bergen op Zoom allemaal door hen heen ging. Het was een taaie krachtmeting. Zaten ze in plaats van in het hier en nu misschien met het hoofd in de toekomst of in het verleden? Vier spelers steken de hand op. "Als een actie niet goed ging, moet ik daar minuten later soms steeds aan terugdenken", verklaart één van hen.


Dat leidt alleen maar af, concludeert de groep samen. Na een harde yell springen de jongens uiteen. Twee uur lang zijn ze vervolgens in beweging. Dat dit topsport is, blijkt wel uit het geringe aantal pauzes; welgeteld drie keer een minuutje voor een slokje water.


Je merkt niet voordurend dat hun coach zich in meditatie heeft verdiept; het gaat er bepaald niet zachtmoedig of zweverig aan toe. Meurs, die het in lengte sterk moet afleggen tegen zijn adolescente pupillen, zit er bovenop, schreeuwt en demonstreert een ruige schouderduw.


Zien de jongens zelf het nut van meditatie in deze tijden van smartphones en Facebook? De groep wijst, eenmaal terug in de kleedkamer, naar aanvoerder Jitze ter Haar - die moet maar antwoord geven. "Ik heb er zelf niet zoveel mee", zegt de aanvoerder. "Niet het gevoel dat het me veel verder helpt."


Maar, zal coach Meurs later zeggen: "Jitze is van zichzelf al heel goed in het leegmaken van zijn hoofd. Een natuurtalent! Die jongen heeft geen meditatie nodig."


De rest van de groep is overwegend positief. Ze gebruiken mindfulness soms ook buiten het basketbalveld, zegt Joris Kunkeler. "Bij toetsen bijvoorbeeld, als je daar stress voor hebt." En echt veel tijd zijn ze er niet aan kwijt hoor, voegt Sam Ghamari met een knipoog toe. "We kiezen voor de training meestal een van de kortste oefeningen, die van drie minuten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden