Met zwerfhond Fransci in de voetsporen van Franciscus

Beeld Jeroen den Blijker

Wat doe je als tussen Assisi en Rome een zwerfhond op je wandelpad komt die van geen wijken weet?

"A casa! A casa!" Het zwart-witte mormel voor ons op het bergpad geeft geen sjoege. "A casa", probeer ik nog een keer, luider. De hond vervolgt zijn weg. Is 'a casa' eigenlijk wel Italiaans, schiet door me heen. Of is het Spaans? Hoe moet zo'n beest dan weten wat ik bedoel?

We wandelen door de bergen van Umbrië, van Assisi naar Rome. De tocht is zwaar voor ons, ongeoefende lopers uit het platte land. Maar het is ook een aangenaam eenvoudig bestaan waarbij het draait om slechts twee vragen: hebben we genoeg water bij ons? En: lopen we goed?

Stokken en geschreeuw
Twee dagen eerder ging dat laatste mis. Terwijl we, al zwaar vermoeid, in de avondschemering door een bos dwaalden, stortte zich opeens een helse waakhond op ons. Dat de honden hier vaak valse krengen zijn, was ons in Nederland al verteld. Zo ook deze witte schaapshond, met zijn opgetrokken lippen en angstaanjagende gegrom. Met stokken en veel geschreeuw houden we hem van het lijf. Wij moeten daarom niks hebben van honden in Italië. Dus dat dit zwart-witte beest kans zag zich bij ons te voegen, is een waar wonder.

Ik had hem wel zien zitten, op die stille asfaltweg in Monterivoso, waar de klim naar de Carpiopas begint. Maar de situatie leek ongevaarlijk: hij kéék niet eens naar ons. Of was het vooral de routebeschrijving waar onze aandacht naar uitging? "Hier staat: na het plaatsnaambord Monterivoso direct over de eerste brug naar rechts. Heb jíj die brug gezien?"

Aanvankelijk valt helemaal niet op dat hij met ons meeloopt. Immers: het bergpad wordt steiler, het pad ligt vol losse stenen, het is warm en dat is lastig lopen. Totdat mijn vriendin zegt: "Kijk, die hond!" Ik stop, blij dat ik even een slokje water kan nemen. Inderdaad, daar glipt iets zwart-wits in de bosjes, met de neus vlak boven de grond. "Die gaat vanzelf wel terug als hij te ver van huis is." Ik weet immers hoe honden zijn; we hadden ze vroeger thuis ook.

Deze hond lijkt het echter steeds leuker bij ons te vinden. Liep hij in eerste instantie vooral achter ons, nu duikt hij steeds vaker vóór ons op. Soms houdt hij opeens stil, wacht op ons, alsof hij de weg wijst. En hij rent druk heen en weer als de afstand tussen ons tweeën te groot wordt, alsof hij ons bijeen wil drijven. En wij vinden dat eigenlijk ook wel leuk.

Best gezellig
Toch, tijdens de lunch maken we een plan. We zijn nu ruim vier uur onderweg, die hond moet natuurlijk terug, de afstand is al zo groot. Je kunt toch niet zomaar zo'n beest meenemen, zeggen we tegen elkaar. Straks wil-ie mee naar Nederland! De hond ligt ondertussen rustig in de schaduw. Dus als de bergschoenen weer aan zijn, roep ik stoer maar tevergeefs: "A casa! A casa!"

Beeld Trouw
Beeld Jeroen den Blijker

Eerlijk gezegd, later die dag vinden we het wel fijn dat hij niet a casa ging. Deze hond is best gezellig. Hij blaft nooit en bedelen om eten doet hij evenmin. Dat drukt ons met de neus op de feiten: dit is niet zomaar een hond, dit is iemands hond.

Om hem niet aan ons te binden, geven we hem niks te eten. "Is niet erg hoor, honden redden zichzelf", doceer ik. "Onze ouwe hond, ook zo'n zwerver, vrat thuis nauwelijks. Die was dol op paardendrollen en dronk alleen slootwater." Toch hechten we ons, binnen één dag, al aardig aan hem. Heeft hij inderdaad wel te eten? Het beest krijgt zelfs een naam: Franciscus. We lopen immers de bedevaartsroute van deze katholieke heilige. Franciscus is, wat een toeval, de beschermheilige van alle dieren. Totdat we opeens zien hoe Franciscus plast. "Hij is een meisje", constateert mijn vriendin. Ze doopt haar Fransci.

Hoteldeur
Ondertussen ligt het dal voor onze voeten. We ontmoeten twee andere wandelaars die Fransci leuk vinden. Maar Fransci is van ons, zo voelt dat inmiddels. De avances van het wandelduo laten haar koud. Goed zo Fransci. Voorzichtig geven we haar een aai, de eerste van de dag. Tegelijkertijd zie ik problemen opdoemen. Vanavond logeren we in een hotel. Wat moet die hond dan?

Want ook 's avonds weet Fransci van geen wijken. Zelfs de hotelbaas, die wel wat zwerfhonden gewend is, krijgt haar niet weg. Ze blijft gewoon de hele nacht voor de hoteldeur liggen.

De volgende ochtend begroet de hond ons met uitgelaten gespring. Zij blij, wij geroerd door zoveel trouw. Waar hebben we die aan te danken? Als de hitte later die dag te veel wordt, vergeten we wat we daags tevoren afspraken en laten Fransci meedelen in onze kostbare watervoorraad. 's Avonds mag ze, als we wildkamperen, de pan uitlikken. De hond hoort erbij, zo voelt dat inmiddels. En 's nachts, als ik de tent openrits, zie ik het silhouet van een hond die voor de tent de wacht houdt.

Zo gaat het in totaal vier dagen. Als we kamperen, zit Fransci voor de tent, slapen we in een hotel, dan ligt zij voor de deur. Onderweg oogst zij voortdurend bewondering van andere wandelaars. "Zo'n lieve hond! En loopt die zo maar mee?" Ja, die loopt zomaar mee. Waarbij we onze schouders optrekken alsof we er niets aan kunnen doen.

'Intelligente zwerfhond'
Ondertussen knaagt het geweten. We moeten immers van haar af zien te komen. En wel zo netjes mogelijk.

Even ruik ik een kans, in een restaurant in het bergdorpje Poggio Bestone. De uitbater lijkt geïnteresseerd in die 'intelligente zwerfhond met goede manieren'. Want Fransci mag dan geen woord Nederlands verstaan, als ik haar buiten voor de restaurantdeur op de stoep zet, weet ze precies wat er van haar wordt verwacht. Als puntje bij paaltje komt, haakt de restaurateur helaas af.

De volgende dag moet het gebeuren, beslissen we daarom. Om dat besluit kracht bij te zetten, nemen we nog een glas wijn. Een hond die zich zo makkelijk bindt aan vreemden doet dat waarschijnlijk ook bij anderen, praten we elkaar moed in. En dit is een omgeving waarin zij best kan overleven. "Ik zal haar wel wegjagen", hoor ik mezelf zeggen. Mijn vriendin is daar blij mee. Rest slechts één praktisch probleem: hoe verlos je je van zo'n lieve hond?

Die ochtend is de temperatuur veel hoger dan voorspeld. Het bergpad is opeens ook stukken steiler. We weten allebei wat er vandaag moet gebeuren. De hond weet van niks. Die rent gewoon voor ons uit.

Als we na een dikke twee uur ploeteren het stadje Cantalice binnenwandelen, wordt Fransci plotseling besprongen door twee honden. Voor het eerst horen we haar blaffen, heel benauwd. Wat moeten we doen? Een oude man die in de schaduw zit, grijpt in. Slaan, roept hij. Slaan! Hij geeft met zijn wandelstok het voorbeeld.

Verbijstering
Ik doe hem na met mijn stok en ik schreeuw in paniekerig Nederlands: "Donder op!" De twee vreemde honden verdwijnen net zo snel als ze zijn verschenen. Fransci blikt dankbaar omhoog. Langzaam maar zeker dringt het tot me door: dit is de oplossing. Ik moet even slikken.

Een kwartier later, even buiten het dorp. Een asfaltweg voor ons, links wat huizen, rechts een bos. Hier moet het gebeuren, mijn vriendin blijft wachten op een dorpspleintje - de hond en ik lopen samen door. Dan stop ik en hef mijn stok: "Weg! Weg!", schreeuw ik. Mijn stok raakt de grond. De hond houdt haar pas in, kijkt achterom. "Ja jij! Weg!" Is dat verbijstering in haar ogen?

Dan lijkt de werkelijkheid tot haar door te dringen en loopt ze weg. Twee keer kijkt ze om, zonder haar pas in te houden.

Misschien is dat ook wel typisch voor een zwerfhond, zeg ik als ik even later de tranen in de ogen van mijn vriendin zie. "Zo heb je ze, zo raak je ze kwijt." Misschien heeft ze vanavond al weer een ander baasje, zegt zij. "Dat hoor je wel vaker over zwerfhonden."

Weer gaan de glazen vol. Fransci, ónze Fransci, bij wildvreemden? Een onverdraaglijke gedachte.

Voetreis

34 dagetappes, samen 552 kilometer, telt de franciscaanse voetreis die Hagenaar en wandelaar Kees Roodenburg in 1994 voor het eerst in boekvorm uitgaf. Zijn boek ('Een franciscaanse voetreis: van Florence via Assisi naar Rome'), is dé wandelgids voor wie in de voetsporen van de heilige Franciscus wil treden en is inmiddels toe aan editie 2015.

Franciscus was de zoon van een rijke lakenkoopman uit Assisi die zich rond 1205 bekeerde tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid en daarmee de basis legde voor de franciscaanse beweging.

De wandeltocht gaat over bergen, door dalen, door middeleeuwse dorpjes en stadjes en schitterende natuur. Daarbij worden belangrijke heilige plaatsen uit Franciscus' leven aangedaan, zoals het kerkje van San Damiano nabij Assisi, waar een kruisbeeld tot Franciscus sprak, maar ook franciscaner kloosters en heiligdommen in Toscane, Umbrië en Latium.

De wandelgids van Roodenburg wordt via internet regelmatig geüpdate (pelgrimswegen.nl). Achterin staan, heel handig, zeer gedetailleerde kaarten van de wandelroute. Ook bevat de gids informatie over plaatsen voor overnachting, watertappunten en GPS-tracks.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden