Column

Met zulke bestuurders voel ook ik het in mijn onderbuik een beetje rommelen

Ger Groot Beeld Trouw
Ger GrootBeeld Trouw

De hoge heren, ze doen maar. Voor dat sentiment is niemand immuun. Of is het ressentiment? Wie iets te klagen heeft zal van dat laatste niets willen horen. Verontwaardiging is bijna altijd oprecht.

En dan keert, zoals Trouw op zijn voorpagina kopte, de kiezer zich af van de bestuurders van verre en schenkt zijn vertrouwen uitsluitend nog aan de eigen lokale partijen. Aan mensen die hij kent en terloops kan aanspreken: ‘Hé, Kees, luister eens…’. In de hoop dat Kees dan ook écht luistert – anders dan de ‘hoge heren (en dames)’ in het verre Den Haag.

Je kunt dat populisme noemen, maar daar trekt de verontwaardiging zich niets van aan. Ik merkte het op de ochtend na de verkiezingsuitslag. Met Haagse of gemeentepolitiek had dat niets te maken. Met de instelling waaraan ik tot voor kort werkzaam was des te meer. ‘De Faculteit der Wijsbegeerte heet per 1 september Erasmus School of Philosophy,’ meldde het Erasmus Magazine, officieel orgaan van de Rotterdamse universiteit. ‘Afgekort ESPhil,’ stond erbij.

Verengelsing

Het afgelopen jaar is Nederland eindelijk gaan reageren op de golf van verengelsing die de Nederlanse universiteiten steeds meer vervreemdt van de samenleving die ze geacht worden te dienen. Zelfs op ministerieel niveau worden de wenkbrauwen gefronst. Belangrijker is het gerommel ‘in den lande’. Uit arren moede zijn docenten een campagne begonnen voor een universiteit waaraan tenminste Nederlands gesproken mag worden. De burger raakt er stilaan van doordrongen welke loer hem door de universiteitsbestuurders is gedraaid. Op de opiniepagina’s is het debat voluit gaande.

Maar dat lijkt de universiteitsbestuurders niet veel te kunnen schelen. Zij gaan stug door op het ingeslagen pad, ver van het morrende volk. Een paar jaar geleden kondigde de datzelfde Erasmus Magazine aan dat de Rotterdamse universiteit voortaan ‘University of Rotterdam’ zou gaan heten. ‘University of Rotterdam klinkt internationaler en maakt meteen duidelijk waar de roots van de universiteit liggen,’ zo heette het. En dan: wie weet in godsnaam nog wie die oude knakker van een Erasmus was?

Het was een 1-aprilgrap en ook ik trapte erin. Zo ondenkbaar was dat alles al niet meer geworden. Kort daarvoor was de universiteit officieel tot een tweetalige instelling uitgeroepen, en dus kon je op de vingers van één hand natellen wat er ging gebeuren: sluipenderwijs verdween het Nederlands uit de aanduidingen, wegwijzers en naamgevingen op de campus. Wanneer iemand ‘tweetalig’ zegt, betekent het in de praktijk altijd gewoon: Engels – en niks meer.

Opgestoken middelvinger

Achteraf gezien was die 1-aprilgrap een slimme voorbereiding op wat te gebeuren stond. Nu is het ook voor de filosofen zover. Deze keer is het geen 1-aprilgrap, zo laat de faculteit weten. Exit Faculteit der Wijsbegeerte, welkom ESPhil. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Of beter gezegd: als een opgestoken middelvinger van het universitaire bestuursapparaat tegen alle verzet en bedenkingen die de samenleving inmiddels beroeren.

Met de samenleving heeft dat alles niets meer te maken. Aan de universiteiten stelt de democratische geest, één van de vruchten was van ‘mei 68’, vijftig jaar later weinig meer voor. Zelf heb ik inmiddels met mijn voeten gestemd, blij dat ik alleen nog vanuit de verte hoef mee te maken dat ik ooit aan een ‘ESPhil’ gewerkt heb.

Is dat sentiment of ressentiment? Eerlijk gezegd kan me dat niet zoveel schelen. Wel begrijp ik nu beter waar het wantrouwen van de Nederlandse bevolking tegen háár bestuurders vandaan komt. Politici, bankiers die tóch weer hun topsalarissen verdubbelen of hardleerse beleidsmakers aan de universiteit: het maakt niet uit. Terecht of niet, in veel van wat door hen bedisseld wordt kan het volk moeilijk iets anders zien dan arrogantie van de macht.

Of de plaatselijke, iets hogere heren, zeg maar Kees, het ánders zullen aanpakken, valt nog te bezien. Korte democratische lijnen zijn niet altijd een voordeel en lenen zich licht voor corruptie en ander ongemak. Maar ook ik voel het in mijn onderbuik inmiddels een beetje rommelen. Ik denk aan de ‘Erasmus School of Philosophy’ en ben maar al te gelukkig dat ik op de universiteitscampus geen voet meer zetten zal.

Lees ook: meer discussie over de rol van het Engels

Het is pijnlijk wellicht, in cultureel opzicht, dat het Engels het Nederlands opzijschuift in het hoger onderwijs. Maar wie kijkt naar het taalprotectionisme in Italië, weet dat dat niet de weg is. Dat Nederlands op de universiteit terrein verliest, is onvermijdelijk.

Nederland zorgt onvoldoende voor de kwaliteit van zijn eigen taal, waarschuwt de KNAW, en overschat het belang van het Engels. Dat schaadt de samenleving, maar ook Neerlands rol op het wereldtoneel.

Ger Groot schreef al eerder over het oprukkende Engels in de academische wereld: een Engelstalige universiteit is een provinciale universiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden