Met zes bergetappes op rij krijgt Tour ongewoon verloop

ROUEN - Bijna 4000 kilometer moeten de 22 uitverkoren ploegen wegtrappen in de 84ste Ronde van Frankrijk, die morgen in Rouen begint. Als altijd staan er 198 renners aan de start, zijn er naast een proloog twee lange tijdritten, is er een handjevol aankomsten bergop gepland (drie) en draait het fietsende circus op de laatste zondag halverwege de middag de Champs-Elysées in Parijs op.

Het is het enige voorspelbare van de Tour de France. Een lange vlakke aanloop naar het hooggebergte is weliswaar ook usance, maar het decor dat rondedirecteur Jean-Marie Leblanc daarna optrekt is eigenlijk nooit in herhalingen van herhalingen te aanschouwen geweest.

De coureurs moeten de zes bergetappes in een tijdsbestek van één week afwerken. Dit jaar wordt de brug tussen de Pyreneeën en de Alpen niet geslagen door drie of vier (relatief) vlakke etappes, maar het vliegtuig. De enige relaxede dag kan met enige fantasie de derde Pyreneeënrit worden genoemd, waarin na de beklimming van de Envalira een lange uitloop naar Perpignan volgt. De rustdag is als altijd voor de één een zegen en voor de ander een kwelling.

Daags erop kent de eerste lange tijdrit in de Col de la Croix-de-Chaubouret (tweede categorie) een obstakel van betekenis. 'Relatief' gemakkelijk is de eerste Alpenetappe naar Alpe d'Huez (met 'slechts' de beklimming van die reus op het programma), de korte rit van de dag erop (met de bergen Glandon en Courchevel van de eerste categorie en de Madeleine buiten categorie) functioneert op papier als meedogenloze scherprechter. Wie dan niet de laatste bus heeft gemist, maar wel de kans op een goede klassering dient zijn ultieme kans te grijpen in de rit van Courchevel naar Morzine.

Uitbollen is er vervolgens in de slotweek (met daarin een rondreis door de Zwitserse Jura) niet echt bij.

Het is trouwens onduidelijk of alle bergpassen geopend zijn. De als herfst vermomde zomer heeft ook in de Pyreneeën witte sporen getrokken. Op de Tourmalet (die op 14 juli bedwongen zou moeten worden) ligt vanaf 1800 meter een vijftig centimeter dikke sneeuwlaag. Vorig jaar moest door het slechte weer op het laatste ogenblik een bergetappe in de Alpen drastisch worden ingekort. In een lange sprint naar Sestrières (want dat bleef er in feite van over) legde Bjarne Riis wel de basis voor de eindzege.

Ofschoon de definitieve deelnemerslijst pas vanmiddag bekend wordt - tot zolang hebben de ploegleiders de gelegenheid wijzigingen aan te brengen in de voorlopige opgave - herbergt het peloton 24 nationaliteiten. Twaalf Nederlanders tekenen morgen de presentielijst: Van Bon, Boogerd, Breukink, Dekker, Jonker, Nelissen (Rabo), Den Bakker, Blijlevens, Hoffman, Knaven, Voskamp (TVM) en De Vries (Polti).

Dat zijn er twee meer dan vorig jaar. Jonker was in 1996 nog Australiër in dienst van Once, Hoffman werd door ploegleider Priem gepasseerd 'ten faveure van de Olympische Spelen', zoals het toen aan de vooravond van Atlanta werd verkocht. De Italianen zijn het best vertegenwoordigd (53 renners), ondanks de pogingen van Leblanc het Franse contingent kwantitatief volume te geven. Hij bedeelde twee 'kermiskoersploegen' uit zijn land met een wild card. Had hij daadwerkelijk op basis van kwaliteit geselecteerd, dan zou hij in Rouen slechts 27 fietsende landgenoten mogen begroeten. Nu zijn het er 43.

Opvallend klein is het legertje Belgen: negen in totaal, overigens even weinig als in 1996. Toen was de uiterst gemotiveerde Johan Museeuw op de 95e plaats van het eindklassement de beste. De wereldkampioen kondigde toen aan zich nimmer meer in La grande boucle te zullen vertonen, maar veranderde in de loop der tijd niet voor het eerst van mening. “Ik ga naar de Ronde van Frankrijk omdat ik het zelf wil,” is nu zijn lezing. Optimaal voorbereid is Museeuw niet. Zondag liep hij tijdens het Belgische kampioenschap een verkoudheid op.

Museeuw kon ook om een andere reden moeilijk thuisblijven. Zijn ploegleider Patrick Lefevere speelde hoog spel ten overstaan van sponsor Squinzi door in de Mapei-equipe vier startbewijzen voor Belgen op te eisen. Daarnaast zou de Italiaans-Belgische ploeg volgend seizoen aan minimaal zes zuiderburen werkgelegenheid moeten bieden. Anders dreigde Lefevere zijn contract niet uit te dienen. Hij haalde zijn slag binnen, maar legde zich daarmee wel de druk op de schouders minimaal één Touretappe te winnen. Squinzi zit er al drie jaar op te wachten.

Merckx nog steeds op eenzame hoogte

Eddy Merckx staat in de Tour-geschiedenis op eenzame hoogte. De vijfvoudige winnaar boekte 34 ritzeges. Een record dat onaantastbaar lijkt, want de directe achtervolgers zijn allen niet meer actief als beroepsrenner.

Tweede op de lijst is Bernard Hinault. De eveneens vijfvoudige Tourwinnaar, die tegenwoordig nauw betrokken is bij de organisatie, heeft 27 overwinningen achter zijn naam staan.

De eeuwige lijst van etappewinnaars ziet er als volgt uit: 1. Merckx (Bel) 34 overwinningen, 2. Hinault (Fra) 27, 3. Leducq (Fra) 25, 4. Darrigade (Fra) 22, 5. Frantz (Lux) 20, 6. Faber (Lux) 19, 7. Alavoine (Fra) 17, 8. Anquetil (Fra), Le Greves (Fra), Pellisier (Fra) allen 16.

140 etappezeges voor Nederland

In 61 jaar hebben 55 Nederlandse wielrenners in totaal 140 ritten gewonnen. De Zeeuw Theo Middelkamp was in 1936 de eerste Nederlandse etappewinnaar. Bart Voskamp was verleden jaar in Hendaye de laatste.

Recordhouders zijn Gerrie Knetemann, Jan Raas en Joop Zoetemelk met tien ritzeges, gevolgd door Jean-Paul van Poppel met negen dagsuccessen.

De lijst ziet er verder als volgt uit: 5. Jan Janssen met zeven zeges; 6. Gerben Karstens, Jelle Nijdam met zes; 8. Erik Breukink, Wout Wagtmans met vier; 10. Wim van Est, Hennie Kuiper, Henk Lubberding, Bert Oosterbosch, Jo de Roo, Johan van der Velde, Rini Wagtmans, Peter Winnen met drie ritzeges.

Twaalf Nederlanders boekten twee dagsuccessen en 26 landgenoten gingen één keer als eerste over de finish.

Zoetemelk meeste keren op podium

Joop Zoetemelk is Nederlands recordhouder als het gaat om podiumplaatsen in Parijs. Naast zijn Tourzege in 1980 finishte hij ook zes keer als tweede: in 1970, '71, '76, '78, '79 en '82. Zoetemelk is ook houder van het meeste aantal Tourstarts: zestien.

In totaal klommen de Nederlanders vijftien keer op het podium in Parijs. Jan Janssen als eerste. In 1968 als de eerste Nederlandse Tourwinnaar. Twee jaar tevoren eindigde als tweede achter Lucien Aimar.

Daarnaast werden in de Franse hoofdstad ook gehuldigd Hennie Kuiper (2e in'77 en '80), Johan van der Velde (3e in '82), Peter Winnen (3e in '83), Rooks (2e in '88) en Breukink (3e in '90).

Meeste Tourzeges voor Frankrijk

Frankrijk heeft de meeste eindzeges behaald: 36. Wel dateert de laatste Tourzege van 1985 (Hinault). De Belgen volgen als nummer twee op ruime afstand met 18. Hun laatste winnaar was Lucien van Impe in 1976.

Nederland heeft twee Tourwinnaars: Janssen in 1968 en Zoetemelk in 1980.

De ranglijst: 1. Frankrijk 36, 2. België 18, Italië en Spanje 8, 5. Luxemburg 4, 6. Verenigde Staten 3, 7. Nederland en Zwitserland 2, 9. Denemarken en Ierland 1.

Nederland en Rouen

De Nederlandse wielrenners hebben iets met Rouen, de startplaats. Van de dertien keer dat de Normandische stad sinds 1950 aankomstplaats was, zegevierde drie keer een Nederlander. In 1977 was dat Fedor den Hertog, drie jaar later Jan Raas en in 1990 Gerrit Solleveld. Een keer eerder begon de Tour in Rouen. Dat was in 1961.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden