Met z'n tweeën in de duinpan

De reactor van Petten vertoont misschien een haarscheurtje, in de bedrijfsvoering ervan gaapt een kloof. De reactor zal later deze maand worden stilgelegd om de veiligheid te onderzoeken, en om de gemoederen tot rust te brengen. De onrust kan de toekomst van de Pettense reactor in gevaar brengen. Want hoewel de reactor veertig jaar geleden werd gebouwd als wetenschappelijk instrument leeft hij nu van de lucratieve productie van radio-isotopen. En die wordt bij te veel onrust zo overgeplaatst.

Tijdens onderhandelingen in Brussel waagde de Nederlandse delegatie het twijfels te uiten over het bestaansrecht van de EU-organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, het GCO: het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek. De toenmalige directeur van het GCO, Herbert Allgeier, wist wel raad met de Nederlandse kritiek. Als er wordt gesneden in ons budget zullen we helaas Petten moeten sluiten, beet All geier de Nederlandse delegatie toe.

Dat was vier jaar geleden. En hoewel All geier in Brussel bekendstond om zijn gespierde taalgebruik, sloeg de Nederlanders de schrik om het hart. In de onderhandelingen over de vijfde editie van het Kaderprogramma voor wetenschappelijk onderzoek van de EU werd het GCO inderdaad gekort. Niet alleen door toedoen van Nederland; ook andere lidstaten vonden een eigen onderzoeksorganisatie van de EU een achterhaald en vooral geldverslindend idee.

We zijn vier jaar verder. In Brussel is de afgelopen maanden onderhandeld over de zesde editie van het Kaderprogramma voor onderzoek. Aan de top van het GCO heeft Allgeier plaatsgemaakt voor de Ier Barry McSweeney die, volgens Brusselse bronnen, er niet over piekert Petten te sluiten. Maar Nederland heeft de schrik nog in de benen. Het GCO stond opnieuw op de rol voor een budgetverlaging, maar die werd in de onderhandelingen tussen de lidstaten ongedaan gemaakt, mede door toedoen van Nederland.

Het rondpompen van geld in Europese instituties als het GCO is minister Zalm van financiën altijd een doorn in het oog geweest. En ook het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen (OC & W) kent de Europese onderzoeksorganisatie weinig waarde toe. Economische Zaken daarentegen waakt over de werkgelegenheid en ziet het GCO niet graag uit de Noord-Hollandse duinen verdwijnen. Bij dit gezelschap voegt zich nu minister van milieubeheeer Pronk, die vindt dat de veiligheidsprocedures in Petten zozeer geschonden worden dat de reactor moet worden stilgelegd om orde op zaken te stellen.

Het GCO heeft vijf vestigingen in even zovele Europese landen (Italië, Spanje, Duitsland, België en Nederland). In Petten is het GCO-instituut voor Energieonderzoek gevestigd (IE). IE is eigenaar van de hogefluxreactor (HFR). De HFR, de trots van Petten, werd in 1961 in gebruik genomen en een jaar later al overgedragen aan Euratom, de nuclaire pijler van de huidige Europese Unie. De reden: de reactor was te groot voor Nederland en moest Europees worden gebruikt.

De HFR werd nooit gebouwd om energie op te wekken. Het is een onderzoeksreactor, die uit verrijkt uranium bundels neutronen opwekt, die in het begin vooral werden gebruikt voor het testen van materialen, met name materialen die van belang waren voor de kern industrie, zoals de staalsoorten die men op het oog had voor reactorenvaten voor kerncentrales.

Het was het tijdperk van grenzeloos optimisme over kernenergie; men was ervan overtuigd dat de moderne samenleving zou worden aangedreven door atoomstroom. Met de HFR als onderzoeks- en testreactor zou de Nederlandse industrie volop kunnen profiteren van het nieuwe tij. Maar met Nederlandse opdrachten zou de capaciteit van de reactor niet volledig worden benut, bij lange na niet. Daarom werd de HFR onder de Euratom-paraplu geschoven, als Europees onderzoeksinstrument. De exploitatie van de HFR bleef echter in Nederlandse handen. In de handen van het RCN, het Reactor Centrum Nederland. Op dit punt begint de fascinerende geschiedenis die de Utrechtse natuurkundige Kees Andriesse twee jaar geleden schreef (De republiek der kerngeleerden, uitg. BetaText). Dat de reactor meteen na voltooiing aan Euratom werd 'geschonken' was niet ongebruikelijk, zegt Andriesse: ,,De Duitsers deden dat, de Belgen met hun reactor in Mol, de Italianen deden het, alleen de Fransen natuurlijk weer niet.''

Na het cadeau in ontvangst te hebben genomen besloot Euratom tot de bouw van een vestiging van zijn onderzoeksorganisatie GCO in Petten. Daarmee deed de Europese cultuur haar intrede in de Noord-Hollandse duinen. En dat heeft Petten geweten. Het kwam regelmatig tot arbeidsconflicten met de operators van de reactor. Conflicten die mede werden gevoed doordat de operators, in dienst van de Nederlandse exploitant van de HFR, boven zich de stafleden zagen van de Europese eigenaar van de reactor. En die staf genoot arbeidsvoorwaarden, die in de Europese ambtenarij gebruikelijk waren maar waarvan men in de Noord-Hollandse duinen alleen maar kon dromen.

De kantine, nee het restaurant, dat het terrein in Petten ook nu nog siert, werd gebouwd met geld van het GCO. De Europeanen eisten een degelijk restaurant waar bij de lunch van een goed glas wijn kon worden genoten. Toen daar van Nederlandse zijde op werd geantwoord dat er niets mis was met een broodje kaas en een kop soep, dreigde de Europanen Petten geheel te verlaten: Geen wijn? Geen contract!

De komst van het GCO naar Petten in 1962 betekende niet dat de gloednieuwe onderzoeksreactor meteen handen vol werk had, zegt Andriesse. In Eur atom werden weliswaar gezamenlijke Europese onderzoeksprojecten opgezet, maar erg snel ging dat niet. ,,In het begin moest Petten het vooral hebben van de Fransen.''

De Franse industrie stortte zich enthousiast op de ontwikkeling van kernreactoren. Maar Frankrijk had zelf geen onderzoeksreactor. Die zou er pas komen in 1969. Tot die tijd lieten de Fransen tal van materialen testen in Petten. Toen de Franse opdrachtgevers terugkeerden naar eigen land en eigen reactor, bleef in Petten de helft van de onderzoekscapaciteit onbenut.

Andriesse: ,,Dat heeft bijna het einde betekend van de HFR.'' De reactor werd echter gered door Duitsland, dat kon worden overgehaald bij te dragen in de exploitatie van de HFR. In Petten werd ondermeer onderzoek gedaan ten behoeve van de lichtwaterreactoren die Siemens ging bouwen, en voor de snelle kweekreactor die in Kalkar zou verrijzen.

Kalkar werd gebouwd, maar zou nooit operationeel worden. Het is nu een pretpark. En een symbool voor de twijfels over kernenergie die toen al opkwamen, niet alleen in de publieke opinie, maar ook onder wetenschappers. Andriesse: ,,Het vervelende van die geschiedenis, ook die van Petten, is dat die niet leuk is. Nooit kon men roepen: we zijn er uit, we hebben het! Altijd doken er nieuwe problemen op.''

Het idee voor een eigen Nederlandse onderzoeksreactor was gekomen van de fysici, de fundamenteel onderzoekers der materie. En die hebben in Petten prachtig onderzoek gedaan, zegt Andriesse. Maar in de loop van de jaren tachtig verloren de fysici hun belangstelling voor de neutronenbundels van de HFR. Ze kregen de beschikking over reactoren met nog krachtiger bundels, hogere energieën en betere onderzoeksmogelijkheden, in Grenoble en in het Britse Harwell. In Petten daagde even de mogelijkheid om met het onderzoek over te stappen van de dode materie van de fysici naar de levende materie van de biologen. Dat is tegenwoordig een wetenschappelijk wingewest, maar het kwam toen niet van de grond.

En wat betreft de industriële toepas singen, de ontwikkeling van kernenergie in allerlei vormen, van elektriciteitscentrale tot scheepsturbine, waren er vooral veel doodlopende wegen, en een groeiend maatschappelijk protest. Andriesse: ,,Het werd in de loop van de jaren zeventig duidelijk dat de ontwikkeling van kernenergie niet vlekkeloos verliep.''

In politiek Den Haag, waar Den Uyl starend naar de bodem van het olievat riep dat het nooit meer zou worden zoals het was geweest, vroeg men om de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen. Dat leidde tot een splitsing die in Petten nu nog altijd bestaat. Het nucleaire werk, mét de HFR, werd ondergebracht in wat nu de Nuclear Research and consultancy Group (NRG) heet. En voor het onderzoek naar alle andere energiebronnen kwam in Petten het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Het zijn twee werelden in één duinpan. Wat ook mag blijken uit het feit dat de directeur van ECN, Frans Saris, zelf bij minister van milieubeheer Pronk aandrong op het stilleggen van de hogefluxreactor, en het presteerde om in een interview met de Volkskrant vernietigend uit te halen naar zijn nucleaire collega's. Nu heeft Saris enige faam als het gaat om ferme uitspraken, maar zijn optreden tekent de gespletenheid in Petten.

En die was er al in de jaren tachtig. Andriesse: ,,De problemen waarop de ontwikkeling van kernenergie stuitte bracht de mensen die ermee bezig waren in een isolement. Ze klampten zich aan elkaar vast, maar vervreemdden van hun omgeving. Het heeft me altijd verbaasd waarom zij de samenleving niet hebben gewezen op de positieve ontwikkelingen die zij brachten voor de nucleaire geneeskunde.''

Andriesse verwijst naar de derde poot - naast fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van kernenergie - onder de Pettense reactor: de productie van radio-isotopen. De HFR was nog maar twee jaar in bedrijf toen er, in 1964, in Petten een lab verrees van Philips en Duphar. De elektronicagigant en de farmaceut hadden elkaar gevonden in de productie van medische preparaten.

Philips-Duphar ging in Petten molybdeen maken, een element dat ontstaat als splijtingsproduct van uranium. Molybdeen is zelf ook niet stabiel en vervalt tot technetium. Deze radio-isotopen worden op grote schaal gebruikt in de medische wereld. Ze worden zo aangeduid omdat ze vervallen tot eenvoudiger elementen en daarbij radioactieve straling uitzenden. Die eigenschap kan worden gebruikt om tumoren in het lichaam zichtbaar te maken, voor de diagnostiek dus, maar ook om tumoren te lijf te gaan, de therapie.

Hoewel de potentie van de radio-isotopen vanaf het begin duidelijk was, groeide de afzet aanvankelijk niet snel. Maar in de jaren negentig was de productie ervan goed voor de helft van de inkomsten die met de HFR in Petten werden geboekt. Philips had er op dat moment echter niets meer mee te maken. De onderneming had deze lucratieve markt al verlaten. Philips-Duphar werd in 1978 verkocht; de elekronica gigant die in de radiogeneeskunde terecht was gekomen omdat hij zich breed wilde ontwikkelen achtte de tijd gekomen om terug te keren naar zijn core business.

De productie van radio-isotopen in Petten kwam in handen van de Amerikaanse farmaceut Mallinckrodt. De onderneming is nog altijd in Petten gevestigd en maakt nog steeds gebruik van de HFR. Wat de tijdelijke sluiting van de reactor voor het bedrijf betekent, wil Mallinckrodt niet zeggen. De onderneming doet geen enkele mededeling over de perikelen van de afgelopen week of over zijn toekomst in Petten. Het is bepaald niet uitgesloten dat Mallinckrodt de Noord-Hollandse duinen verlaat als de technische en vooral de managementsproblemen voortduren. Mallinckrodt heeft vestigingen over de hele wereld en is voor de productie van radio-isotopen niet afhankelijk van de HFR.

Een eventueel vertrek van de Amerikaanse farmaceut is voor de toekomst van het nucleaire Petten zonder meer het grootste risico. De EU-onderzoeksorganisatie GCO zal niet snel uit Petten verdwijnen. In de werkplannen van het GCO speelt de HFR nog wel degelijk een rol.

De middelen voor nucleair onderzoek staan wel onder druk, ook in Brussel. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat het onderzoek naar die andere belofte van de toekomst, kernfusie, nog wel doorgaat maar in een veel lager tempo dan aanvankelijk gedacht. Maar wetenschappelijk onderzoek is gewoon ver vooruit kijken. Het kan leven met een reactor die gedurende enkele weken, misschien maanden stilligt. De commerciële dienstverlening, zoals de productie van radio-isotopen, is veel gevoeliger voor oponthoud. En de reactor in Petten, die werd geboren als wetenschappelijk instrument, moet het nu juist van die commerciële dienstverlening hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden