Met Wagner in de plunjezak

Bastiaan Everink was vijf jaar lang een fanatieke marinier. Toen hij in 1991 terugkwam van een missie in Irak besloot hij het roer om te gooien. Richard Wagners 'Parsifal' wees hem de weg. Nu staat Everink als zanger succesvol op de bühne van de Deutsche Oper Berlin.

De prestigieuze première van de nieuwe enscenering van Richard Wagners 'Lohengrin' zit erop. In de Deutsche Oper Berlin aan de Bismarckstraße maken de aanwezigen, onder wie bondskanselier Angela Merkel en Wagners nog enige levende kleinkind, Verena Lafferentz-Wagner (91), zich op voor het slotapplaus. Dat gaat volgens een vast ritueel: eerst het koor, dan de bijrollen en dan de grote zangers. De kleinste van de zes hoofdrollen, Der Heerrufer des Königs (de heraut van de koning), moet er als eerste aan geloven. De Nederlandse bariton Bastiaan Everink stapt kordaat vanachter de coulissen het podium op. Het applaus zwelt aan, vermengt zich met ettelijke bravo's. Everink staat terecht te glunderen.

De twee baritons die zich na hem aan het publiek presenteren, komen er minder gunstig van af. Een genadeloze boe-orkaan daalt neer over Albert Dohmen en Gordon Hawkins - toch niet de minsten in de operawereld. Er staan nu drie baritons op een rijtje op de Berlijnse bühne, twee nogal ongemakkelijk en beteuterd, eentje fier, met het hoofd in de nek.

Bastiaan Everink (1969), in een eerder leven beroepsmilitair bij het Korps Mariniers en onder andere uitgezonden geweest naar Irak tijdens de Eerste Golfoorlog (1990-1991), debuteert in zijn eerste substantiële rol bij de Deutsche Oper waar hij sinds kort vast in het ensemble zit. Hij heeft er een contract getekend voor drie jaar. De Heerrufer (letterlijk: leger-roeper) blijkt voor de ex-militair niet alleen een toepasselijke rol, maar mede door het beschamende boe voor zijn collega-baritons, een reuze-opsteker. Al kun je Everink absoluut niet betichten van enige Schadefreude.

Voor de première van 'Lohengrin', de eerste nieuwe enscenering van deze opera in de Deutsche Oper sedert twintig jaar, zit de zaal vol met belangrijke mensen, mensen die er voor een carrière als die van Everink toe kunnen doen.

Everink krijgt nog een andere opsteker. In Duitsland kennen ze het fenomeen van de Frühkritik, een korte recensie die al meteen op de ochtend na een belangwekkende première verschijnt met de opvallendste bevindingen in een notedop. Op de voorpagina van de Berliner Morgenpost worden de ochtend erop slechts twee zangers genoemd: Klaus Florian Vogt, de uitmuntende Lohengrin, waarmee de Deutsche Oper volgens de krant een gelukkige vangst heeft gedaan, en Bastiaan Everink voor wie hetzelfde geldt. Deze Heerrufer, schrijft de krant verder, 'ruft geradezu zu vokaler Herrlichkeit auf.' Mission accomplished!

Een avond voor de belangrijke première praat Everink in het fraaie Literaturhaus (een portret van Menno ter Braak siert de wanden) tot vroeg in de nacht over zijn leven en zijn carrière. "De eerste repetitie voor deze 'Lohengrin' tussen al die grote zangers die hun rollen ook al in het Wagner-mekka Bayreuth hebben gezongen, voelde voor mij als een eerste schooldag." De verwondering daarover is nog steeds in zijn stem te horen. Na de opvallende switch van militair naar operazanger staat Everink voor zijn gevoel dus opnieuw in een elitekorps. En de zanger ziet meer opvallende overeenkomsten tussen de beide schijnbaar zo tegenstrijdige beroepen.

"Het is voor een buitenstaander misschien niet goed te vatten, maar ik kwam terug uit Irak in 1991 en voelde een strop om mijn nek. Ik had dingen gezien, dingen meegemaakt. De strop trok de ene keer zwaarder dan de andere, maar hij zat er. Ik was 22 jaar en kwam terug uit een oorlog en ik wilde mijn eigen moraal bepalen, en die niet door anderen laten opleggen. Terwijl ik in Irak zat begon ik al te begrijpen dat je die moraal in jezelf moest zoeken.

"Terug in Nederland begon ik na te denken over wat ik nu eigenlijk met mijn leven wilde gaan doen. Voor mijn gevoel moest ik na vijf jaar fanatiek marinier te zijn geweest een heleboel inhalen: toneel, literatuur, muziek. Op een avond bij een vriend trok ik een box elpees uit de kast. 'Parsifal' van Wagner, de opname onder leiding van Georg Solti.

"Ik wist niets van opera. Ik keek als gebiologeerd naar de hoes, een groot blauw gewelf met voorop de heilige graalbeker waarboven een duif zweeft. Ik zette 'Parsifal' op, ging luisteren, en ik wist meteen waar die personages over zongen. De pijn, het lijden, de verlossing. Ik kon de opera 'Parsifal' heel concreet vertalen naar mijzelf. Ik was het die daar gestaan had op een brug over de Tigris die we moesten verdedigen. Ik had uitgekeken over het tweestromenland. Saddam Hoessein was net zo verwond als Amfortas in de opera. Als een leider van een land verwond is, dan is het land zelf ook verwond, het klopte allemaal precies. De onbedorven dwaas Parsifal, dat was ik, met een helm op en een kogelvrij vest aan, en ik wist heel duidelijk: die opera gaat over mij. Ik herken de symbolen en de personages.

"Ik ben heel veel boeken over de graal gaan lezen. Het epische verhaal 'Parzival' van Wolfram von Eschenbach werd een reisgids voor me. Bij de mariniers leerde ik kaarten lezen, onbekende dorpen in Irak in kaart brengen. Het graalland van Parsifal werd het land van mijn ziel. Ik moest mijzelf in kaart brengen. In 'Parsifal' gaat het over hoe je wordt wie je bent. Het is een tocht naar jezelf. De kunst om jezelf te leren kennen, dat is levenskunst.

"Ik wilde alles van ridder Parsifal weten, en dat heeft zo veel met me gedaan. Door 'Parsifal' stond alles opeens op losse schroeven. Wagners muziek verleidde me. Wilde ik wel marinier blijven? Vier weken later had ik mijn eerste zangles."

Dat zingen kwam volledig uit de lucht vallen. In zijn jonge jaren zong Everink wel graag en vaak, maar dat was zomaar voor de vuist weg. Vrienden grapten in die tijd weleens dat ze hem zouden opgeven voor de Soundmixshow van Henny Huisman. Dat Everink ooit opera zou gaan zingen, daar had hij toen totaal geen benul van.

"Ik kwam bij Jim Hutchinson van Opera Forum terecht. Dat eerste uur dat ik zangles had, maakte mij volkomen gelukkig. Ik voelde me vrij. Het was hetzelfde gevoel als toen ik de eerste keer met een parachute uit een vliegtuig moest springen. Je gaat een grens over, overwint je angst. Als je eenmaal aan die parachute hangt, en door de lucht zweeft, is daar dat enorme gevoel van vrijheid.

"Grote emoties liggen heel dicht bij elkaar, hebben allemaal met elkaar te maken. Ik wil uitersten opzoeken, over fysieke grenzen heengaan, zoals ik als marinier ook deed. Steeds nieuwe kleuren op je palet krijgen. Ik ging zingen en ik werd gelukkig. Naar dat allereerste gevoel van geluk dat ik bij die eerste zangles kreeg, daar wil ik steeds naar terug. Ik weet nu dat carrière maken als zanger veel moeilijker is dan de weg om een goede marinier te worden, maar omdat ik dat geluksgevoel steeds wil krijgen kan ik de energie opbrengen om dit te blijven doen."

Hutchinson hoorde bij die eerste les een zangersinstinct bij Everink, een natuurstem ook. Na vier weken les stuurde hij de zanger in spe naar het conservatorium om auditie te doen. Daar volgden zware jaren.

"In het eerste jaar al vertelde men mij dat ik alles verkeerd deed. Ik moest minder gaan zingen, meer zangoefeningen doen. Het zangplezier werd me steeds meer ontnomen. Ik begrijp ook wel dat ze een beetje raar tegen mij aankeken. Komt daar zo'n marinier binnen die zegt dat hij Scarpia wil zingen - een dramatische rol voor een grote, luide stem. Scarpia, dat is niet iets om mee te starten vinden ze op het conservatorium. Klein beginnen met veel Mozart en liederen, en dan langzaam uitbouwen. Ik ben op het conservatorium toegelaten vanwege mijn vocale kwaliteiten, maar ik had zoveel muzikale achterstand. Millimeter voor millimeter heb ik het veroverd. Muziekambachtelijk ging het steeds beter, maar het zingen werd steeds minder.

"Wat zingen betreft heb ik altijd precies gevoeld wat ik wilde. Dat zijn die grote, zware rollen. Daar is mijn stem geschikt voor. Ik luisterde naar Piero Cappuccilli, naar Robert Merrill en ik wist dat ik zo'n type stem had, met veel squillo erin zoals de Italianen zeggen - een schallende stem met een kernachtige 'ping' erin. Zo'n stem moet je niet inperken, maar juist extra hard trainen. Het is hetzelfde als met topsport. Marathonatleten trainen niet op de honderd meter, maar op de lange afstand."

Everink voelde zich steeds ongelukkiger, en kwam op een goeie dag in 1997 als pakkenverkoper bij de Bonneterie in Amsterdam, een bijbaantje, bariton Vassili Gerello tegen die in het Muziektheater in 'La traviata' zong. Na wat heen en weer gepraat bood Gerello aan om met Everink te werken. Het was een eerste aanwijzing dat Everink het bij het rechte eind had en het conservatorium niet. En toen raadde iemand hem aan om bij James McCray in Den Haag te gaan studeren. McCray is de man die bij Eva-Maria Westbroek 'de deur naar haar stem openzette', zoals de zangeres het zelf verwoordt.

"Bij McCray kreeg ik weer dat geluksgevoel bij het zingen. Hij had het over de moed die je nodig hebt als je zingt, over corraggio, en dat daarbij bij wijze van spreken de fluimen uit je bek moeten vliegen. Bij de mariniers wist ik dat allemaal al. Tijdens McCray's lessen ging als het ware het dak eraf. Op het conservatorium had ik steeds mijn droom als solist moeten bijstellen en had ik op het laatst het gevoel dat ik al blij mocht zijn als ik in een koor zou kunnen zingen. Als de goede trein langskomt dan spring je erin. Ik heb het conservatorium een brief gestuurd dat ik daar ging stoppen. Ik heb nu tien jaar les bij McCray, de man van wie sommigen zeggen dat hij stemmen forceert. Over vijf jaar zou mijn stem kapot zijn, werd er tegen me gezegd. Maar McCray zorgt er juist voor dat je zingt met de stem die bij jou hoort. Je moet, net als een sporter, de stem extra hard trainen. Als marinier had ik een voordeel bij die houding.

"Ik heb een sluipschutteropleiding gehad in Dartmoor bij de elite-eenheid SAS, de Special Air Service. Die letters stonden ook voor speed, agression en surprise. Twee elementen van die drie moeten er zijn, dan komt de derde vanzelf was de filosofie. Voor mijn zangcarrière verzon ik ook drie letters: ACF, artistiek, carrière en financieel. Ik nam me voor om een engagement, een contract, aan te nemen als er twee van de drie inzaten."

Everink debuteerde na drie jaar les bij McCray als operazanger in Bonn. Hij zong er Escamillo in 'Carmen'. Hij had geen orkestrepetities, werd voor de leeuwen gegooid. Het lukte, maar met hangen en wurgen. Hij leerde wel meteen het klappen van de zweep kennen.

"Na de ervaring in Bonn begreep ik dat ik het ambachtelijke werk van een operazanger moest leren. Ik had al die repetities nodig. Ik ben terechtgekomen bij de opera van Pforzheim, en daar mocht ik meteen rollen zingen als Gérard, Jago, Pizarro en Posa. Na twee jaar had ik acht joekels van partijen op mijn repertoire. Elke maat van die rollen moet heel precies worden uitgedokterd, net zoals ik mijn rugzak heel precies moest inpakken en wegen als ik op patrouille ging."

Er komt een boek over de zingende ex-marinier. Overkoepelende thema's als 'Staal' en 'Natuur' moeten duidelijk maken hoe deze twee heel verschillende werelden met elkaar te maken hebben. "Het staal van kogels en wapens, maar ook het staal van mijn ziel. De indrukwekkende en mysterieuze natuur die ik in Dartmoor of op de poolgrens heb meegemaakt, dat is de natuur die Wagner in zijn muziek verklankt. Ik heb een goede ghostwriter gevonden. Nee, ik kan het zelf niet schrijven, ik weet waar mijn kwaliteiten liggen en waar niet. Het boek komt binnenkort uit."

Het gesprek loopt op zijn eind. Het Literaturhaus gaat sluiten. Het was een lange dag voor Everink. Die avond zong hij nog met een mooi klaroengeluid in Verdi's 'Don Carlos' de kleine, maar belangrijke rol van monnik (Karel V). Want ook dat hoort bij de plichten van een ensemblelid: dat je op zondag een belangrijke première hebt, betekent volgens de operadirectie nog niet dat je de avond ervoor niet ook zou kunnen zingen. En dat allemaal tussen dagenlange repetities van 'Parsifal' door; die opera gaat in oktober in première met Everink in de rol van Klingsor; het zal de eerste keer zijn dat hij in zijn favoriete, en voor hem levensveranderende opera zal staan.

"Het zijn soms lange dagen, zo alles bij elkaar. Dat is het lot van een ensemblelid. Je moet altijd beschikbaar zijn, voor alles. Maar ik heb bewust gekozen voor Berlijn. Hier krijg ik de kans om met de groten der aarde op een podium te staan en van hen veel te leren." We weten dan nog niet dat die 'groten der aarde' een avond later genadeloos uitgejouwd zullen worden. De 'Parsifal' en 'Lohengrin' van Wagner zitten in partituurvorm in de legergroene plunjezak die over Everinks schouder hangt. Het is dezelfde plunjezak die hij jaren geleden zo precies mogelijk voor heel andere missies moest inpakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden