Met verkoop vezels verliest Akzo zijn wortels

Analisten en beleggers zeiden het hardop, het bestuur van Akzo Nobel denkt het alleen maar: hoera! Eindelijk is Akzo Nobel verlost van zijn moeizaam draaiende vezeldivisie. Dat het concern zich daarmee ontdoet van een van zijn wortels, ach, daar moeten (ex-)werknemers en historici maar over treuren.

Het is al weer even geleden. Maar in 1969 toen de Algemene Kunstzijde Unie (AKU) fuseerde met Koninklijke Zout Organon (dat twee jaar eerder ontstond uit de fusie van Koninklijke Zout/Ketjen met Organon), was de productie van vezels de belangrijkste activiteit van het nieuwe concern waarvoor de naam Akzo was bedacht. Van de 7,2 miljard gulden die Akzo in zijn eerste bestaansjaar omzette, was de helft afkomstig van de vezeldivisie, de voormalige AKU. Binnen die divisie lag de nadruk op de productie van textiele vezels, zoals viscose. De fabricage van (sterke) vezels voor industriële toepassingen stelde toen nog niet zo veel voor.

De fusie tussen AKU en KZO was, met de ogen van nu bekeken, een merkwaardige. Wat had de productie van kunstzijde te maken met de fabricage van wegenzout (Koninklijke Zout), verf (Sikkens) en de omstreden anticonceptiepil (Organon)? Heel weinig. Maar in die tijd was de vorming van conglomeraten die verschillende producten maakten, geen uitzondering. De fusie was vooral strategisch van aard. In de vezels en het zout ging veel geld om. Dat geld kon worden gebruikt om de chemiepoot en de farmatak, die vooral nationaal opereerden, te laten groeien.

Zestien jaar later was het aandeel van de vezelproductie in de omzet van Akzo, die toen 15,6 miljard bedroeg, gedaald van 50 naar 22 procent. Het aandeel van zout en zware chemicaliën bleef onveranderd (13 procent), maar het aandeel van speciale chemicaliën (van 6 naar 14 procent), verven en lakken (van 7 naar 15) en farma-producten (van 7 naar 14 procent) nam sterk toe. De strategie achter de vorming van Akzo zat, werkte, lijken die cijfers te bevestigen.

De werkelijkheid was anders want het Akzo-concern bestond nog niet of de crisis-verschijnselen in vezelindustrie kondigden zich aan: de vraag naar synthetische vezels stagneerde, kledingproducenten zochten hun heil in Azië, er ontstond overcapaciteit op de markt en daar bovenop brak ook nog de oliecrisis uit. De Akzo-top achtte saneringen noodzakelijk, maar stuitte op personeel en vakbonden. In 1972 was de Enka-vestiging in Breda het toneel van Neerlands eerste bedrijfsbezetting. De werknemers wisten de sluiting van de fabriek te voorkomen, maar in 1982 ging Enka-Breda, waar in 1972 nog 1 700 mensen werkten, alsnog dicht.

Mede dankzij een golf van reorganisaties lag de vezelsector er in het midden van de jaren tachtig weer redelijk bij. In 1986 was Enka met een bedrijfsresultaat van 450 miljoen gulden de grootste winstmaker van het Akzo-concern. Bij de verschillende Enka-fabrieken werkten toen 20 000 mensen, tegen 50 000 in 1969. ,,We zijn marktleider en het is onze ambitie dat te blijven'', zei de toenmalige Enka-topman Josef Hutter, die trots meldde dat de helft van de productie inmiddels uit industriële vezels bestond en dat Enka daarmee vooruitliep op veel concurrenten.

Akzo bleef een grote vezelproducent, maar in de jaren negentig werd steeds duidelijker dat deze tak, ondanks alle reorganisaties, een blok aan het been was geworden. Qua omzet en werkgelegenheid mocht de vezeltak belangrijk zijn, de bijdrage aan de winst was miniem, en soms negatief. Op zijn chemicaliën, verven en vooral zijn pillen verdiende Akzo veel meer.

Met de aanschaf van Courtaulds, de Britse producent van lakken en vezels, sloeg Akzo vorig jaar twee vliegen in één klap. Het werd de grootste lakkenfabrikant én de grootste vezelfabrikant ter wereld. Meteen na de aanschaf kondigde topman Van Lede aan dat het vezelbedrijf een nieuwe naam zou krijgen (dat werd Acordis) en dat dat bedrijf verzelfstandigd of verkocht zou worden. Nu er een aantrekkelijk bod ligt van de Britse investeerder CVC Capital is het moment nabij dat Akzo afscheid neemt van zijn 'wortel' die zo weinig meer bijdroeg aan het bedrijfsresultaat, zoals het eerder vrijwel geheel afscheid nam van die andere 'wortel': het zout. En kan een historicus erop wijzen dat Enka rond 1930 ging samenwerken met zijn in 1919 opgerichte concurrent, de NV Hollandse Kunstzijde Industrie, die eerder pogingen had gedaan om samen te werken met de Britse vezelproducent Courtaulds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden