Met twee speciale musea klopt in Parijs het echte modehart van de wereld

Parijs is en blijft een modestad. Dat leert een blik op de riante modehuizen aan rue de Montaigne, de rue Royale, de rue Cambon en rue St Honoré. Chanel, Jil Sander, Valentino hebben er allemaal hun imposante en luxe winkels. Het zijn de straten waarin de modeliefhebber zich het hele jaar door kan verlekkeren aan allerlei dure, maar smaakvolle kleding. En wie in het Louvre afdaalt naar de nieuwe ondergronds aangelegde verdieping kan daar de immense zalen bewonderen waar elk seizoen de spraakmakende modeshows plaatsvinden. Maar dat Parijs echt het modehart van de wereld is, blijkt misschien nog wel het meest uit het feit dat ze, als enige stad in de wereld, niet één maar twee modemusea heeft.

Het Musée de la Mode de la Ville de Paris in het Palais Galliera is al enige jaren bekend vanwege zijn fraaie overzichtstentoonstellingen. Sinds kort heeft ook het Louvre zijn kostuum- en textielafdeling weer heropend met de intentie er permanent een groot deel van de eigen collectie te laten zien. Rondlopen door beide musea is een waar genoegen. Je komt er ontwerpen van John Galliano, Jean Paul Gaultier en Dries van Noten tegen, naast beroemde Balenciaga's uit de jaren zestig, ontwerpen van Madeleine Vionnet uit de jaren dertig en - heel bijzonder - Paul Poirets uit het begin van deze eeuw. In beide musea gaan de collecties terug tot ongeveer 1750. Dat is geen toeval. Over de hele wereld slaat rond die tijd de verzamelwoede toe, omdat dan het besef ontstaat dat mode vluchtig is.

EXOTISCHE TOETSEN

'Touches d'Exotisme' heet de tentoonstelling waarmee het Musée de la Mode et du Textile in het Louvre eind januari feestelijk openging. De ingang van dit kostuummuseum ligt aan de rue de Rivoli 107 en dat is een geluk, want het betekent dat je niet bij de hoofdingang van het Louvre in een drukke rij hoeft te staan. In de aangrenzende boekwinkel kun je achteraf bovendien allerlei vakliteratuur over mode inkijken.

Om onze historische collectie elk jaar te laten rouleren, schrijft conservatrice Lydia Kamitsis in de inleiding van de catalogus, kiezen we elk jaar een thema. Door zo'n thema komen vanzelf een bepaald type kostuums uit de collectie naar boven - in dit geval de exotische - en dat maakt de invalshoek op de modegeschiedenis steeds weer fris.

In 250 kledingstukken, accessoires en stoffen is te zien hoe het 'exotische' al vanaf de veertiende eeuw een rol speelt in de Europese kleding. Kleren uit die tijd zijn er niet meer, maar nog wel kleine lapjes en stalenboeken. Deze stofjes illustreren duidelijk dat met de reis van Marco Polo naar China de Chinese zijde populair werd. Gaat het in het begin nog om authentiek Chinese zijde, al snel wordt de stof nagemaakt in Italië en Frankrijk. De motieven verwestersen en de kwaliteit van de stof wordt zo verfijnd dat er - in plaats van rechte kimono's - optimaal getailleerde en voluptueus gedrapeerde jurken van te maken zijn.

Datzelfde lot wacht ook de Indiase katoen die in de achttiende eeuw populair wordt. Al snel wordt ook deze stof - er staan een paar prachtige jurken van opgesteld - nagemaakt in Marseille en verwestert men het patroon.

Vanaf het begin negentiende eeuw krijgt het 'exotisme' in Europa een nieuwe gedaante. De kasjmier-sjaal uit India komt op. Eerst wordt hij gewoon als omslagdoek gedragen, maar rond 1870 besluit men de kasjmier-lap te vermaken tot getailleerde mantelcapejes.

Behalve kasjmier worden in die negentiende eeuw ook accessoires als waaiers, parasols en broches populair. De waaiers en parasols worden naar China geïmporteerd, aldaar in opdracht beschilderd naar Franse smaak, om daarna weer in Europa te worden verkocht. De mooiste paradox uit die tijd zijn de broches in Japanse stijl die opduiken tijdens de art nouveau. Japanners kennen in hun eigen cultuur namelijk geen bijoux als broches en oorbellen.

HIPPIES

Een nieuwe hang naar het exotische ontstaat dan pas weer eind jaren zestig als de hippies op hun reizen stuiten op authentieke culturen en hun bijbehorende kledingstukken als Afghaanse jassen, Indiajurken, de Zuid-Amerikaanse poncho, de djellaba, maar ook de Zweedse klomp. Deze exotica worden - voor het eerst in de modegeschiedenis - nu niet aangepast aan de westerse smaak. Ditmaal is het mode om de originele kledingstukken te dragen die politiek engagement symboliseren. Politiek linkse idealen, vegetarisme en feminisme, het drukt zich uit in Palestijnensjaals en jurken en teenslippers uit India. Modehuizen als Kenzo en Yves Saint Laurent, zo is te zien, maken er handige vertalingen van.

Bij het betreden van de laatste zaal wordt duidelijk dat 'exotische invloeden' nog altijd populair zijn. Jean Paul Gaultier, Christian Lacroix, Dries van Noten en John Galliano laten zich voortdurend inspireren door andere culturen. Maar wat is de lijn? Terwijl Dries van Noten in 1997 kiest voor India, komt John Galliano (Dior) met Sjanghai terwijl hij een seizoen ervoor nog een Massai-collectie maakte. Nu duurt een exotische trend hoogstens een half jaar. Het gaat ook niet echt meer om sferen of politieke idealen. Het exotisme wordt nu gewoon gebruikt om draagbare colberts, broeken en jasjes net iets andere details en een net iets ander aanzien te geven. Wat dat betreft is er aan het principe van het exotische in al die eeuwen fundamenteel niets veranderd. We laten ons graag inspireren door andere culturen, zolang ze maar worden ingekapseld in onze cultuur.

Mode en tuinen

Een vergelijkbare tentoonstelling, maar dan in een geheel andere entourage, is momenteel te zien in het Palais Galliera. In dit imposante paleis, nabij de Champs Elysées, krijg je het idee alsof de achttiende-eeuwse baljurken er door de voormalige eigenaars zijn achtergelaten. Qua sfeer en ruimte kun je er direct voorstellen hoe het vroegere hofleven moet zijn geweest.Min of meer is dat ook het thema van de tentoonstelling 'Mode et Jardins' die ingaat op de relatie die er al eeuwen te vinden is tussen de mode in tuinen en de manier waarop kleding versierd en gedecoreerd werd.

Het aardige is dat die relatie tussen mode en tuinen bijzonder goed overkomt. Daar zorgen de gigantische afbeeldingen van tuinen voor, maar vooral ook de audioguide. Wanneer je het bij het kostuum vermelde nummer indrukt op deze audioguide, vertelt hij je alle gewenste details. Helaas is er van de oorspronkelijke tuin van het Palais Galliera weinig over, maar rond de achttiende eeuw moet er een duidelijke relatie te zien zijn geweest tussen deze symmetrische Franse tuin en de mode. In de stoffen en borduursels worden op dat moment dezelfde symmetrische composities gebruikt en zijn bloemen als de iris, de anemoon en de tulp populair. Ook zijn in de patronen vaak stukken bordes of omheining van die tuin verwerkt.

In de tweede helft van de achttiende eeuw - zo laat de tweede opstelling zien - raakt de Engelse tuin met zijn onverwachte doorkijkjes in de mode. Deze tuin is geïnspireerd op de romantiek en komt voort uit een behoefte aan natuur en eenvoud. Het maakt waaiers met een geborduurd pastoraal landschap populair en de Indiase katoen wordt even kostbaar als zijde. Katoen werd net als nu geassocieerd met natuur.

Interessanter worden de ontwikkelingen rond de eeuwwisseling. Het symbolisme en de art nouveau kiezen dan planten met betekenis. Zo ontstaat er in de tuinen en in de mode tegelijkertijd een passie voor roos. Een roos die bij voorkeur gesloten is of nog in de knop huist. Die bloem blijft in de mode jarenlang populair - zij is veelvuldig te vinden in de exotische jurken van Poiret - om ten slotte nog wat abstracter te eindigen als een populair art deco-motief in de jaren twintig. In de tuinen van die dagen zijn de fonteinen, keramische sculpturen en elektrisch licht populair.

In de jaren zestig de natuur van de tuin geïntegreerd gaat worden in de moderne architectuur en nieuwe materialen. Een fraai voorbeeld daarvan in de mode is de roze jurk van Christobal Balenciaga uit 1967. Die jurk is van boven zeer strak en sculpturaal van vorm, maar beneden waaiert er een fijn en natuurlijk bladmotief uit.

Maar hoe mooi de afzonderlijke jurken in het Palais ook zijn, de tentoonstelling is minder diepgravend dan 'Touches d'Exotisme'. Tussen mode en tuinen is hoogstens een aardige overeenkomst te leggen, een echt andere invalshoek op kleding geeft ze niet.

Colette

De 'place to be' voor iedereen die zich bezighoudt met mode en design. De ruimtelijke winkel met metalen trappen, houten vloeren, witte muren is het toonbeeld van de op dit moment zo populaire sobere vormgeving. Hier en daar ligt een ontwerp van Helmut Lang of Dries van Noten. Opvallend is het grote aantal Nederlandse mode-ontwerpers. Zowel Aziz Bekkaoui, als Saskia van Drimmelen en Viktor & Rolf verkopen hier hun spullen, naast: de Nike-schoen. Op dit moment de populairste schoen onder modemensen. De begane grond is gereserveerd voor keramiek, glas en kleine meubels. In het restaurant beneden wordt modieus eten geserveerd, waaronder powerdrankjes en tachtig soorten water. Wie daarvan wil genieten, moet wel een half uur wachten in de rij. Colette is te vinden op de Rue St Honoré 213.

Café Klein Holland

Wie in Parijs heimwee krijgt kan sinds kort terecht in café Klein Holland in de Marais. Hier worden oer-Hollandse drankjes als jenever en Wieckse Witte geserveerd, maar ook bitterballen, kaasgarnituur en een portie saté. Verstaanbaarheid is geen probleem. Negentig procent van het publiek en het voltallige personeel spreken Nederlands. Café Klein Holland is te vinden in de Marais (3e arrondissement) aan de Rue de Roi de Siciles 36. Zoölogisch museum

In de Jardin des Plantes is het Musée Nationale d'Histoire Naturelle te vinden, een zoölogisch museum uit de negentiende eeuw dat enkele jaren geleden geheel in stijl gerestaureerd is. De collectie opgezette dieren - van vlinders tot giraffen - is verbijsterend compleet en fraai geordend volgens naar compleetheid strevende negentiende-eeuwse classificaties. Behalve de collectie is ook het gebouw, een soort Crystal Palace van staal en glas, zeer de moeite waard. Het museum ligt aan de rand van het Jardin des Plantes in het vijfde arrondissement aan Rue Geoffrey.

Arabisch theedrinken

Pal tegenover de Jardin des Plantes ligt het Institut Musulman et Mosquée. Op zondagen kan men daar uitgebreid Arabisch theedrinken op heerlijke canapés. Onderwijl worden er steeds andere zoetwaren geserveerd, waarvan men naar believen kan nemen. Degene die in de sfeer wil blijven kan terecht in het belendende winkeltje waar theetafels, glazen en kussens te koop zijn. Het Institut Musulman et Mosquée ligt eveneens aan de Rue Geoffrey in het vijfde arrondissement.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden