Opinie

Met Tsjechovs Ivanov krijgt oud kunstje nieuw leven ingeblazen

ROTTERDAM - Niet in het boek dat voor hem op een steen ligt, maar in een kwellende gedachtestroom is Ivanov verdiept. Dat getob horen wij als een voice-over. Hijzelf ziet en hoort niets, zelfs niet het opzichtig de aandacht trekken van zijn vrouw: haar driftig uitschudden van tafellakens, het poetsen van lepels, die ze ten einde raad, als de garnalenpelster uit het bekende reclamespotje, over haar schouder wegwerpt.

De scène is typerend voor de ensceneringen die Mirjam Koen met haar gezelschap Onafhankelijk Toneel van het vroege werk van Anton Tsjechov heeft gemaakt: komisch en in-triest tegelijk. Het ongebreidelde speelplezier waarmee Koen en de haren Tsjechovs melancholie te lijf gaan, zorgde ruim tien jaar geleden voor een adembenemende 'Platonov' en drie jaar terug voor een ware toneelverrassing met 'De Woudduivel', de ongepolijste voorstudie van 'Oom Wanja'. Nu met 'Ivanov', Tsjechovs eersteling uit 1887, rondt Mirjam Koen de cyclus af, in het decor (Edwin Kolpa) van 'De Woudduivel' en met vrijwel dezelfde spelers. Dat wordt weer een feestje, kan bijna niet missen.

'Ivanov' heeft niet de primaire, opzuigende werking van een met sprankelende opwinding voorbereide voorstelling die zich door het gretige publiek wil laten veroveren. Het is meer alsof een oud kunstje nieuw leven moet worden ingeblazen, alsof dwangmatig gezocht is naar vondsten die lucht en vitaliteit moeten brengen, zonder van de innerlijke logica van het stuk uit te gaan. Zo zitten de spelers bij aanvang met pretoogjes grote rotsblokken te betikken, om deze even later vanachter de open-deurenwand naar het voortoneel te dragen als waren het veertjes. Grappig? Het probleem is, dat er geen organisch verband met 'Ivanov' valt te leggen. Ook het krijgertje spelen en onder tafel kruipen van Ivanov en zijn nieuwe bruid Sasja vóór de eerste dialoog van het vierde bedrijf is zo'n speelsigheid die geen ander doel dan zichzelf dient.

De zinderende kracht van 'Platonov' en 'De Woudduivel', waar de tranen van het lachen je in de ogen sprongen terwijl je hart huilde, wil 'Ivanov' maar niet krijgen. De dag na de première van afgelopen zaterdag realiseer ik me dat het door het decor komt. Dat schitterende dubbeldecor, waar ik bij 'De Woudduivel' niet op uitgekeken en -geroken raakte: een houten gevelwand met grote openslaande deuren, aan de buitenkant bekleed met boomstammetjes, tribunes aan weerskanten en op de vloer een dikke laag houtsnippers. Ik kan me voorstellen dat je zoiets inspirerends nog weleens zou willen bespelen, temeer daar het meteen de gelegenheid biedt op tournee het publiek twee voorstellingen uit je repertoire te laten zien.

Het houtige echter, dat je de innig met bossen en landleven verbonden Woudduivel als het ware rechtstreeks neus en zintuigen indreef, past niet de 'Ivanov' als een handschoen. Misschien had Koen haar enscenering moeten beperken tot het interieurgedeelte, dan had de voorstelling wellicht het vanzelfsprekende gekregen, dat spontaan associaties wekt met Ivanovs roep om lucht en ruimte om zijn futloosheid te bedwingen.

Maar misschien ook heb ik, verwend door het voorgaande werk, de lat te hoog gelegd. Slecht immers is de voorstelling niet. Er zijn mooie en heel mooie scènes, en ook van het spel valt weer heel wat te genieten. Het mag jammer zijn dat Willem Kwakkelstein zijn paljasrol wat erg overdrijft en dat Romana Vrede als de jonge verliefde Sasja niet echt weet te overtuigen, maar er staat wel wat tegenover. Bert Luppes als de wanhopig in het leven verstrikt geraakte Ivanov roept met zijn in zichzelf gekeerde blik een intense compassie op. Zelfs als hij op de verliefdheid van Sasja reageert, klinkt hij eerder manisch dan blij-verrast.

In relatief kleine rollen ditmaal schitteren Joke Tjalsma, die op haar eigen droogkomische wijze iets heel bijzonders maakt van de o zo zuinige rijkevrouw Zinaida, en Ria Eimers als wulpse weduwe. Maakt José Kuijpers van Ivanovs wegkwijnende vrouw een onverwacht pittige Sarah, vertederend is de Lebedjev, de pantoffelheld die zijn gerief uit de wodkafles haalt, van Ruurt de Maesschalck.

Al met al genoeg vertier toch in deze onhandig tussen melancholie en boslucht balancerende 'Ivanov'. En laat het publiek elders zich vooral niet de destijds enkel in Rotterdam gespeelde 'Woudduivel' ontglippen. Een juweel van een Tsjechov!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden