Met 't Gooi als springplank moet ook Moskou aan de Al Capone/Ik wilde gewoon een naam die begint met een A/De moderne mens kijkt niet op een euro

Danny Galliart is gewend tegenstanders fair, maar hard aan te pakken. Giganten als Pizza Hut, Domino's en New York Pizza krijgen een geduchte concurrent aan de ex-ijshockeyer. De spin off van 'Al Capones Pizza's & Pasta's' was spectaculair. In één klap opende Galliart in 't Gooi zeven pizza-keukens. En het bericht dat hij binnen twee jaar naar de babybeurs van de Amsterdamse effectenbeurs wil, haalde veel media.

De pizza-business is booming. Danny Galliart (30) zet - zoals de snelle zakenman herhaaldelijk vaststelt - een nieuw concept in de markt. Met zijn 'Al Capones Pizza's & Pasta's' is hij vast van plan de wereld van de thuisbezorgde pizza te veroveren. Eerst zal Nederland aan de voeten van Al Capone-pizza's liggen. Dan volgt Duitsland, een land dat voor een pasta-ondernemer qua marketing helemaal gefundenes Fressen is. En dan wacht de rest van de planeet.

Bescheidenheid is geen eigenschap waar je ver mee komt. Niet in het doorsnee leven, maar zeker niet in het ijshockey. Danny Galliart, geboren en getogen in het Gooi, kwam daar al snel achter. “Met zestien jaar kon ik naar de Verenigde Staten, gaan profhockeyen. Bij de Portland Winterhawks in Oregon. Later heb ik gespeeld in Alberta, Canada.”

Hij was een defender, een verdediger. Puck afpakken en snel naar voren, aanvallen. Die stijl en instelling heeft hij nog steeds. “Als je in Amerika uit speelt, zit je vaak twintig uur in de bus. Dan leef je op voedsel van restaurants en koeriers. Ik heb goed opgelet. Mijn moeder heeft een Italiaans restaurant in Nederland en dan heb er je daarginds toch net iets meer oog voor.”

Danny Galliart staat breed grijnzend in zijn stand op de beurs voor horeca-ondernemers. Hij geniet dezer dagen volop van de publiciteit. Als selfmade man leunt de robuuste Galliart dezer dagen op de vakbeurs Horecava in de Amsterdamse Rai maar al te graag op een ludieke pop van de naamgever aan zijn bedrijf: Al Capone.

In een knalrood overhemd met bewerkte helgele stropdas loopt hij als boss ook in het werktenue van zijn team. “Nee, stom, natuurlijk, maar aftrainen heeft er niet ingezeten. Als je op dat topniveau hebt gespeeld, ga je niet meedoen met het tweede. Dat spel kun je niet aanzien. Bovendien, ik was niet eens zo'n groot talent. Het was mijn inzet. Ik kon net zo hard vooruit als achteruit schaatsen. Trainen, twee keer per dag, was net zo goed een wedstrijd voor me. Dat gaat niet op halve kracht. Het is alles of niks.”

Op z'n achttiende runde Galliart een modieuze croissanterie. Even sprong hij in op een andere trend. Naast het restaurant van zijn moeder in Laren (van wie hij het pizza-bakken afkeek) begon hij een traiteur-afdeling. Op 25-jarige leeftijd, nu vijf jaar geleden, zag Danny gapende gaten in de markt tussen de pizza-grootmachten.

“Een van de geheimen van het succes is dat ik meteen ben begonnen met een call centre. Alle telefoontjes komen binnen op één plaats. De bestelling gaat meteen door naar de locaties. We geven geen garantie dat de pizza er binnen een half uur is. Nee, het kan langer duren, wel drie kwartier. Op die manier kun je de kwaliteit garanderen, raakt niemand overwerkt.”.

De ondernemer kleurt naarmate hij verder citeert uit zijn businessplan. Gilliart wijst op een grote beker in zijn stand. De Pizza Bakery Trophee uit '96. Vorig jaar werden door de Consumentenbond zijn thuispizza's als beste getest.

Het gaat om de uitstraling. “Met die snelheid moet je uitkijken. De meeste bezorgdiensten nemen een veel te groot gebied. Niet doen! Wij hebben brommertjes voor de korte afstanden en auto's voor het grotere werk. Daar zitten snelheidsbegrenzers op. Een sticker op de auto wijst erop. Dat is ook reclame.”

Gilliart zal niet ontkennen dat bij een klant tijdens het bellen naar zijn 0800-nummer het water al in de mond kan lopen. Die klant wil zo snel mogelijk een dampende doos met een Ocean Dip of een Big Al aanpakken. “Tussen zes uur en half acht wil iedereen eigenlijk meteen de bestelling hebben. Je kunt als pizza-koerier niet zeggen, zoals in een restaurant: u ziet het, alle tafeltjes zijn bezet. Vaak krijgen we in een uur of anderhalf zo'n zestig bestellingen. Dat kan een flinke Van der Valk misschien aan. Wij doen dat in winkeltjes van tachtig vierkante meter.”

Dat is geen geklaag, benadrukt Gilliart, maar je moet de klant een reëel perspectief geven. Dat past helemaal in de Amerikaanse manier van ondernemen. Als je daar als leverancier je afspraken niet nakomt, sta je zo voor de rechter. Zo gortig is het in Nederland nog niet.

“Toch moet je heel alert zijn, want de markt is heel scherp. In de Verenigde Staten heeft de pizza de hamburger al lang voorbij gestreefd. Kun je nagaan. MacDonalds heeft er 25 jaar over gedaan zich zo in de markt te zetten. In Nederland, in Europa, kan de pizza de burger ook achter zich laten. Daar ben ik van overtuigd. De concurrentie komt van deliveries van andere producten en van thuismaaltijden.”

De moderne mens, denkt Galliart, kijkt niet op een euro. Nu al is de afrekening bij een adres gemiddeld 35 gulden voor een toch betrekkelijk eenvoudige maaltijd. De dinky's - double income no kids - zullen voor gemak blijven kiezen, denkt Galliart. “En voor iets eigens, iets specifieks van het product. Daarom heb ik mijn pizza's puur Amerikaans gemaakt. Over alles gaat net als in de States mozarella-kaas. Wij hebben ook pepperoni, de echte Amerikaanse salami. Dat proef je meteen. Dat is kenmerkend voor Al Capone.”

De naam is gevallen. Al Capone. Precies honderd jaar geleden geboren in Chicago. In de 48 jaar van zijn leven heeft de mafia-baas een spoor van verwoesting achtergelaten. Wie noemt nu een pizza-lijn naar zo'n notoire misdadiger?

Galliart: “We willen zeker niet met zijn verleden in verband gebracht worden. Hij wordt ook als een karikatuur op ons logo ingevuld. Het was een naam die lekker bleef hangen. Mensen die de naam half hadden opgevangen, vroegen aan me: hoe zit het nou met die Al Capone van je? Dan weet je dat je met de naam goed zit.”

Maar er was nog een plattere reden. “Je ziet het op een beurs als deze, de Horecava, ook. Ik wilde gewoon een naam hebben die met een A begint. Sta je bovenaan.”

De gang naar de beurs heeft in het jonge leven van de ondernemer toch nog een vertraging van twee jaar opgelopen. “Het concept is eerst uitgewerkt. Alles is nu in één hand. Volgende maand gaan we naar een nieuw pand in Almere. Daar gaan zestig telefonistes zitten die de bestellingen doorgeven. Van daaruit worden de ingrediënten gedistribueerd. Daar wordt het eigen deeg gemaakt, voor de dikke Al-bodem. Van daaruit komt de expansie. Vijf openingen staan gepland. Uiteindelijk moet het leiden tot een landelijke dekking.”

En dan komt de jump naar Duitsland. De beursgang moet daarvoor geld genereren. Vooruitlopend daarop heeft Galliart begin vorig jaar 12 procent van de aandelen verkocht aan de Baarnse investeerder International Assets Europe. Die maatschappij was eerder betrokken bij de beursintroductie van automatiseerder Ring Rosa! Galliart ziet het allemaal voor zich. Duitsland is braakliggend. Daar wordt in de pizza-branch wat aangeprutst.

Als die springplank eenmaal gaat zwiepen, is de sprong naar Moskou zo gemaakt. “Ik sluit niks uit. Je bent soms afhankelijk van kleine dingen. Pizza-bakkers kan ik zat krijgen, maar om koeriers binnen te halen organiseer ik nu loterijen waarmee je een scooter kunt krijgen.”

“Soms komt de reclame uit onverwachte hoek. In soaps staan achter elkaar pizza-bezorgers voor de deur. Daar stuur ik mijn mensen graag naar toe, wat dacht je?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden