Met subsidie richting ondergang

Spanje is Europa's grootste visserijnatie. Beeld
Spanje is Europa's grootste visserijnatie.

Spanje staat model voor het failliet van het Europese visserijbeleid. Dat heeft geleid tot overbevissing, op kosten van de belastingbetaler. Gaat de EU er iets aan doen?

Er ligt een voorstel dat het Europese visserijbeleid ingrijpend moet hervormen. Maar één blik op Spanje - het land met de grootste vissector - en het is duidelijk een omslag lastig wordt.

Miljarden euro's subsidie hebben geleid tot een veel te grote vissersvloot en een verlieslijdende sector. Bedrijven lapten regels stelselmatig aan hun laars, ambtenaren lieten fraude begaan en bleven subsidie verstrekken, zo toont onderzoek van het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) aan.

Spanje heeft zijn slechte reputatie niet voor niets, zegt Ernesto Penas Lado, hoogste ambtenaar van het directoraat Visserij bij de Europese Commissie. "Probleem is dat het bij andere landen niet veel anders is." Spanje is wel het sterkste voorbeeld van een mislukt EU-beleid, zeggen critici.

De Spaanse visindustrie heeft sinds het jaar 2000 meer dan 5,8 miljard euro aan subsidies ontvangen. Werkelijk voor alles: van het slopen van verouderde schepen tot de bouw van nieuwe. Van tegoeden aan gepensioneerde vissers tot opleidingen. Subsidies zijn goed voor eenderde van de totale waarde van de Spaanse visserij. Bijna één op de drie vissen uit een Spaans net of van een Spaanse kwekerij is betaald met publiek geld.

Het onderzoek van de ICIJ zet voor het eerst op een rij hoeveel publiek geld de Spaanse visindustrie heeft gekregen: van de EU, uit Madrid en van regionale overheden. Spanje ontving eenderde van alle steun aan de Europese visserij sinds 2000, veel meer dan welk land dan ook. De industrie werd verder gesteund door de Spaanse overheid, kreeg belastingvoordelen en leningen tegen een lage rente.

Nergens wordt zoveel gevist als in de Europese wateren. Wetenschappers zeggen dat bij driekwart van de geconsumeerde vissoorten sprake is van overbevissing. Probleem van het EU-beleid, menen toezichthouders, is dat de enorme bedragen landen stimuleren om meer schepen te bouwen die de zeeën nog verder leegvissen.

Nu er in eigen wateren steeds minder vis is, koopt de EU buitenlandse vergunningen op om te mogen vissen bij landen als Marokko, Mozambique en Ivoorkust. Milieugroepen, visserijexperts en EU-politici hebben kritiek geuit op deze akkoorden. Europese vissers zouden profiteren van arme landen, die zelf de kennis en middelen missen om hun visbestanden te beschermen.

De Spaanse visserij ontving de afgelopen tien jaar voor meer dan 800 miljoen euro aan buitenlandse rechten, tweederde van alle vislicenties die Europa kocht. Carmen Fraga Estévez, de meest invloedrijke politicus op visserijgebied in het Europees Parlement, staat achter de afspraken. Fraga was staatssecretaris van visserij in Spanje. Ze zat 17 jaar in de visserijcommissie van het Europees Parlement, waarvan ze nu voorzitter is.

Volgens de Spaanse EU-parlementariër Josefa Andrés Barea zijn buitenlandse vislicenties van essentieel belang. Toen Spanje toetrad tot de EU, in 1986, mocht maar een beperkt aantal schepen de Europese wateren op. Wilden vissers overleven, dan moesten ze uitwijken naar het buitenland. En als Spanje daar niet vist, zegt de politica, dan zijn het wel machten als China. "En die houden zich helemaal niet aan de regels."

In 2006 werd duidelijk wat een puinhoop het Europese visserijbeleid had opgeleverd. Minder vis betekent minder en armere vissers. Hele vloten gingen failliet. In opdracht van de EU is de wetgeving goed bekeken. Een document, informeel wel het Frankenstein-rapport genoemd, legt de schuld bij de subsidies.

De sector kan niet zonder. In de hele EU krijgt de visserij meer belastinggeld dan ze aan vis opbrengt. Groepen die de commissie moeten adviseren over visbeleid, komen voornamelijk uit de sector zelf en gebruiken het overleg om te lobbyen. Conclusie van de EU-onderzoekers: "Het beleid gaf niet de juiste prikkels voor een verantwoorde manier van vissen. Het heeft zelfs een onverantwoorde vangst bevorderd."

Het probleem is dat het visserijbeleid is geënt op het Europese landbouwbeleid, zegt Isabelle Lövin, Europarlementariër voor de Zweedse Groenen. "Je investeert in mest en materiaal en er groeien meer planten. Maar dat model werkt niet bij de visserij. Hoe meer boten, des te minder vis. Er is wel geld gestopt in de sloop van oude schepen, maar tegelijk zijn andere schepen gemoderniseerd, die meer en meer vangen."

Volgens het Frankensteinrapport moeten EU-landen hun capaciteit halveren en zich streng houden aan quota, zodat de visstand kan herstellen. Maar volgens de Spaanse minister van visserij Alicia Villauriz moeten beleidsmakers niet alleen naar capaciteit kijken. "De vloot verkleinen kost heel veel banen."

Jaarlijks worden wereldwijd beschermde vissoorten met een waarde van 16,7 miljard euro illegaal verkocht. Zelden daagt de Europese Commissie een lidstaat voor de rechter. Het Hof van Justitie, de hoogste rechtbank, heeft Spanje drie keer aangeklaagd. Het land hield zich niet aan vangstbeperkingen, er was geen controle op zijn vloot en overtredingen werden onvoldoende bestraft.

Veel kritiek is er op de Spaanse havens, waaronder Las Palmas waar veel illegale vis uit Afrika Europa binnenlekt. Volgens de Spaanse staatssecretaris Alicia Villauriz is controle in Spanje lastig met meer dan 10.000 vissersboten, bijna 500 kilometer kust en 47 grote havens. Het ministerie zegt dat het aantal inspecties tussen 2004 en 2010 is verdubbeld naar 9323. Groot-Brittannië telde in 2004 50.000 controles. Slechts vier Spaanse inspecteurs controleren meer dan 700.000 ton vis.

Spaanse ambtenaren kijken bij het uitdelen van subsidies niet of de ontvangers ooit betrokken zijn geweest bij illegale visvangst. Spanje, noch de EU, wil openbaar maken hoeveel illegale vissers zijn beboet. Wel is er een database van bedrijven die hoger beroep hebben aangetekend tegen rechterlijke uitspraken. Van alle Spaanse vissers die in beroep gingen tegen een boete, bleef meer dan tachtig procent subsidie ontvangen. Ook na een veroordeling in hoger beroep.

Slechts één keer heeft het ministerie van visserij volgens ambtenaren geprobeerd subsidie te weigeren aan een bedrijf. Nationale en internationale handhavers hebben meermaals geprobeerd dit bedrijf, Vidal Armadores, te pakken voor de vermeende betrokkenheid bij een illegaal netwerk van piraten.

Brussel eiste meermaals dat Spanje subsidie aan het bedrijf zou terugvorderen. Zeker tot 2010 bleven Spanje en de EU echter gelden verstrekken, zeker 8,2 miljoen euro in veertien jaar tijd. In een interview met ICIJ ontkent eigenaar Manuel Antonio Vidal Pego illegale praktijken. Volgens hem heeft het bedrijf recht op subsidie. Vorig jaar werd Vidal Armadores toch beboet, de EU bijdrage werd stopgezet. Maar het bedrijf ging tegen de beslissing in beroep.

Na twee jaar overleg heeft de Europese visserijcommissie in juli een voorstel ingediend. Commissaris Maria Damanaki noemt haar voorstel ingrijpend. "We gaan de industrie niet langer rechtstreeks subsidiëren. We geven alleen nog geld onder strenge voorwaarden. Als er sprake blijkt van illegale praktijken dan willen we ons geld terug." De buitenlandse licenties heten voortaan 'duurzame visserij-akkoorden'. "We vissen alleen als er een overschot is."

Javier Garat is de meest invloedrijke lobbyist voor de Spaanse visindustrie. Hij noemt het voorstel laf. De commissie is in zijn ogen bezweken onder druk van milieuactivisten en vooringenomen media, zonder rekening te houden met de gevolgen voor visserijsector.

Toch is heel veel niet in Damanaki's voorstel gekomen. Overbevissing wordt niet bestempeld als misdrijf, zoals in de VS. Er is geen plan om de vloot in te perken, of om de buitenlandse akkoorden van quota te voorzien. Politieke allianties en lobby bepalen hoe stevig de regelgeving wordt, als ze op 1 januari 2013 in werking treedt. Ernesto Penas Lado, van het directoraat visserij bij de Europese Commissie, zegt dat geen enkel land - laat staan Spanje - zich verantwoordelijk voelt voor het zeeleven. "Vis is van niemand, dus van iedereen. 27 landen moeten het eens worden over gemeenschappelijk beleid. Ze zijn niet bereid een offer te brengen voor natuurbehoud. Ze denken toch: alles wat ik niet opvis, vangt mijn buurman wel."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden