Met strafschoppen zal Nederland geen wedstrijd winnen

MONACO - Het moet zaterdag bij Nederland-Argentinië geen kwestie van strafschoppen worden. Oranje heeft er op dit gebied nooit iets van terechtgebracht. De Argentijnen zijn er juist in gespecialiseerd, zo bevestigden zij dinsdagavond voor de zoveelste keer tegen Engeland.

Johan Neeskens en Pim Doesburg zijn twee van de vier assistent-bondscoaches, die Guus Hiddink in Frankrijk terzijde staan. Uit eigen ervaring kunnen zij hoog in de bergen boven Monaco vertellen hoezeer de aanstaande tegenstander Argentinië bedreven is in het nemen van strafschoppen. Een jaar na de WK-finale van 1978, speelden Nederland en Argentinië ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de wereldvoetbalfederatie FIFA een erewedstrijd in Bern. Het duel werd aangekondigd als 'WK-revanche'. Dat was vooral van Nederlandse kant wat overdreven, want van de dertien spelers die op 25 juni 1978 in Buenos Aires de gemene finale meemaakten, waren er in Bern nog maar zes over. Bij de Argentijnen ontbraken slechts twee man uit het basiselftal. Van een verzwakking was geen sprake, want één der twee nieuwelingen was de tiener Diego Armando Maradona.

Omdat de stand na negentig minuten nog altijd 0-0 was en de Fifa een heuse Cup aan de vriendschappelijke wedstrijd had verbonden, werd besloten tot het nemen van strafschoppen. Nederland kwam in die reeks van maar liefst twintig trappen niet één keertje voor. Bij 5-5 miste Feyenoords Oranje-eendagsvlieg (voor 33 minuten) Jan Peters de kans op de eerste voorsprong. De laatste misser kwam van de voet van de andere, zoveel vaker in het Nederlands elftal gekozen, Jantje Peters. Doesburg, toen de goalie van Sparta, stopte weliswaar de penalties van Olguin en Ardiles, maar aan het eind was het 8-7 voor Argentinië.

Die Argentijnse winst in Bern staat niet op zichzelf. Op de grote toernooien springen twee landen erbovenuit als het op strafschoppen aankomt: Argentinië en Duitsland. Argentinië heeft drie keer strafschoppen genomen op het WK en ook drie keer gewonnen. Dat ging ten koste van Joegoslavië (1990), Italië (1990) en Engeland (1998). Voor de Copa America van 1993 in Ecuador werden voorts Brazilië en Colombia op de stip door Argentinië geklopt. Alleen in 1995 ging het een keer mis, toen won Brazilië na strafschoppen van Argentinië. Ten slotte won Argentinië twee jaar geleden ook nog eens de Pan American Games, door Mexico in de finale via strafschoppen met 5-4 te verslaan.

Er zijn ook landen die op dit vlak opvallend zwak zijn. Tot de zwakste landen behoort Nederland. Dat bewijst bijvoorbeeld de score in de Europa Cup-toernooien. Vanaf 1970 worden Europese bekerwedstrijden in laatste instantie via strafschoppen beslist. Nederlandse clubs kregen er negen keer mee te maken. Slechts drie keer liep het goed af. Ajax verloor zelfs alle vier keren op de stip: van Levski Sofia, Bohemians Praag en twee keer van Juventus. Er bestaat een landenlijstje over die penalty-wedstrijden. Precies 25 landen staan er op en Nederland heeft als nummer 22 alleen Zwitserland, Griekenland en Schotland (deze absolute losers van het internationale voetbal hebben alle wedstrijden na strafschoppen verloren!) als nog slechtere penalty-landen onder zich. Op die lijst komt de koelbloedigheid van de Duitse voetballer naar voren. Voor zij deel ging uitmaken van de Bondsrepubliek, moesten de Oost-Duitsers in de Europese toernooien vijftien keer strafschoppen nemen. Zij wonnen dertien keer. De West-Duitsers deden het tien keer en wonnen zeven keer. Van de drie keer dat het mis ging, betrof het tweemaal een wedstrijd tegen Oost-Duitsers. Alleen Hongarije (7-1) staat op dit lijstje tussen de gescheiden Duitslanden op de tweede plaats.

Zenuwen

Na de van Argentinië verloren stip-serie in 1979, moest het Nederlands elftal in nog twee andere interlands het penalty-gevecht met de zenuwen aan. Ook in die twee gevallen ging het mis. In 1992 was er op het EK in Zweden de uitschakeling door Denemarken en in 1996 op het EK in Engeland de uitschakeling door Frankrijk. Ook in 1996 verspeelde Ajax de Europa Cup 1 door na 120 minuten finalevoetbal tegen Juventus vanaf elf meter te falen.

Diverse onderzoekers hebben zich de afgelopen jaren op de penalty gestort. De aan de VU-vakgroep psychologie verbonden onderzoekers Bootsma en Savelsbergh analyseerden tussen 1982 en 1986 vele honderden strafschoppen. Ten tijde van hun onderzoek was de keeper nog verplicht voor het schot stil te staan op de doellijn. Deze uit 1929 daterende regel werd met ingang van het seizoen 1997-1998 afgeschaft. Bootsma en Savelsbergh concludeerden allereerst dat in vrijwel alle gevallen sprake was van een reglementaire fout van de keeper. De doelman bewoog nagenoeg altijd te vroeg, maar er was geen scheidsrechter die dat een bezwaar vond. Opvallend was de uitkomst dat de keeper in 67 procent van de gevallen de verkeerde hoek koos. Ging de doelman wel naar de goede hoek, dan stopte hij slechts één op de vier strafschoppen. Tien jaar na die laatste conclusie van Bootsma en Savelsbergh, maakte Edwin van der Sar het in de finale Ajax-Juventus nog gekker. De 1.97 meter lange Van der Sar heeft armen met een bijzondere reikwijdte. Hij ging in alle gevallen naar de goede hoek en toch wist hij niet één penalty te stoppen.

De Canadese onderzoekers Franks en Harvey analyseerden alle 138 strafschoppen die op de WK-toernooien tussen 1982 en 1994 werden genomen. 77,5 procent werd benut, 8 procent ging over, naast, of raakte het buizenstelsel, 14,5 procent werd door de keeper gestopt. Na hun studie kregen de doelmannen van Franks en Harvey het advies niet zo zeer op de bal, doch tot op het allerlaatste moment op het 'voetsignaal' van de schutter te letten. De Duitse onderzoeker Kuhn had eerder al vastgesteld dat een zuiver in de hoek gerichte strafschop die met een snelheid van 90 kilometer per uur wordt geschoten, voor de keeper feitelijk onhoudbaar is. De bal bereikt de doellijn in 0,45 seconden, terwijl de keeper tussen de 0,5 en 0,7 seconde nodig heeft om naar een hoek te duiken. Onderweg moet de doelman dan ook nog de hoogte van de geschoten bal bepalen. Niet alle schutters zijn echter in staat zuiver te richten en sommigen bereiken ook maar een snelheid van 75 kilometer. In die gevallen kan de doelman baat hebben bij de uiterste concentratie op het voetsignaal. De rechtsbenige speler die zijn voet vlak voor de trap iets naar buiten buigt, verraadt dat hij de rechterhoek zoekt. Blijft de voet in de iets meer natuurlijke binnenkant- of rechte richting staan, dan wordt op de linkerhoek gemikt. Voor linksbenigen gelden uiteraard de averechtse vormen.

In veruit de meeste gevallen kiezen de schutters voor de 'natuurlijke' houding. Anders gezegd: de rechtsbenigen kiezen de linker-, de linksbenigen de rechterhoek. Wie het anders doet, loopt tamelijke grote risico's. Daar weten de Nederlanders alles van. Van Basten schoot in 1992 tegen de Denen met rechts op de rechterhoek, het was de enige misser. Seedorf schoot in 1996 tegen de Fransen met rechts op de rechterhoek, het was de enige misser.

De Champions League-finale van 1996 tussen Juventus en Ajax liet hetzelfde beeld zien. Namens de Italianen mikten de rechtsbenigen Ferrara, Pessotto en Jugovic op de linkerhoek en de linksbenige Padovano op de rechterhoek. Van der Sar kwam er in alle gevallen niet aan. Mis ging het anderzijds met twee Ajacieden. De linksbenige Davids zocht de linkerhoek en miste, de rechtsbenige Silooy zocht de rechterhoek en miste.

Er zijn natuurlijk ook weleens uitzonderingen die de regel bevestigen. Zie Argentinië-Engeland van dinsdag. De beslissende misser kwam op naam van David Batty, hij schoot rechts, mikte links, maar doelman Roa vond toch het succes. In de serie van tien was Ayala de uitzondering, die rechts trapte en rechts mikte. Zijn schot was echter zo zuiver dat er voor Seaman geen houden aan was. Maar dan de twee andere missers: Crespo schoot met rechts en mikte rechts, Ince deed het precies zo (en dus eigenlijk verkeerd, of tenminste riskant). In de reguliere speeltijd was al aangegeven hoe het moet op de stip: Batistuta rechts-links (1-0), Shearer rechts-links (1-1).

Er zijn overigens ook nog andere uitzonderingen. Neeskens knalde de ballen altijd met een snelheid van ruim honderd kilometer per uur. Door het midden, hoog, laag, in de hoek - dat maakte Neeskens niet uit. De onder vuur genomen keeper kreeg er wel eens een vinger tegen aan, maar houdbaar waren de projectielen van Neeskens nooit. Alleen al in 1974 nam hij op die manier zes rake strafschoppen voor Oranje. Mijatovic wilde het maandag in Toulouse precies zo doen. Hij deed er zijn ogen bij dicht en beukte de lat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden