Met reusachtige sprongen stabiel in top-10

Met een klein budget en slimme programma's staat Nederland in de paralympische sport in de top-10 van de wereld. Er werden 63 medailles gewonnen.

Waar de Nederlandse olympische sporters met de huidige budgetten voor een schier onmogelijke opgave staan, daar zijn de paralympiërs in Rio de Janeiro geslaagd. Zij dwongen met een oogst van 63 medailles, waaronder 18 gouden, de gewenste solide positie af tussen de tien beste sportlanden van de wereld.

De progressie van de paralympische sport is door technologische ontwikkelingen en steeds meer fulltime trainingsprogramma's wereldwijd groot. Dat kwam in Rio tot uiting in een ongekende stroom wereldrecords. Nederland houdt die ontwikkeling niet alleen bij, maar blijft die met grote sprongen voor. In Peking (2008) werden nog 22 medailles gewonnen, vier jaar geleden in Londen werd met 39 medailles de top-10 net bereikt.

Tijdens de sluitingsceremonie van Rio paradeerde Nederland als zevende mee, net voor gastland Brazilië. Daarboven de grootmachten die over veel meer geld en potentieel beschikken, respectievelijk het al sinds 2004 oppermachtige China, Groot-Brittannië, Oekraïne, de Verenigde Staten, Australië en Duitsland.

Met de juiste investeringen en slimme programma's blijkt een derde factor van invloed op succes: vaardig zoveel mogelijk goede sporters af. In de tien verschillende handicapgroepen, die weer zijn onderverdeeld in een wirwar van classificaties, is het snel prijs. Dat was het verwijt dat China (310 atleten wonnen 239 medailles, waarvan 107 gouden) werd gemaakt. Het land dat volgens de Beijing Review kan putten uit een groep van 85 miljoen gehandicapten, meer dan de hele bevolking van Duitsland.

De relatie tussen afvaardiging en medailletotaal ging ook op voor Nederland, dat met een recordaantal van 126 sporters - ruim een derde meer dan Londen - ruim 50 procent meer medailles won. Ondanks de in verhouding met concurrerende landen veel kleinere vijver van talent.

De compactheid van Nederland wordt bij NOC-NSF gezien als een van de pijlers van het succesvolle scoutingsysteem, waarmee het zich kan vergelijken met Australië, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Ook al kan het niet, zoals de VS, terugvallen op omvangrijke talentontwikkelingsprogramma's voor oorlogsslachtoffers. Nederland vaardigde slechtst drie sporters af met een militaire achtergrond.

Het is in Nederland bovendien verboden handicaps in het bevolkingsregister te registreren. "Dit maakt het vinden van kandidaat-sporters met een handicap moeilijker dan in landen waar dit wel is toegestaan", aldus een woordvoerder van NOC-NSF.

Daar staat tegenover de efficiëntie van het scoutingsysteem binnen een hecht netwerk, en het in een vroeg stadium organiseren van centrale trainingen voor talenten. Valide en invalide mensen sporten bovendien in veel bonden samen. Voor andere sporten, zoals wielrennen, worden talentendagen gehouden. En sporters worden waar mogelijk gestimuleerd voor een sport te kiezen die ze beter ligt. Zoals gebeurde bij sprintster Marlou van Rhijn, die van zwemmen de succesvolle overstap naar atletiek maakte.

De budgetten in voornoemde landen zijn groter. NOC-NSF investeert jaarlijks gemiddeld 2,5 miljoen euro in paralympische topsportprogramma's plus minimaal 30% cofinanciering van de bonden. Daar komen de stipendia (salarissen) voor de sporters van het ministerie van VWS bij. Australië (vijfde in de rangschikking) investeert negen miljoen per jaar in programma's; Groot-Brittannië (tweede) 14,5 miljoen.

Het draaien van fulltime trainingsprogramma's is in de paralympische wereld de standaard geworden. Nederland is daarbij een van de weinige landen waar vanuit één organisatie expertise wordt geboden voor zowel olympische als paralympische topsportprogramma's. Trainers en deskundigen op alle gebieden zijn in beide secties actief. Dat maakt het systeem effectief.

Met dat alles bracht Nederland sterren naar Rio die goed waren voor dubbel goud. De zwemsters Lisa Kruger en Liesette Bruinsma, wielrenster Alyda Norbruis, tennisster Jiske Griffioen (enkel en dubbelspel) en Marlou van Rhijn.

Van Rhijn, die na de 200 meter gisteren met minimaal verschil ook de 100 meter won, werd mede vanwege haar uitstraling vooral in Nederland tot koningin van de atletiekbaan uitgeroepen. In het angstvallig leeg gebleven atletiekstadion was dat een gedeelde eer, die ook elders werd gevierd. De Britse Libby Clegg, de Cubaanse Omara Durand, de Amerikaanse Deja Young en de Chinese Xia Zhou presteerden in andere categorieën hetzelfde.

Met haar twee protheses was Van Rhijn in de startblokken ver in het nadeel ten opzichte van de Duitse Irmgard Bensusan en Nyoshia Cain uit Trinidad & Tobago, die beiden zonder protheses lopen. Maar eenmaal op snelheid is de Nederlandse op de laatste meters onstuitbaar. Dat maakt haar triomfen zo spectaculair.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden