Met regenboogveters het veld op

taboe| Als een van de eerste Nederlandse profclubs probeert Excelsior het taboe rondom homoseksualiteit op het voetbalveld actief te doorbreken. 'Iedereen heeft wel wat.'

Hoe vaak hoort Marco van Lochem het niet bij een van zijn jeugdspelers? "Je speelt als een flikker." Dan roept de jeugdtrainer van Excelsior zo'n ventje bij zich. Vraagt hem waarom hij dat zo zei. Grote kans dat de jongen dan zegt: "Hij speelt toch ook als een flikker?"

Er zijn ook andere manieren om dat te zeggen, legt Van Lochem dan uit. Het Hoofd Jeugdopleidingen van de club uit Rotterdam-Kralingen laat aan het begin van het seizoen altijd het spandoek aan de rand van de trainingsvelden aan zijn pupillen zien. De R van Excelsior staat daarin voor: 'Respect voor geloof, geaardheid en cultuur'.

Homoseksualiteit is een van de grootste taboes in het voetbal. Slechts een enkele speler kwam tijdens zijn loopbaan uit de kast. Om daarna vaak alsnog te stoppen. Wie als homo bekend kwam te staan, kreeg geen contract meer, of werd weggepest door spreekkoren. Justin Fashanu, die als eerste Britse profvoetballer uit de kast kwam, pleegde in 1998 zelfmoord, na voortdurende pesterijen. In Nederland kwamen enkele profvoetballers ervoor uit dat zij homo zijn. Ná hun carrière.

Voetbalbond KNVB kwam in 2012 met een actieplan om de acceptatie van homoseksualiteit te stimuleren. Dat is ook het doel van de John Blankenstein Foundation. De stichting is vernoemd naar de in 2006 overleden scheidsrechter en homo-activist John Blankenstein. Zijn zus Karin Blankenstein is voorzitter.

Aan de slag ermee

Twee jaar geleden kwam Blankenstein voor een lezing naar stadion Woudestein. Excelsior reageerde enthousiast op haar suggestie meer te doen met homo-acceptatie. Vooral Van Lochem twijfelde niet: "Aan de slag ermee." Excelsior doet graag iets terug voor de maatschappij, zegt hij. Voor kinderen in arme buurten, basisscholieren met leerproblemen en voor vrouwen die willen re-integreren op de arbeidsmarkt. Trainer Van Lochem benadert het nuchter. "Homoseksualiteit is niet vies of raar. Iedereen heeft wel wat. Als je elkaar respecteert en waardeert, is er minder gezeik."

Excelsior loopt voorop in de voetballerij, zegt Karin Blankenstein. "Voor een betaald voetbalorganisatie heeft Excelsior behoorlijk wat aandacht voor homoseksualiteit." ADO Den Haag heeft ook een programma voor homo-emancipatie, maar Excelsior doet het met meer overtuiging.

Inmiddels spelen veel jeugdspelers van de club uit Rotterdam-Kralingen met regenboogveters. In april van dit jaar, tijdens de thuiswedstrijd tegen Heerenveen, volgden drie spelers uit het eerste. Luigi Bruins, Daan Bovenberg en Sander Fisscher deden de bonte veters in. Niet alle spelers wilden eraan, maar de drie hielden ze ook in de daaropvolgende eredivisiewedstrijden in de schoenen.

Van Lochem denkt dat je een thema als homoseksualiteit júist bij Excelsior kan bespreken, qua begroting de kleinste club van het land. De sfeer is gemoedelijk. Op de tribunes kent iedereen elkaar.

Kralingen mag de reputatie van een studenten- en villawijk hebben, Excelsior heeft een gemengd ledenbestand. In Kralingen-Oost wonen veel welgestelde Rotterdammers. Maar op de pleintjes van Crooswijk en Kralingen-West, waar clubicoon Robin van Persie zijn eerste balletjes trapte, ligt het gemiddelde inkomen fors lager, en is de sfeer een stuk volkser.

Van Lochem: "Bij Excelsior gaan heel rijk en de bijstand hand in hand. En alle culturen voetballen hier. Je leert elkaar accepteren." En dat geldt niet alleen voor seksuele voorkeur. "Met het Suikerfeest geef ik moslims vrij voor de training. Als wij met Kerst vrij krijgen, waarom zij dan niet met Suikerfeest?" De islamitische spelers moeten wel iets terugdoen voor die vrije dag. "De volgende training moeten ze dan wat van die lekkernijen meenemen. Dan weet de hele spelersgroep gelijk: 'Leuk, dat Suikerfeest'."

Bij zo'n kleine en relatief knusse club is homoseksualiteit makkelijker onder de aandacht te brengen, denkt Van Lochem, dan het bij grote buur Feyenoord zou zijn. "Daar is de achterban een stuk onrustiger. Dat maakt een verschil. Als bij Excelsior 100 van de 4000 toeschouwers fluiten, doet het pijn. Het doet nog meer pijn als 1000 van de 50.000 dat doen."

Bovendien zijn spelers bij een grote club makkelijker te vervangen, zegt Van Lochem. "Stel: je staat als kleine club op het punt Europees voetbal te halen en je hebt een spits die er 25 ballen per jaar in legt. Wat als die jongen uit de kast komt, je besluit hem eruit te halen en er wordt daarna niet meer gescoord?" Een kleine club heeft zijn spelers veel harder nodig dan een topclub met een bank vol goede reserves.

Maar de jeugdtrainer waakt ervoor té gewichtig over homoseksualiteit en voetbal te doen. "Laten we er alsjeblieft niet te veel de nadruk op leggen." Hij vreest dan voor een tegenreactie. Homoseksualiteit moet je vooral bespreken op een manier die bij voetbal past: met een kwinkslag. Met kleedkamerhumor. "Je moet wel een opmerking kunnen maken, zodat je erom kan lachen: dat je je zeep niet meer kan laten vallen in de douche. Hoe luchtiger, hoe sneller het wordt geaccepteerd."

Machogebeuren

Karin Blankenstein is het met Van Lochem eens. Ze gelooft niet dat de voetbalstadions vol homohaters zitten. "Is homoseksualiteit in het voetbal echt minder geaccepteerd? Of is het meer een machogebeuren, van groepen mannen onder elkaar?"

De mentaliteit zal langzaam maar zeker veranderen, denkt zij, wanneer meer clubs het pad van Excelsior volgen. Wie weet durft dan de eerste homoseksuele voetballer uit de kast te komen. Blankenstein: "En dan zal de reactie van de supporters ook wel meevallen. Een supporter staat voor zijn vereniging. Iedereen op de tribunes wil dat zijn club op zondag drie punten pakt. Dan zal het je toch een rotzorg zijn of het doelpunt door een homo, een bi, een Surinamer of een Turk wordt gemaakt?"

Arnold Smit  oud-keeper van FC Volendam

'Ik kreeg twee opties: mijn homoseksualiteit verzwijgen of stoppen met voetballen'

Arnold Smit dacht lang dat als hij maar hard genoeg trainde, zijn homoseksualiteit vanzelf zou overgaan. "Als topsporter was ik gewend om resultaat te halen wanneer ik ergens hard voor trainde." Des te frustrerender was het dat het uiteindelijk niet lukte om hetero te worden.

Eigenlijk wist Smit (38) zijn hele leven al dat hij homo was. Al in de jeugd bij Ajax, en ook toen hij na een lange blessure bij FC Volendam ging keepen. Hij kon het goed verbergen, zodat geen van zijn ploeggenoten het merkte. "Keepers zijn toch altijd de aparte lui in het team."

Smit deed gewoon mee in het stoere gedrag van de groep. Maakte net zulke harde grappen en schold een speler die de bal verkeerd raakte ook uit voor 'homo' of 'mietje'. Alleen als het in de kleedkamer over veroverde meisjes ging, had Smit altijd net even iets anders te doen.

Hoewel hij zelf meedeed, deed het hem elke keer pijn als er op het veld gescholden werd met homoseksualiteit. Hij ging er steeds meer op letten. "Ik ging het mezelf aantrekken, als er tijdens een peptalk werd gezegd: 'We zijn toch geen mietjes?!'" Een tegenstander die iemand voor 'flikker' uitmaakte, pakte Smit stevig aan. "Dan kwam ik vol op zijn lichaam in, of pakte ik ook zijn benen mee."

Lang kon Smit zijn geheim met zich meedragen. Het hielp hem zelfs een betere voetballer te worden. Hij wilde nog meer bewijzen dat hij een mannelijke man was. "Ik heb ook veel kwijt gekund in trainingen en wedstrijden. Een soort katalysator."

Valkuil

Toen kreeg hij zijn eerste profcontract. Het doel waar hij jaren aan had gewerkt, had hij bereikt. Vanaf dat moment begon zijn fanatisme ook een valkuil te worden. Waar hij eerder frustraties in zijn spel kwijt kon, begon het nu aan hem te vreten dat hij zichzelf niet kon zijn. "Zolang ik niet eerlijk was over wie ik was, kon ik me niet verder ontwikkelen als persoon." Op een gegeven moment was hij dag en nacht bezig met zijn homoseksualteit. "Vooral als je alleen bent, slaat het toe."

Het ging zijn spel beïnvloeden. Hij kwam te laat, of te hard in bij tegenstanders, met risico's op kaarten en blessures. Ondertussen werd zijn obsessie, dat hij anders was dan anderen, steeds groter. "Ik kon er nergens over praten. Ik kende geen enkele andere homo en het internet was nauwelijks ontwikkeld." Als Smit aan homo's dacht, zag hij 'Geer & Goor'-achtige types voor zich, of hossende halfnaakte mannen bij de Gay Pride in Amsterdam. Niemand met wie hij zich kon identificeren. Het enige voorbeeld in de voetballerij dat de keeper had was Justin Fashanu, die na zijn coming-out zelfmoord had gepleegd.

In die tijd had Smit ook een relatie met een meisje. Zij had door wat er aan de hand was. Toen ze hem vertelde dat ze hem ging verlaten omdat ze dacht dat hij homoseksueel was, schoot Smit in de ontkenning. "De drempel die ik had gehad om erover te praten, was veranderd in een berg. Ik wist niet meer waar ik moest beginnen, wat ik moest doen. Ik dacht ook dat mijn ouders het nooit zouden accepteren als ik het hun zou vertellen."

Hij besloot er toch met iemand over te praten. Iemand die emotioneel iets verder van hem af stond: een bestuurslid van FC Volendam. Toen Smit hem vertelde over zijn homoseksualiteit, gaf het bestuurslid twee opties: "Of je verzwijgt het tot het einde van je carrière, of het wordt tijd voor een andere hobby."

Klap in het gezicht

Het was als een klap in zijn gezicht. Smit koos de tweede optie. Bij een reorganisatie van de club beëindigde hij zijn carrière. "In het begin voelde ik me verraden. Nu denk ik dat de bestuurder me wilde beschermen. Justin Fashanu had toen net zelfmoord gepleegd, er waren veel spreekkoren over homo's. Hij zal dat oprecht het beste advies hebben gevonden."

Een paar jaar nadat hij was gestopt, kwam Smit alsnog uit de kast. Voor veel vrienden en zijn moeder kwam het niet als een verrassing. Hij ging weer voetballen, bij de amateurs. Maar het was te laat voor de eens veelbelovende keeper om zich weer in een profavontuur te storten.

Nu werkt Smit bij de VVCS, de vakbond voor voetballers. Hij is daar vertrouwenspersoon, een functie die tijdens zijn carrière nog niet bestond. Er hebben zich al drie Nederlandse voetbalprofs bij hem gemeld, die worstelen met hun homoseksualiteit. "Het is niet mijn doel om per se een voetballer uit de kast te laten komen. Ik wil een klankbord zijn, omdat ik weet dat het fijn is als iemand naar je luistert." En het ligt nog steeds gevoelig, merkt hij. "Sinds ik dit werk doe, is al een paar keer geprobeerd mijn computer te hacken."

Smit koestert geen wrok ten opzichte van de voetballerij. "Ik ben met mezelf in het reine." Hoewel hij het toch nooit helemaal kan afsluiten. "Ik blijf een topsporter. Je vraagt je toch af: hoe was het gelopen met mijn carrière als ik de ballen had gehad om uit de kast te komen?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden