Met Real triomfeert ook het voetbal

Stijlvolle ploeg van coach Ancelotti overtroeft in finale van Champions League nihilistisch opererend Atletico

LISSABON - REAL MADRID 4 - ATLETICO MADRID 1 (na verlenging)

Laat op de zaterdagavond zwenkte het licht in het Estadio da Luz dan toch nog van de tweede club van Madrid naar de eerste, en daarmee vooral naar de annalen van het voetbal en twee mannen van stavast die zich daarin ereplaatsen verschaften. Sergio Ramos balde als eerste de vuist in Lissabon, als de waardevolle en volhardende verdediger die Atletico Madrid met een rake kopbal in extremis in het hart trof, en na de zoete verlenging triomfeerde Carlo Ancelotti, waardig trainer met een uitzonderlijk palmares.

Voor de diepste clubsentimenten was het mooi dat juist Ramos, een van de kinderen van de club, Real Madrid alsnog de weg kon wijzen naar zijn al zo lang gewenste tiende eindzege in het belangrijkste Europese voetbaltoernooi. Maar ook afstandelijker beschouwd viel er uitstekend mee te leven. Ancelotti overtroefde alle moderne trainers met zijn derde triomf in de Champions League - en evenaarde Bob Paisley, die met Liverpool in 1977, '78 en '81 de Europa Cup I won - en daarmee is in het tegenwoordige voetbal met zijn buitenissigheden, overspannenheid en haantjesgedrag toch maar mooi een bedaarde heer van stand onweerlegbaar de beste.

Ancelotti, die als speler de Champions League al twee keer met AC Milan had gewonnen, was kalm gebleven in de laatste minuten van de reguliere speeltijd, ook voor de bevrijdende kopstoot van Ramos (1-1). Hij had, voor zichzelf, zijn karakteristieke pompende juichbewegingen gemaakt na de drie treffers van Real in de verlenging en daarna zei hij: "We hebben geprobeerd uit te voeren wat we aan het begin van het seizoen voor ogen hadden en we zijn daarin geslaagd". Het was, in alle rust, de analyse van een trainer die zichzelf niet op de voorgrond plaatst en spelers vrijheden laat in het bedenken van een gezamenlijke strategie.

Voor hem boog na de meeslepende omwenteling Diego Simeone, de coach van Atletico die vooraf meer aandacht had opgeëist. Hij, de Argentijnse oud-krijger op het middenveld, was geprezen als de architect van een vechtersploeg die hij in zijn geest had geformeerd en die hij al naar de zege in de Europa League van 2012 en, onlangs, het landskampioenschap had gestuwd. Maar zaterdag viel er niets te prijzen: Simeone zelf niet, die ordinair tot driemaal toe het veld op was gestormd, én het voetbal niet van Atletico, dat stug verdedigde en aanvallend weinig tot niets bood - en niet voor het eerst: in de kwartfinale tegen Barcelona was het niet anders geweest.

Weliswaar ontbraken middenvelder Arda Turan en de snel weggevallen spits Diego Costa, maar in de kern zou Simeone ook met hen zijn schouder-aan-schouder-strijdwijze hebben voorgestaan. Zijn adagium luidt: "Goede spelers maken ploegen niet beter. Spelers die willen winnen, maken elftallen beter." De ironie wilde dat juist dat in Lissabon vooral werd bekrachtigd: door Sergio Ramos welteverstaan, die vol overgave was blijven strijden en die daarvoor op het veld al met een zoen was bedankt door zijn doelman Casillas, ook kind van de club, die zijn geest had zien zweven.

Voor de teruggevallen international leek zich een zwarte avond af te tekenen na een gruwelijke inschattingsfout bij het doelpunt van Atletico-verdediger Godin (0-1). Maar in de verlenging werd het leeggelopen Atletico alsnog over de knie gelegd: door Bale met een kopbal na een actie van Di Maria (2-1), door invaller Marcelo (3-1) en nog een beetje door Ronaldo, die de strafschop benutte nadat hij zelf was gevloerd (4-1).

Dat anderen de bijl voordien van de niet topfitte steraanvaller hadden overgenomen, kon óók worden toegeschreven aan de filosofie van trainer Ancelotti, die Real Madrid met fijne spelers als Di Maria en Modric op het middenveld weer iets van stijl en grandeur heeft verschaft. Zo triomfeerde in Lissabon met de grootmacht ook het voetbal ¿ na een lange avond waarop het spelidee van de verliezer voor de hoogste eer toch al te nihilistisch bleek.

Scheidsrechter Kuipers fluit uitstekend

De Champions League-finale tussen Real Madrid en Atletico Madrid werd zaterdagavond uitstekend geleid door de Nederlandse scheidsrechter Björn Kuipers. Op zijn beslissingen tijdens het spel was vrijwel niets aan te merken.

Kuipers schreef tijdens het voorlopige hoogtepunt van zijn loopbaan ook een opvallend record op zijn naam. Met twaalf gele kaarten trok hij het hoogste aantal kaarten tot dusverre in een Champions League-finale. De zeven gele kaarten voor Atletico-spelers waren voornamelijk toe te schrijven aan hun defensieve speelwijze. Tot de vijf kaarten voor Real behoorden de twee, die in het feestgedruis in de verlenging aan Ronaldo en Marcelo werden uitgedeeld.

Alleen na de reguliere speeltijd en in de verlenging had Kuipers het moeilijk, met de toenemende frustratie bij Atletico. Trainer Simeone en anderen betraden het veld en Kuipers trad hier aanvankelijk nauwelijks tegen op. Hij stuurde Simeone uiteindelijk pas in de slotminuten van de verlenging van het veld.

Dit zou op zijn rapport als een minnetje kunnen worden aangetekend. Het zouden details kunnen zijn die straks meetellen bij de aanwijzing voor topwedstrijden op het WK.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden