Met Plato kijken naar mens en dier

Eeuwenlang heeft de mens zichzelf gezien als een dier dat anders is dan alle andere dieren. Filosoof Erno Eskens schreef een geschiedenis aan de hand van de veranderlijke antwoorden op deze vraag. tekst

Erno Eskens is 'filosoof en dus vegetariër'. Hij probeert veganistisch te zijn, maar dat lukt nog niet volledig. In zijn ogen is dit desondanks een onvermijdelijke stap, als je eenmaal begint met denken.

Eskens, aan zijn keukentafel, waar zijn twee parkieten af en toe krijsend overheen vliegen: "Wat verschaft ons het recht om andere dieren te pijnigen of op te eten, zonder dat daar een absolute noodzaak voor is?"

Andere dieren? Maar de mens is toch meer dan 'zomaar een dier'? Direct zitten we midden in de filosofie. Eeuwenlang heeft de mens geprobeerd zichzelf te definiëren door zich te onderscheiden van dieren. Aristoteles noemde de mens 'een politiek dier'. Nietzsche hield het op 'het nog niet vastgestelde dier'. Omdat de mens niet volledig bepaald wordt door een biologisch programma, maar zelf vorm kan geven aan zijn leven.

Eskens: "De mens kon zichzelf enkel definiëren dankzij de dieren. In praktische zin: de eerste filosofische teksten werden geschreven in bijenwas, later met inkt van de inktvis. Boeken werden eeuwenlang verspreid via ezels en paarden. En inhoudelijk: elke theorie over de mens verwijst naar het dier."

Toch spelen dieren in bestaande overzichten van de geschiedenis van de filosofie doorgaans geen belangrijke rol. Dat moest anders, vond Eskens. En dus schreef hij 'Een beestachtige geschiedenis van de filosofie'.

Eskens promoveerde afgelopen week op zijn eigenzinnige en rijk geïllustreerde boek, waarin hij op een buitengewoon vlotte manier door de eeuwen wandelt. Het opvallendst is de indeling die de auteur heeft aangebracht. Deze is gebaseerd op het drieledige beeld dat Plato schetste van de menselijke ziel: een wagenmenner (het intellect) met een zwart en een wit paard (de drift en de deugd). Niet dat Eskens nu zo graag over het bestaan van de ziel wil speculeren, maar omdat deze metafoor hem voorkwam als het meest bruikbare ordeningsprincipe om naar de mens te kijken.

Zijn stelling is dat in de filosofiegeschiedenis steeds een van deze drie zielendelen domineert. En dat gaat steeds ten koste van onszelf én ten koste van de dieren.

Tijdperk van de moedergodin (33.000 - 600 voor Chr.)

Hoewel dit tijdperk verreweg het langst is, kunnen we er hier kort over zijn. Eskens besteedt er slechts twee van zijn 28 hoofdstukken aan. Vooral omdat dit de prehistorische periode is die eigenlijk voorafgaat aan de geboorte van de filosofie. Eskens spreekt van 'de geboorte van waarheid'. De moedergodin huisde in de natuur en werd vaak afgebeeld met een borst vol stierentestikels, symbolisch voor dierlijkheid en vruchtbaarheid.

Tijdperk van de wagenmenner (600 voor Chr. - 1514 na Chr.)

'De stuurman van de psyche, het verstand.'

(Plato in de Faidros)

De filosofie kon volgens Eskens geboren worden dankzij de cultus van Apollinische goden, die boven op de Olympus huisden. Goden die afstand namen om vanuit een hoger perspectief naar de aarde te kijken en 'overzicht en orde te creëren'. Niet voor niets werd Apollo vereenzelvigd met de hoog vliegende adelaar.

'De wagenmenner' staat binnen de ziel voor het intellect, dat met enige afstand naar zichzelf kan kijken. De stuurman heeft een plan, een blauwdruk. Hij probeert de twee paarden onder bedwang te houden en een bepaalde richting in te krijgen.

Eskens: "De wagenmenner was dominant in ons mensbeeld tot aan het eind van de Middeleeuwen. Religie is een intellectualistische bezigheid, je richt je op het hogere. Mensen mochten niet samenvallen met hun lichaam, dierlijkheid was duivels. Kinderen werden tot in de Renaissance afgeleerd om te schaterlachen, omdat een lacher tijdelijk de controle over zijn lichaam verliest. Voor dieren betekende de nadruk op het menselijke en goddelijke intellect dat ze als lagere wezens werden beschouwd, die je vrijelijk mocht pijnigen. Ze konden immers niet spreken en niet denken."

Tijdperk van het witte paard (1514-1755)

'Het witte paard is recht van lijf en leden, heeft een hoge hals, een gebogen neus, een witte huid en zwarte ogen, het is op een evenwichtige manier ambitieus, heeft respect voor anderen, is op een zuivere reputatie gesteld en laat zich mennen zonder slaag.'

(Plato in de Faidros)

Het tijdperk van het intellect liep volgens Eskens ten einde toen mensen zozeer opgingen in de theorie dat ze de werkelijkheid nauwelijks meer zagen, zoals de scholastici, die elkaar jarenlang konden betwisten over volkomen abstracte kwesties. "Erasmus zag overal om zich heen mensen die zich gedroegen alsof ze samenvielen met hun intellect. Terwijl ze zich in werkelijkheid enorm misdroegen, zoals paus Julius II, die in Bologna een bloedbad aanrichtte. Erasmus publiceerde hier een toneelstuk over: 'Julius komt de hemel niet in'. Hij dacht dat het werkelijke intellect aan God voorbehouden was. Wij mensen zouden eerst maar eens moeten proberen om deugdzaam te zijn, om ons goed te verhouden tot anderen."

Erasmus was hiermee een typische representant van 'het witte paard', een periode waarin mensen proberen samen te vallen met de gemeenschap. Er ontstaat ook meer oog voor de waarde van onze dierlijke metgezellen, dankzij Descartes, die ze als dingen beschouwt. Eskens: "Descartes zou eigenlijk de held van de dierenbeweging moeten zijn. Doordat hij zei dat dieren 'organische automaten' zijn, kwam er een stortvloed van denkers die zich voor het eerst gingen uitspreken over de werkelijke kwaliteiten en eigenschappen van dieren.

Tijdperk van het zwarte paard (1755-heden)

'Het zwarte paard loopt scheef, het is log en slecht geproportioneerd, met zware nek en korte hals, stompe neus en donkere hals, met grauwe bloeddoorlopen ogen. Het is een brutale opschepper, doof en met haar uit zijn oren, nauwelijks reagerend op de zweep en de stok.'

(Plato in de Faidros)

In het tijdperk van het witte paard was er al wat meer oog gekomen voor de werkelijke eigenschappen van het dier. Maar in het laatste tijdvak, dat doorloopt tot het heden, neemt dit pas echt serieuze vormen aan. Voor het eerst krijgt de mens werkelijk oog en waardering voor het dier én het dierlijke in zichzelf. Rousseau verheerlijkt de nobele wilde en zoekt zichzelf in de natuur. Darwin laat zien dat we niet veel verschillen van andere dieren. Freud toont dat onze seksuele driften onze werkelijke drijfveer zijn. Jeremy Bentham komt met het utilisme, een nieuwe vorm van ethiek, waarin enkel fysieke ervaringen - pijn en genot - nog tellen.

Eskens: "Hierin zijn we de laatste twee eeuwen doorgeschoten. Genot en pijn zijn onze enige maatstaven geworden. Dat zijn individuele ervaringen; gemeenschapsdenken vinden we dan ook bijzonder lastig. Het intellect wordt gewantrouwd; een plan of blauwdruk maken noemen we gevaarlijk utopisme."

Dat we 'doorschieten' is volgens Eskens onvermijdelijk, we zijn tot nu toe in elke periode doorgeschoten. Maar misschien, oppert hij, is het mogelijk om in alle drie de zielendelen door te schieten. Dan ontstaat een evenwicht in de 'trias psychica'. "Precies zoals Montesquieu zei over de 'trias politica'; de drie krachten moeten alle drie maximaal sterk gemaakt worden, en dan moet je zorgen dat ze elkaar niet kunnen overvleugelen. Dan zouden we ook voor het eerst een gezonde manier van omgaan met andere dieren kunnen ontwikkelen."

Zou die goede omgang met dieren niet een typisch menselijke aangelegenheid zijn? "Zou je dezelfde vraag ook zo stellen als het over de opvoeding van kinderen ging? De opvoeding als een typische aangelegenheid van volwassenen, waarin kinderen geen stem hebben? De stem van dieren is heel duidelijk te horen. Het gegil van dieren in een slachthuis maakt heel duidelijk wat ze willen. Je kunt ook kijken naar repetitief gedrag, of stresshormonen meten. We hebben een nieuwe Carolus Linnaeus nodig, een zoöloog die alle dieren ordent op basis van hun eigenschappen en de belangen die daaruit voortvloeien. Dat zou dan moeten resulteren in een nieuw wetboek, waarin alle belangen worden meegewogen, en niet enkel die van de mensen. Natuurlijk wegen niet alle belangen in elke situatie even zwaar, maar het is vreemd om enkel die van de mensen mee te wegen."

De makers van de filosofische podcast Radio René beginnen vandaag een estafettereeks over dierenfilosofie. Het complete interview met Erno Eskens is te beluisteren via radiorene.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden