Met paar trucjes haal je zo een voldoende

Hoogleraren vinden het niveau van het eindexamen Nederlands ver onder de maat. 'Dit jaar waren de vragen wel héél slecht.'

Het eindexamen Nederlands moet snel ingrijpend worden herzien. Dat zegt een groep neerlandici en taalkundigen van Nederlandse universiteiten in een open brief aan de Tweede Kamer.

Met een paar simpele, aangeleerde trucjes kan iedere scholier een voldoende halen voor zijn of haar eindexamen Nederlands, zegt Marc van Oostendorp, hoogleraar van de Universiteit Leiden en woordvoerder namens de groep van twintig verontruste briefschrijvers: "Het huidige examen toetst op geen enkele manier de kennis en vaardigheden die iemand heeft."

"We zeggen niet dat vroeger alles beter was", stelt Van Oostendorp, "toen ik 25 jaar geleden eindexamen deed, was het ook niet ideaal. Maar we constateren nu wel dat de Nederlandse examens op alle niveaus, vmbo, havo en vwo, slecht zijn. En beter moeten."

Nederlands is een verplicht eindexamenvak voor alle 207.204 eindexamenscholieren. Het examen bestaat uit een tekst waarover meerkeuzevragen en open vragen worden gesteld. Kritiekpunt: bij die open vragen worden spel- en schrijffouten in de antwoorden niet meegeteld. Ook de meerkeuzevragen worden bekritiseerd. Volgens Van Oostendorp zijn over het algemeen alle antwoorden wel in meer of mindere mate te verdedigen. "Dat kan ook bijna niet anders. Als je één zinnig antwoord hebt, en drie absurde, wordt het te makkelijk. Wij zijn vragen tegengekomen waar je drie van de vier antwoorden, met goede argumenten zou kunnen verdedigen."

Het College voor Examens (CvE) organiseert en coördineert namens het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap de centrale examens. Daarnaast bewaakt het college de kwaliteit van die examens. De inhoudelijke invulling van de examens is grotendeels uitbesteed aan het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling, Cito. "Maar wij zijn verantwoordelijk. Dus als ze bij het Cito aan het nadenken zijn over de vragen, kijken wij over hun schouder mee en begeleiden het proces", zei directeur Van Lonkhuyzen vorige maand in Trouw.

Het CvE en het Cito zetten bij het tot stand komen van de examens, de begeleiding en de vaststelling vakdocenten in. "Hun valt niet zoveel te verwijten", zegt voorzitter Klaas Heemskerk van de beroepsvereniging Levende Talen die namens de docenten Nederlands de kritiek onderschrijft. "De bedenkers van de vragen hebben nog wel redelijk werk geleverd. De inrichting van het examen, en dus de opdracht van het ministerie, is niet goed. Wij zijn al sinds 2007 in gesprek met het ministerie dat het onbestaanbaar is dat er alleen op leesvaardigheid wordt getoetst. Terwijl er al jaren vooral klachten zijn over de schrijfvaardigheid. Dat overleg verloopt traag."

Van Oostendorp is strenger voor de docenten die bij het CvE en het Cito meewerken aan het examen: "Het probleem is niet opgelost als degenen die de vragen hebben bedacht worden ontslagen. Hun opdracht is zó onmogelijk dat je bijna geen fatsoenlijke vragen kunt bedenken. Maar dit jaar waren ze wel héél slecht. En dat ligt dus ook aan die leraren. "

Het ministerie en het CvE willen met de hoogleraren in gesprek.

Ik was, dus ik ben Laten we in het hiervoormaals geloven
(Fragment uit Marita Mathijsen, ingekorte versie van de Huizingalezing in de Leidse Pieterskerk, op 18 december 2009).

'Wat voor ons persoonlijk leven geldt, geldt des te sterker voor het collectieve verleden. Aan onze hap eten op een vork is een beschavingsgeschiedenis van eeuwen voorafgegaan. Niets bestaat zonder een geschiedenis.

(Alinea 3) Dat wil niet zeggen dat iedereen zich dit ook realiseert. Als bijvoorbeeld voetbalhooligans tribunes van het Feyenoordstadion slopen, beseffen ze niet dat ze daarmee een monument van voetbalhistorie verwoesten. Het historisch besef is geen vanzelfsprekendheid.'

De bijbehorende examenvraag

In alinea 3 wordt geconcludeerd: "Het historisch besef is geen vanzelfsprekendheid."

Een kritische lezer kan zich afvragen of het gerechtvaardigd is om deze conclusie te trekken. Wat voor drogredenering kan de kritische lezer zien in alinea 3?

Antwoord C is goed. Maar volgens hoogleraar Van Oostendorp zijn alle vier de antwoorden fout.

"Wanneer de bewering was: niemand heeft historisch besef, was de generalisatie overhaast. Maar dat is niet de bewering. Die is: niet iedereen heeft dat besef. Om zo'n stelling te staven volstaat volgens de logica één voorbeeld. Dat is wat de auteur geeft. Je kunt discussiëren over de kwaliteit van dat voorbeeld - misschien slopen de hooligans wel ondanks hun historisch besef. Maar dat maakt de redenering nog geen generalisatie. De vragensteller lijkt te denken dat ieder dubieus argument op basis van een voorbeeld een overhaaste generalisatie is. Dat is onjuist."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden