Met onverklaarbaar kwaad kunnen we niet uit de voeten. Dan is een zondebok welkom.

Gezinsdrama in Hilversum. Drie jongetjes en hun moeder vonden de dood, vermoedelijk vermoord door de vader die daarna de hand aan zichzelf sloeg. Het bericht leverde de voorspelbare reacties op. Journalisten reisden af, geschokte buurtbewoners mochten hun zegje doen, professionele troosters zetten de kleenex klaar, en al snel lagen de eerste bloemen en knuffels voor de deur.

Het was zo'n normáál gezin, zeiden de buurtgenoten. De moeder zo aardig en begaan, de vader een nette hoofdagent, hun zoontjes speelden gewoon op straat. Dus je begreep, zeiden ze, er helemaal niks van.

De rituelen zagen er vertrouwd uit, en toch was het alsof er iets haperde. Er kwam geen stille tocht, en het gemeentelijk condoleanceregister trok nauwelijks belangstelling. Het was alsof het scenario niet lekker van de grond wilde komen.

Onverklaarbaar kwaad, daar kunnen wij niet goed mee uit de voeten. In zulke gevallen is een zondebok van buiten meer dan welkom. Die kanaliseert ons ongemak en maakt het verteerbaar. Meestal is de hulpverlening het dankbare doelwit, maar dit gezin zat voorzover bekend in geen enkele kaartenbak.

Wat nu? Aha, misschien trof de werkgever van de vader wel blaam! 'Nova' zette zaterdagavond prompt een vertegenwoordiger van de Nederlandse Politiebond aan de interviewtafel. De man beleefde zichtbaar zijn finest hour. In knarsende vakbondstaal klaagde hij over de hoge werkdruk, de vele overuren, het gemis aan psychische begeleiding, het ontbreken van landelijke richtlijnen betreffende het dienstwapen.

Intussen verzuimde presentator Jeroen Pauw de enige vraag te stellen die er werkelijk toe deed: had dit vakbondsleed ook maar iets te maken met de man die zijn vrouw, drie zoontjes en zichzelf naar de andere wereld had geholpen?

Niet verbazingwekkend liep ook dit spoor vast. De glans van het nieuws verbleekte in de dagen die volgden snel; bovendien eiste de witte rook op het St. Pietersplein aller aandacht op.

Hoeveel gesmeerder was het draaiboek verlopen bij eerdere gezinsdrama's.

In juli 2002 stak een vader in Roermond zijn huis in brand. Zes van zijn zeven kinderen kwamen daarbij om. De zondebok werd snel gevonden: het gezin was jarenlang omringd geweest door hulpverlening. In het rumoer dat ontstond werd het nog nét niet zo dat de sociaal werkers zelf de fik erin had gezet, maar veel scheelde het niet. Gelukkig hield de rechtbank het hoofd koel en veroordeelde, ook in hoger beroep, alleen de werkelijke dader.

Ruim twee jaar later liet een jonge moeder in Alphen aan de Rijn haar peuterdochter de hongerdood sterven. Ook dit gezin had hulpverleners zien komen en gaan, ook hier richtte de verontwaardiging zich onmiddellijk op hún falen. Nu liet het openbaar ministerie zich wél meeslepen. Het gelastte een gerechtelijk vooronderzoek naar de gezinsvoogd. Die zou bij wijze van spreken niet hebben kunnen wachten tot het misliep.

Dit alles stemt weinig vrolijk. Volgens mij luidde de overzichtelijke afspraak dat we ieder mens verantwoordelijk houden voor zijn eigen daden. De hulpverlener voor de hulp die hij verleent, de moordenaar voor de moord die hij pleegt. En waar komt toch het misverstand vandaan als zouden hulpverleners namens ons het kwaad kunnen uitroeien - mits ze maar wat beter hun best zouden doen? Mij lijkt dat een grenzeloze overschatting van hun macht.

Tot nu toe is het gissen naar de motieven van de Hilversumse hoofdagent. Hij neemt ze mee in zijn graf. Misschien, als hij tijdig hulp had gezocht, was het bloedbad te voorkomen geweest. Misschien ook niet.

Onverteerbaar, inderdaad. Even onverteerbaar als soms het leven zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden