1 beeld, 1000 woorden

Met niemand iets te maken

null Beeld Caspar Claasen
Beeld Caspar Claasen

Caspar Claasen maakt foto’s die de verbeelding prikkelen - ook die van schrijfster Maartje Wortel. In deze reeks vertelt zij één van de talloze verhalen die de foto in zich draagt.

"Zo wil ik niet oud worden", zei de moeder van Wesley, terwijl ze haar hoofd schudde. De zon scheen fel door de ruiten, je kon in dit licht goed zien waar tijdens het ramenlappen de trekker naar beneden was gehaald; grillige melkachtige strepen die om de dertig centimeter omlaag liepen over het heldere glas, als een zeefdruk. Dat soort oneffenheden wezen haar op onbewaakte ogenblikken als deze op haar leeftijd, op haar broze, vermoeide lichaam dat niet alles meer perfect uit kon voeren. En uiterlijke perfectie, dat was haar streven, om te compenseren waar haar gevoelsleven was scheefgegroeid. Dat wist ze zelf ook wel.

"Maar je bent al oud", had Wesley gezegd.

“Zo wil ik niet nog ouder worden”, zei zijn moeder terwijl ze stapeltjes van de gestreken was maakte; geblokte vaatdoeken die ze op haar schoot tot vierkantjes vouwde. “Ze willen me hier weg hebben. Dat ben ik liever voor.”

“Welnee”, zei Wesley. “Ze willen je helemaal niet weg hebben.” Al wist hij dat het waar was wat zijn moeder zei. De gemeente kon geld verdienen aan deze grond; een huis in de duinen. En nu zat er een opgebruikte vrouw die niets anders deed dan het huishouden (voor wie?) en brieven naar de krant sturen waarvan ze (waarschijnlijk terecht) waagde te betwijfelen of die gelezen werden; plaatsen deden ze de brieven in ieder geval nooit, wat haar niet belette om iedere dag opnieuw door de duinen naar de brievenbus in het dorp te lopen, klaar om haar woorden de wereld in te sturen. Waar anderen een hond nodig hadden om zichzelf uit te laten, had de moeder van Wesley haar brieven, die ze in een klein linnen tasje stopte dat ze strak tegen haar lichaam aandroeg, alsof ze met een groot geldbedrag rondliep.

Mededeling of geheim

“Waar schrijf je dan over, mama?” had Wesley eens gevraagd. Zijn moeder antwoordde dat die brieven over haar leven gingen. Ze wilde dat iemand las hoe de tijd voor haar geweest was, en hoe het nu was. “Zodat het lijden zin heeft”, zei ze. Ze voegde er aan toe dat ze nooit van Wesleys vader had gehouden, en ook al had Wesley dat natuurlijk aangevoeld en zelf ook niet erg veel van zijn vader gehouden (de liefde die er was, kwam simpelweg voort uit de wetenschap dat Wesleys vader zijn vader was, dat was nét genoeg), toch deed deze onnodige toevoeging hem pijn. Omdat hij deel uitmaakte van dat liefdeloze leven, omdat hij daar uit was voortgekomen. En ook omdat hij niet in staat was geweest de liefde mee te brengen, het huishouden van zijn ouders in.

Hij wist wel dat het zijn schuld niet was, en toch voelde hij zich schuldig, alsof hij had bijgedragen aan zijn moeders ongeluk. Vandaar dat hij vaak weekendjes op bezoek ging bij zijn moeder. Dagen die hem beklemden, vooral als het zo warm was als dit weekend, wanneer zijn shirt tegen zijn rug plakte en de hitte samen met de stilte in het huis bleef hangen, als een onzichtbare gevangenis. Meer dan ooit had hij het gevoel dat hij zich moest bevrijden, meer van zichzelf dan van zijn moeder, daar had het weer aan bijgedragen, maar die onrust was er altijd, als een mug die je uit je slaap houdt.

“Zal ik je brief vandaag posten, mama?” had hij gevraagd. Dat wilde zijn moeder niet hebben, geen sprake van. “Straks open je de envelop en lees je mijn woorden.”

“Maar je stuurt die brieven ook naar de krant”, zei hij.

“Dat is iets anders”, zei zijn moeder. En hij had haar begrepen; iets met het verschil tussen een mededeling en een geheim.

Heel Nederland

Zonder brief was hij naar het dorp vertrokken. Om stokbrood en La Vache qui rit te halen voor het middageten, net zoals toen ze die ene keer naar Bretagne op vakantie waren gegaan. De zachte smaakloze kaasjes brachten hen terug naar die zomer: zijn moeder die de kaasjes zo uit haar vuist opat (of eigenlijk was het slikken).

Na de lunch gaf Wesley zijn moeder een kus op haar slaap, waar zich kleine bruine vlekjes hadden verzameld, als eilandjes in een bleke oceaan. “Ik ga even naar de pier”, zei hij.

“Daar zit heel Nederland, nu”, zei zijn moeder.

“Dat weet ik”, zei hij. “Maar met heel Nederland heb ik niets te maken, mama.”

“Daar zou ik maar niet zo zeker van zijn”, zei zijn moeder.

'Mijn pad'

En omdat Wesley geen zin had in een discussie bood hij zijn moeder nog een driehoekje La Vache qui rit aan, als was het een bonbon. Hij liep via de duinen en daarna de promenade naar het strand. Aan de rand van het water had hij vroeger schelpen gezocht die hij thuis had stukgeslagen met een hamer om ze daarna uit te strooien over de schelpenpaden. Zo dacht hij dat hij bijdroeg aan de omgeving. Op een dag had hij tegen zijn moeder gezegd: “Dit is mijn pad.” En zij zei: “Ik had een heel ander pad voor jou in gedachten.”

Hij wist nog altijd niet wat zijn moeder allemaal voor hem in gedachten had gehad. Misschien schreef ze daarover in haar brieven. Wesley trok zijn schoenen uit, zijn kleren uit, die hij tegen het muurtje in de schaduw achterliet en liep in zijn zwembroek het strand op. Het zand was zacht en brandde onder zijn voeten, maar dichter aan zee werd het zand ruller en minder warm en daarna hard en koel. Hij liet zich op het zand vallen. Hij probeerde te ontspannen. Hij probeerde de vrijheid van de zee te zien. Ik heb met niemand iets te maken, dacht hij. Met heel Nederland niet, met mijn moeder niet. Hij overtuigde zichzelf en tegelijkertijd hoorde hij de stem van zijn moeder: “Daar zou ik maar niet zo zeker van zijn, mijn jongen.”

Hij probeerde de stem te negeren, zoals je een telefoongesprek weg kunt drukken. Even helemaal niets. Een beetje verkoeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden