'Met mijn wildernis vertrapte ik hun vlinders en libellen'

Als WNF-directeur schetste Johan van de Gronden grootse vergezichtenBeeld Werry Crone

Filosoof Johan van de Gronden vertrekt na tien jaar als algemeen directeur bij het Wereld Natuur Fonds. Nog een keer blikt hij terug. 'Ik heb een wending gemaakt.'

De wanden van zijn kamer zijn kaal, de kasten leeggehaald. Nog een laatste bestuursvergadering - zijn vijftigste - en een afscheidssymposium en het zit er na tien jaar op voor de directeur van het Wereld Natuur Fonds. Onder het leiderschap van Johan van de Gronden profileerde het WNF zich als beschermer van niet louter tijgers, olifanten en panda's maar vooral ook van de natuur in Nederland. Kritisch debat, scherpe commentaren en een harde toon richting politiek heeft de eloquente filosoof daarbij nooit geschuwd. Het schetsen van grootse vergezichten evenmin.

Zoals zijn plan uit 2011 om in het natuurbeheer af te stappen van de bestaande lappendeken van honderden versnipperde natuurgebiedjes en in plaats daarvan de natuur onder te brengen in drie superreservaten: duin, delta en bos. Het pure behoud van soorten was doorgeschoten, meende hij, we moeten toe naar grootschalig herstel van natuurlijke dynamiek en ons minder druk maken om de bescherming van 'wormpjes en insecten'. Met dit pleidooi voor robuuste natuurgebieden riep hij de gramschap over zich af van de kleine soortenorganisaties zoals Ravon (reptielen, amfibieën, vissen), de Vlinderstichting en EIS (insecten). "Woedend waren ze. Met mijn wildernis en robuuste natuur vertrapte ik hun vlinders en libellen."

Nog steeds vindt hij grootschaligheid in de natuurbescherming ongelooflijk belangrijk. "Met alleen kleine postzegeltjes redden we het niet. Verbinding, schaal, corridors en bufferzones zijn noodzakelijk voor kwaliteit en behoud van beschermde natuurgebieden. Ecologische processen spelen zich vaak op een schaal af die Nederland te boven gaat. Daarom moet je denken in termen van landschappen en grote aaneengesloten gebieden. Die mening ben ik nog onverkort toegedaan."

Tienduizenden vrijwilligers
Maar van het krachtige weerwoord van de soortenorganisaties heeft Van de Gronden ook geleerd. "Ik had onvoldoende oog voor de waarde van die tienduizenden gepassioneerde vrijwilligers die jaar in jaar uit met grote nauwkeurigheid als ware citizen scientists hun waarnemingen vastleggen. Data die tot decennia terug zijn opgeslagen, zodat je ook echt ontwikkelingen kunt zien."

De voormalige opponenten gingen zelfs samenwerken, met als glanzend resultaat het vorig jaar verschenen 'Living Planet Report - Natuur in Nederland'. "Dit rapport is het best onderzochte en rijkste overzicht van de stand van de biodiversiteit in eigen land. Het is echt een fantastisch stuk geworden, dankzij al die kleine organisaties, die hun data hebben aangeleverd."

Door de kennisuitwisseling met de soortenorganisaties heeft Van de Gronden ook meer oog gekregen voor de kwaliteit van het cultuurlandschap. "Ik koesterde destijds, met mijn pleidooi voor drie robuuste natuurreservaten, vooral een soort wildernisopvatting van natuur. Die koester ik nog en vind ik ontzettend belangrijk, maar er is daarnaast ook plaats en ruimte voor het cultuurlandschap. Want heel veel van onze historische biodiversiteit zit juist in dat cultuurlandschap."

Blinde vlek
Degene die hem daarvan het grondigst heeft overtuigd, is de Groningse hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma. "Hij heeft mij herhaaldelijk en hardhandig gewezen op mijn blinde vlek voor wat zich op het platteland voltrekt. Op dat vlak heb ik een wending gemaakt, waarvan ik denk en hoop dat het WNF die vasthoudt. De scheiding tussen agrarisch landschap en natuur is in Nederland niet langer vol te houden. We kunnen niet met de rug naar het platteland toe op grote schaal natuur ontwikkelen. Die nieuwe wildernisgedachte uit de jaren negentig, waarvan het WNF een spreekbuis is geweest, heeft ons veel gebracht: de Oostvaardersplassen en het rivierenlandschap zijn er voorbeelden van. Maar die harde functiescheiding tussen natuur en agrarisch gebied is niet langer vol te houden."

Herstel op schaal van de biodiversiteit in Nederland zal volgens Van de Gronden echter alleen mogelijk zijn als de landbouw ecologiseert, in eerste instantie in de melkveehouderij. "Het is een heel lastig leerstuk, maar daar zullen we aan moeten, en ik ben er optimistisch over dat dat op termijn gaat lukken."

De grootste teleurstelling uit zijn tienjarige loopbaan bij het WNF is voor Van de Gronden wel het mislukken van het plan voor de aanleg van het Oostvaarderswold, dat de Oostvaardersplassen aan het Horsterwold zou koppelen en van daaruit verbinden met de Veluwe en het Duitse Reichswald. "Dat had, met een oppervlak van 15.000 hectare, het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland kunnen worden. En we waren er zo dichtbij. Het is een enorme tegenslag dat dat niet is gelukt; daarmee zijn we meteen twaalf jaar terug in de tijd." Het plan is gestrand bij de Raad van State, die een provinciaal instemmingsplan vernietigde omdat er procedurefouten zouden zijn gemaakt. "Het kan nog steeds", zegt Van de Gronden, "maar voorlopig is het politiek niet haalbaar".

(tekst loopt door onder de afbeelding)

De Oostvaardersplassen zouden door de aanleg van het Oostvaarderswold aan het Horsterwold gekoppeld wordenBeeld anp

Droom gerealiseerd
De keerzijde van dit hard gelag, zegt hij, is dat er nu aan het Haringvliet een 'droom' gerealiseerd wordt. Met een financiële injectie uit het Droomfonds van de Postcodeloterij en in samenwerking met Natuurmonumenten, Stichting Ark, de Vogelbescherming, Staatsbosbeheer en Sportvisserij Nederland gaat het WNF nieuwe natuur ontwikkelen op de Noordrand van Goeree.

"Met overgangen tussen zoet en zout water, met herintroductie van de steur, met een geweldig recreatief potentieel, met herstel van een brak getijdengebied dat straks zijn Europese weerga niet kent. En met nota bene een transitie naar windenergie, een woonproject en een akkoord met de boeren. Voor dit plan wordt geen boer onteigend en geen land onder water gezet. We hebben hier met zijn allen een weg naar voren weten te vinden en iets in gang gezet waar we de komende decennia plezier aan gaan beleven. Ik ben trots en blij dat ik daar een rol in heb kunnen spelen. Vol inzetten op herstel en winst in plaats van het verlies temperen, dat is de koers die het WNF en de andere natuurbeschermingsorganisaties moeten varen."

Op het afscheidssymposium afgelopen donderdag sloot Van de Gronden zijn vertrek bij het WNF af in de filosofische toonzetting van zijn vorig jaar verschenen essaybundel 'Wijsgeer in het wild'. De kern: natuurbescherming kan niet zonder een zekere morele herijking. "We laten ons al ruim een eeuw ringeloren door economen en utilitair denken, maar de grondslag voor natuurbehoud is uiteindelijk een morele. Het besef van verwondering, ontzag en huiver dat gepaard gaat met een primaire natuurervaring is de bron van deugden als matiging en bescheidenheid en volgens mij tevens het oermotief voor natuurbescherming."

Iets van die verwondering en liefde voor de natuur moet toch ook een mercantilistisch volkje als de Nederlanders kunnen worden bijgebracht, hoopt hij.

Filosoof Johan van de Gronden (53) leidde het Wereld Natuur Fonds (WNF) van 2006 tot 2016 als algemeen directeur. Daarvoor deed hij internationale ervaring op in ontwikkelingssamenwerking, bij onder meer de Verenigde Naties en SNV. In de jaren negentig werkte hij voor Buitenlandse Zaken. Met ingang van 1 juli is Van de Gronden directeur van PUM Netherlands senior experts, een vrijwilligersorganisatie die zich richt op de duurzame groei van het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden. Hij laat de wereld van de natuurbescherming niet helemaal achter zich: Van de Gronden is verkozen tot vicevoorzitter van het bestuur van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN afdeling Nederland. De nieuwe directeur van het WNF per 1 juli is de milieueconome Kirsten Schuijt (42). Schuijt heeft ruime ervaring binnen het internationale netwerk van het World Wide Fund for Nature en als directeur natuurbescherming van het Nederlandse WNF.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden