'Met mijn bloeddruk en cholesterol is het uitstekend gesteld'

AMSTERDAM - Senator Bob Dole deed het stukken beter dan zelfs zijn eigen aanhangers vreesden. Maar de Republikeinse kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap lijkt er weinig baat bij te hebben gehad. Het eerste tv-debat was en bleef saai, en het heeft zijn achterstand op Bill Clinton niet kunnen verkleinen.

Beleefd en zelfs vriendelijk stonden de twee belangrijkste presidentskandidaten amper een maand voor de verkiezingen tegenover elkaar in een strak geregisseerd tv-debat. Voor Clinton was het slechts zaak geen grote blunders te begaan, gezien zijn comfortabele voorsprong in de peilingen. Bob Dole, die gezien zijn leeftijd wel de vader van zijn tegenstander had kunnen zijn, moest dus wel in de aanval. Dat deed hij ook, maar zo risicoloos dat het een tamme anderhalf uur werd, daar in de sober ingerichte studio in Hartford in de staat Connecticut. Waar Dole al een persoonlijke aanval waagde, kreeg hij lik op stuk.

Vooral in vergelijking met de spannende en af en toe geladen tv-ontmoetingen van vier jaar geleden was het een matte vertoning. Dat lag ook aan de afwezigheid van Ross Perot, de excentrieke zakenman en miljardair, die destijds de discussies danig opfleurde. Met zijn vrolijke en soms bijtende opmerkingen was hij weliswaar regelmatig buiten de orde, maar dwong hij zijn opponenten wel tot nadenken en helder formuleren. De Republikeinse en Democratische partijen hebben dit jaar Perot buitengesloten (een beslissing die hij voor de rechtbank aanvecht).

Die felheid werd gisternacht node gemist, wat ook bleek uit de opiniepeilingen die ze in de VS onmiddellijk na zo'n tv-treffen laten verrichten omdat ze nu eenmaal een winnaar willen aanwijzen. Dat zou dan Clinton zijn, omdat ongeveer 30 procent van de ondervraagden vond dat hij het beter had gedaan, terwijl 30 procent Dole aanwees als de betere.

Op het Internet, waar via computers bij een groep van tienduizend kijkers per tien seconden werd gemeten of ze het eens danwel oneens waren met de gebezigde uitspraken, lag de stemming verdeeld. In de eerste drie kwartier kreeg Dole de meeste bijval, daarna scoorde Clinton de meeste waardering met zijn uitspraken. Maar bij de peiling na afloop bleek 48,3 procent van de geraadpleegde Internetbevolking voor Clinton te zijn (een winstje van 1,3 procent) en 39,7 procent voor Dole (plus 4,3 procent).

Het enige onderwerp waarbij de twee kandidaten hun voorzichtigheid een beetje lieten varen, was het buitenlands beleid. Dat is een onderwerp dat nauwelijks aanslaat bij de kiezers, die wel houden van snelle successen buiten de grenzen maar niet geïnteresseerd zijn in ingewikkelde details. Dole viel de president aan op zijn beleid in Bosnië (te weinig daadkrachtig), Haïti (met veel geld en soldaten nog geen democratie gebracht), Cuba (te voorzichtig) en Noord-Korea (te aardig). Er is geen beleid, het gaat allemaal ad-hoc, was zijn verwijt: “In het Witte Huis slaan ze 's ochtends de krant open en vragen zich dan af wat ze moeten gaan doen.”

Dole vroeg honend waarom Clinton het zuiden van Irak liet bestoken op een moment dat de Koerden in het noorden ernstig in de problemen verkeerden, daarmee het voortbestaan van de westerse coalitie tegen Saddam Hoessein op het spel zettend. Dat was het enige moment dat Clinton verviel in zijn oude fout van te lang en te gedetailleerd alles willen uitleggen. Hij noemde een lange lijst van geslaagde Amerikaanse bemoeienissen in de wereld, uiteenlopend van betere vrijhandel tot bemiddeling bij vredesonderhandelingen in diverse uithoeken van de aarde.

“Saddam is wél beter af dan vier jaar geleden”, was Doles simpele dupliek, nadat hij eerder al de stelling van de president had ontkend dat de meeste Amerikanen het nu beter hebben dan in 1992. Met een omstandig verhaal trok hij daarna de betrouwbaarheid van de president in twijfel. Hij, Dole, had een broer die graag vertelde maar niet zo zorgvuldig met de waarheid omging. “We hadden de regel thuis dat je alles wat hij beweerde door zes kon delen. Laten we het bij u houden op delen door twee.”

Clinton ging er niet op in. Hij had toen zijn belangrijkste punt al binnengehaald, met die mededeling dat het beter gaat met de Verenigde Staten van Amerika sinds hij in het Witte Huis zit. Hij stelde de kijkers dezelfde vraag als Ronald Reagan destijds tijdens het tv-debat met de zittende president Jimmy Carter: bent u beter af dan vier jaar geleden? Toen beseften veel Amerikanen dat ze er onder de Democraat inderdaad op achteruit waren gegaan. Nu moeten velen toegeven dat het ze beter gaat.

Op een voorzichtige suggestie van de zittende president dat de 73-jarige senator misschien wat aan de oude kant is voor het zware ambt, kwam een helder antwoord: “Met mijn bloeddruk en cholestorol is het uitstekend gesteld.” Van de 50-jarige Clinton is bekend dat hij op beide terreinen kampt met problemen. Over tien dagen mag Dole in een tweede debat laten zien dat hij behalve over een goede gezondheid ook over voldoende vechtlust beschikt om ondanks zijn achterstand door te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden