Met meer geld ook betere kunst?

Minister Plasterk van cultuur wil topkunst stimuleren door een kleinere groep kunstenaars te subsidiëren met meer geld. De meningen over deze aanpak zijn verdeeld.

’Mijn werk ziet er niet duur uit, maar dat is juist de charme ervan”, zegt kunstenares Maartje Korstanje. Ze bouwt monsters en draken van lijm en isolatiemateriaal. Karton krijgt ze gratis van de fietsenmaker. Korstanje greep dit jaar net naast de Prix de Rome, de belangrijkste Nederlandse staatsprijs voor beeldende kunst. „De kwaliteit van mijn beelden wordt niet hoger als ik ze in brons zou gieten.”

Korstanje denkt erover een startstipendium aan te vragen bij het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). Net afgestudeerde kunstenaars kunnen een bedrag van 16.000 euro krijgen, waarmee ze een jaar lang in hun levensonderhoud kunnen voorzien en een atelier huren. Zo kunnen ze zich op hun werk richten zonder allerlei bijbaantjes aan te hoeven nemen om rond te komen.

Maar minister Plasterk wil deze regeling aanpassen. In juni presenteerde hij zijn notitie ’Kunst van Leven’, waarin hij de hoofdlijnen voor het cultuurbeleid van de komende vier jaar uitzet. ’Kwaliteit’, ’topkunst’ en ’excellentie’ zijn de sleutelwoorden. Om die excellentie te bereiken, wil de minister meer geld aan minder kunstenaars geven.

Die plannen gelden voor de hele cultuursector, maar voor de beeldende kunst bij uitstek. Vooral in deze sector vraagt Plasterk zich af of het huidige subsidiebeleid met als motto ’iedereen een beetje’ niet juist middelmatige in plaats van goede kunst bevordert. Maar heeft meer geld ook betere kunst tot gevolg?

Korstanje denkt van niet. „Als zo’n subsidie verhoogd zou worden en ik ineens 50.000 euro zou krijgen, maak ik daar geen beter werk mee. Je probeert altijd het allerbeste, ik vind het allebei hoge bedragen. Je zou eens iets kunnen proberen wat je anders niet zou doen. Nu kost het zo’n 400 euro om een werk te maken. Maar ik geloof er niet in dat mijn werk met duurder materiaal beter wordt.”

Strenger toetsen op kwaliteit wordt het uitgangspunt van het beleid. Dit geldt voornamelijk voor de subsidies die op landelijk niveau verdeeld worden, zoals die van het Fonds BKVB, zegt een woordvoerder van het ministerie. Geld voor gemeenten en provincies komt tot eind dit jaar uit de geldstroom voor beeldende kunst en vormgeving, waarop ook individuele kunstenaars aanspraak kunnen maken. Dit geld wordt in de toekomst voornamelijk verdeeld onder steden. Die hebben formeel beleidsvrijheid, maar worden „indirect aangespoord” om strenger op kwaliteit te toetsen.

Het Haagse centrum voor beeldende kunst en architectuur Stroom hanteert al jaren het principe ’meer geld voor minder kunstenaars’. Ze verdelen subsidies tot maximaal 11.500 euro. „Maar we stellen daar natuurlijk wel eisen bij”, zegt directeur Arno van Roosmalen. „We willen dat kunstenaars duidelijk opschrijven wat voor plannen ze met het geld hebben en waar die plannen toe leiden.”

Zomaar meer geld aan kunstenaars geven heeft volgens Van Roosmalen weinig zin. „Dat slaat nergens op. Dan doe je nog eens over wat er volgens de sector jarenlang fout is gegaan – lukraak mensen geld geven – alleen profiteren er dan minder mensen van. Iemand twee keer zoveel geven als hij nodig heeft, lijkt mij geld over de balk smijten.”

Maar in sommige gevallen kan meer geld zeker meer kwaliteit opleveren, denkt Van Roosmalen. „Soms kun je dat geld gebruiken om een kunstenaar vrij te maken. Vergelijk het met de wetenschap, daar wordt soms ook jarenlang onderzoek gedaan waar niet direct rendement uit voortkomt, maar waarin uiteindelijk toch resultaten worden geboekt. Kunstenaars kunnen een periode van onderzoek en experiment nodig hebben voorafgaand aan een werk. Dan voorzie je met subsidie in hun levensonderhoud. In dat geval levert meer armslag beter werk op.” Maar het blijft ’risicovol ondernemen’, kunstenaars subsidiëren in een experimenteerfase, geeft Van Roosmalen toe.

Tussen 2000 en 2004 werkte de Rotterdamse kunstenaar Marnix de Nijs aan ’Run, Motherfucker, Run’, een installatie, bestaande uit een videoscherm, een loopband en diverse computers. Rennend op de loopband drijf je de beelden op het videoscherm voor je aan, zodat het lijkt of je over verlaten pleinen draaft of door smalle steegjes stormt. Productiekosten: 160.000 euro. Het heeft De Nijs heel wat tijd gekost om het benodigde geld bij elkaar te sprokkelen. Hij heeft bij een stuk of tien fondsen gebedeld, aanvragen ingediend en vooral gewacht.

Een van de fondsen die De Nijs voor eerdere, vergelijkbare projecten aanschreef, is Montevideo, Nederlands instituut voor mediakunst. „Wij hebben daar wel potjes voor”, zegt Heiner Holtappels, algemeen directeur van Montevideo. „Als De Nijs voor zijn werk een programmeur nodig heeft die speciaal uit het buitenland moet komen, dan kunnen wij zo’n onderdeel van het project financieren.”

Meer geld voor minder kunstenaars is voor sommige disciplines binnen de beeldende kunst een uitkomst, vindt Holtappels. Bijvoorbeeld in het geval van mediakunst, waarvoor dure apparatuur nodig is en die arbeidsintensief is. „Voor zo’n grote productie gaat er enorm veel tijd zitten in het aanschrijven van subsidiefondsen. Je probeert het voor minder te doen door goedkopere materialen te gebruiken of door op je eigen honorarium te beknotten.” ’Run, Motherfucker, Run’ leverde De Nijs veel bekendheid op. Het werk is op diverse internationale festivals en tentoonstellingen te zien geweest.

Holtappels wil hier wel een kanttekening bij maken: meer geld zodat kunstenaars hun plannen kunnen realiseren, is welkom. Maar verwennen moet je ze ook niet. „Het moet niet zo zijn dat er een grote zak geld komt waarmee je zomaar aan de slag kunt. Kunstenaars moeten ook de nóódzaak blijven voelen om hun werk te willen maken”, zegt Holtappels.

Lex ter Braak, directeur van het Fonds voor BKVB, ziet het ’meer geld naar minder mensen’-principe vooral als een breuk met het beleid van voorgaande jaren. „De minister wil een einde maken aan de verdelende rechtvaardigheid. Ik denk niet dat hij per definitie minder mensen meer geld wil geven. Kunstenaars die het met 16.000 euro af kunnen, moet je niet meer gaan geven. Maar sommige kunstvormen, bijvoorbeeld mediakunst, zijn duurder geworden. Die grotere bedragen zijn voor dat soort projecten, zodat kunstenaars niet verschillende fondsen hoeven aan te schrijven of het met minder moeten doen, zodat de kwaliteit achterblijft.”

„Zoals het systeem nu is, vind ik het goed”, zegt schilder Jacomijn Stekelenburg. Vier jaar geleden studeerde ze af aan Minerva, Academie voor Beeldende Kunsten in Groningen. Direct na haar afstuderen ontving ze een startstipendium van Fonds BKVB, momenteel is ze in afwachting van de beoordeling van haar tweede aanvraag.

„Bij het Fonds zijn ze al erg kritisch, je kunt er niet van uitgaan dat je zo’n beurs toch wel krijgt. Een bedrag van 16.000 euro is genoeg om van te leven. Het houdt niet over, maar je hoeft niet bij te beunen. Eigenlijk koopt de overheid met zo’n stipendium tijd voor je, zodat je je met meer rust in je kont verder kunt ontwikkelen.”

Stekelenburg is het er niet mee eens om vooral ’topkunstenaars’ meer geld te geven. „Kunstenaars die voor zo’n topbeurs in aanmerking zouden komen, hebben waarschijnlijk toch al minder geldproblemen. Zij krijgen makkelijker een beurs bij grote fondsen en kunnen leven van goed betaalde docentschappen en de verkoop.”

„Als kunstenaar heb je helemaal niet veel nodig”, vindt ook Paul Dikker. Ook al komt hij al veertien jaar rond van de verkoop van zijn schilderijen, hij vindt dat de overheid zoveel mogelijk vooral jonge kunstenaars moet ondersteunen. En dat hoeft niet met gigantische bedragen te zijn. „Je moet kunnen eten en drinken, je atelier betalen. Subsidies zijn er om je te helpen, niet om je een groots en meeslepend leven te bezorgen. Dat ligt in je eigen handen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden