Met Marley toch nog de lente in je kop

Marley. Regie: Kevin MacDonald. Met Bob Marley & The Wailers. In 12 filmtheaters.
Iedereen kent de muziek van Bob Marley goed genoeg om bij het horen van zijn naam zijn 'no woman, no cry' direct in het hoofd te krijgen, maar veel meer weten de meesten niet van de Jamaicaan die reggae, dreadlocks en weed over de hele wereld verspreidde. Bob Marley stierf in 1981, vijf maanden na John Lennon. Het in 1984 verschenen compilatiealbum 'Legend' werd goed voor 25 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd. In de jaren tachtig kon je er fijn op meedeinen op drukbezochte reggaeparty's, maar wat decennia later is het - ondanks de inspanningen van de Nederlandse coverband 'Tribute 2 Bob Marley' - toch stilletjes geworden rond de muzieklegende.

Dat verandert nu door 'Marley', de inzichtelijke, uitvoerige, mooi ritmische documentaire waarin filmmaker Kevin MacDonald ('Touching the void', 'The last king of Scotland') alles vertelt over de muzikant, die even inspirerend als raadselachtig blijkt, zoals het een echte ster betaamt. MacDonald kreeg de medewerking van de elf kinderen, de zeven vrouwen en alle nog levende Wailers, en duikt er diep in, van de wieg naar het graf dat veel te vroeg kwam - al op 36-jarige leeftijd, nadat Marley een melanoom (door zijn vrouw Rita geweten aan 'the whiteness in him', huidkanker komt eigenlijk niet voor onder zwarten) te lang had genegeerd.

De film opent met de prachtige, groene, vruchtbare heuvels in Jamaica waar Marley, geen 'Trench Town' jongen maar een plattelandskind, in 1945 in een hutje zonder elektriciteit werd geboren als kind van een zwarte dienstmeid en een witte kapitein van Britse afkomst. Hij zou door die gemengde afkomst als kind ook iets van een outcast blijven, maar later als aanhanger van het door Haile Selassi op Jamaica geïntroduceerde Rastafari 'geloof' de rassenscheiding overstijgen. Een van de hoogtepunten in de film vormt de scène waarin de zanger twee witte politieke tegenstanders tijdens een concert in Kingston ertoe beweegt om de handen met hem ineen te slaan: 'Let's get together and feel allright'. Yeah.

McDonald verweeft muziekgeschiedenis en biografie met de turbulente politieke geschiedenis van Jamaica. Neville 'Bunny' Livingstone, een van de eerste Wailers, verhaalt over de eerste singles, en de latere geboorte van de reggae uit de ska begin jaren zestig. De clubs veranderen in stadions, er is een aanslag op zijn leven in Trench Town, fans en bedelaars voor zijn huis, grote concerten in Afrika. Alleen onder de zwarte Amerikanen wil de zanger niet echt doorbreken.

Ontroerend zijn de laatste scènes als Marley, zijn kanker al door het hele lijf geschoten, vergeefs genezing zoekt in een vervreemdend sneeuwwit Zwitserland. Uiteindelijk vliegt hij terug naar het warmere Miami om daar op 11 mei 1981 te sterven. Je kan meevoelen met dochter Cedella die het ook in die laatste periode niet lukt om haar vader voor zich alleen te krijgen. Ze vergeeft het hem, zoals al die vrouwen het hem ook steeds vergaven. Fijne film, bijzondere man, heerlijke muziek; de ideale soundtrack om die te lang uitblijvende lente toch nog in je kop te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden