Met Leeghwater door de Beemster

Eind dit jaar krijgt de Beemster vrijwel zeker een plekje op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Een mooie aanleiding voor een wandeling van pakweg 13,5 km over de noorderringdijk (de Hoge Dijk). Startpunt is de provinciale weg in Oosthuizen (bus 114), eindpunt Schermerhorn (bus 127). De Hoge Dijkroute, door het landschap Waterland gemarkeerd met een blauwe sticker, is voor rolstoelers ongeschikt en voor honden verboden. Horeca-gelegenheden zijn er onderweg volop. De Beemster, verzonken in het moeras van de tijd.

Kenners spreken van de 'parel onder de droogmakerijen', een van de beste voorbeelden van Hollands vernuft en efficiëntie. Het is een hoogtepunt van de zeventiende-eeuwse landschapsarchitectuur, dat de idealen van de renaissance kenmerkt: alles regelmatig, recht, vierkant. De Beemster is, kortom, een bijzonder stukje Nederland.

Geen cultuurlandschap verdient dan ook méér een plaats op de Werelderfgoedlijst dan deze Noord-Hollandse polder. Op de valreep heeft de vorige regering de Beemster voor die lijst genomineerd, in het najaar zal een commissie van de Unesco deze voordracht behandelen. Dat lijkt spannend, maar is een formaliteit. Het moet gek gaan als het voorstel voor de Unesco geen hamerstuk wordt. De Beemster, drooggevallen in 1612, is een topper. Een gaaf stuk erfgoed, waar de wereld bijna vier eeuwen schijnbaar heeft stil gestaan.

Schijnbaar. Want ergens op de ringdijk tussen Oosthuizen en Avenhorn staat op een informatiebord over de drooglegging van de Beemster: 'Jan Adriaansz. Leeghwater zou zijn ogen niet geloven als hij hier zou lopen'. Ringvaart en ringdijk zijn weinig veranderd, Beemsterland ligt er nog net zo blakend bij als in de Gouden Eeuw. Maar waar zijn de molens van Leeghwater?

Eenenveertig had de inventieveling uit De Rijp er destijds ontworpen om de enorme waterplas leeg te malen, en in 1612 stonden ze er ook. Dertig jaar later kwamen er nog eens tien bij, om ervoor te zorgen dat de Beemsterlingen de voeten droog hielden. Nu zoek je er tevergeefs naar. Een eeuw geleden zijn ze afgebroken en wreed vervangen door gemalen. Wat rest zijn de oude kaarten en vijf molenwieken die de kunstenaar Hans Belleman in het talud van de dijk heeft gezet, 'verzonken in het moeras van de tijd'.

We 'bewandelen' de Beemster, althans een stukje ervan. De route is simpel: van Oosthuizen naar Schermerhorn volgen we de ringdijk. Voor de gelegenheid laten we ons vergezellen door Leeghwater zelf. De molenbouwer, die in 1610 belast werd met de technische leiding van de drooglegging, kijkt zijn ogen uit. Hij verbaast zich over de dijk die we volgen. Op sommige plaatsen is die geplaveid met asfalt, zo breed dat twee wagens elkaar kunnen passeren: precies zoals het bij de aanleg in contracten was afgesproken. Maar op grote dijkvakken is de kruin begroeid met gras en zoeken we onze weg tussen de schapen en de keutels door.

Het is een warme dag. En hoewel er een bol-Hollands windje waait, loopt de temperatuur aardig op. Maar de imposante rij bomen op de dijk breekt de kracht van de zon en volgt ons bijna het hele traject met een verkoelende schaduw _ tot grote verbazing van Leeghwater. Dat hadden de autoriteiten die het bij de aanleg voor het zeggen hadden, destijds nooit goed gevonden. Een stad als Hoorn wenste bijvoorbeeld dat de schepen zonder hindernissen door de ringvaart getrokken konden worden. Trekschuiten zijn er nu niet meer, af en toe worden we toegezwaaid door pleziervaartuigen en andere pretbootjes die ook genieten van de hoge groene windsingel.

De bruggen over de ringvaart _ je ziet Leeghwater kijken. In zijn tijd moest er bij elk dorp een liggen, goed en sterk en zó hoog dat de schepen er met gestreken mast gemakkelijk onderdoor konden. Er is destijds vreselijk veel om te doen geweest: had een boer voor de inpoldering genoeg aan een plank over de sloot, na de droogmaking moest hij een eind om voordat hij bij zijn land was. De scheepvaart was niet echt gebaat bij dit soort obstakels. Uiteindelijk werd er overeenstemming bereikt over de wagen- en melkbruggen, op voorwaarde dat deze 'ten eeuwigen dage' door de Beemster worden onderhouden.

Het stramien van de polder is vrijwel nergens aangetast. Het is net een schaakbord van volmaakte vierkanten, ze meten elk 1850 bij 1850 meter en worden elk aan twee kanten doorsneden door een watergang. Economisch was dit het ideale model, meenden de bedenkers. Zelfs over de ligging van de stolpboerderijen was nagedacht: ze liggen systematisch uitgestrooid over het land. Bij latere polders kon het overigens ook wel met minder sloten en wegen. Als we de snelweg A 7 zijn gepasseerd (even de dijk afdalen en aan de andere kant er weer op), wordt het schaakbord verstoord door een bultig en ongestructureerd stuk land: Kruisoord. Dit veengebied, dat behoorde tot de polder Beetskoog, gaf Leeghwater en consorten destijds de nodige hoofdbrekens. Het priemde als een schiereiland in het water van de Beemster. Er zat niks anders op dan deze appendix met de ringvaart af te snijden van Beetskoog en bij de nieuwe polder te voegen. Mooi was anders. Kruisoord lag een meter of drie hoger dan de rest, de sloten liepen als dronken torren door het land en eigenlijk is Kruisoord nooit echt Beemsterland geworden. Wie er woont of een lap grond heeft, betaalt ook nog altijd polderlasten aan Beetskoog.

Niks nieuws onder de zon dus, horen we Leeghwater mompelen. Maar bij het grote witte huis voorbij Beets kijkt hij toch op. Hier resideerde vroeger de inspecteur van het waterschap en woonden de kantoniers er in kleine huisjes naast. Nu is het particulier bezit (een veearts). Dat geldt ook voor het gemaal uit 1885, waar een showroom van antieke bouwmaterialen in gevestigd is.

Rechts over de brug ligt Oudendijk. Een dorpsherberg lonkt aan het water naar de passanten. Fietsers, roeiers, zondagsrijders en wandelaars strijken neer voor een glas en een plas. Dat kan trouwens ook in Avenhorn, de volgende nederzetting die zich tegen de Beemsterringvaart aanschurkt. Bij de brug beginnen we aan het laatste dijkpad, ook weer bijna geheel begroeid en beschut door bomen. Buitendijks ligt de polder Mijzen, een vogelgebied dat de bescherming van Staatsbosbeheer geniet. Aan de binnenkant steken de stolpen hun puntdak fier in de lucht. Veel van deze Noord-Hollandse piramides (in 1640 telde Beemster er meer dan 200) zien er nog gaaf en goedverzorgd uit, zoals het fraaie 'Portugal'. De naam van deze stolp (1780) is uitgebeeld met gladgeschoren heesters.

Dan zijn we in Schermerhorn, voor Leeghwater ook geen onbekende. Voor de inpoldering was het een vissersdorp, in 1634 kreeg het z'n kerk en ook de molengang in de Eilandspolder dateert uit die tijd. Bij de eerste molen, een museum, stappen we af. Hier kan niemand beter dan Leeghwater het verhaal van de strijd tegen het water vertellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden