Column

Met Kuyper tegen liberale tirannie

Abraham Kuyper. Beeld Flickr/mchangsp
Abraham Kuyper.Beeld Flickr/mchangsp

Voor liberalen blijft Abraham Kuyper, aan wiens reiservaringen en denkbeelden de EO een achtdelige televisieserie wijdt, een vreemde, zelfs wereldvreemde figuur. Was het in 1905 al vreemd de Franse Revolutie te willen terugdraaien, sindsdien is er nog wel het een en ander onomkeerbaar veranderd in de wereld, schreef de tv-recensent van het liberale avondblad, Hans Beerekamp, maandag, al meteen na de eerste aflevering.

Het was precies deze zelfgenoegzame weldenkendheid waartegen Kuyper in de 19de eeuw in opstand kwam. Tegenover het liberale streven kinderen door openbaar onderwijs van 'vooroordeel en bekrompenheid te verlossen', ijverde hij voor het recht van burgers eigen scholen te stichten. De liberalen wisten niet wat ze overkwam. In de schoolstrijd kwalificeerde hun aanvoerder, Jan Kappeyne van de Coppello, de minderheid die Kuyper vertegenwoordigde als 'een dode vlieg die de ganse zalf bederft'. Hij dreigde zelfs met onderdrukking van deze geest, die de moderniteit in de weg stond.

De liberale verklaring voor Kuypers dwarsheid is na meer dan een eeuw onveranderd. 'Tegenwoordig zouden we zeggen dat Kuyper de Verlichting verwierp', aldus de NRC-recensent, dezelfde lakmoesproef voor moderniteit hanterend als destijds Kappeyne. Je moet dat maar durven zeggen over iemand die een krant (de Standaard), een universiteit (de VU), een partij (de Anti-Revolutionaire Partij) en een kerk (de Gereformeerde kerk) oprichtte. Voor zover de Verlichting wordt samengevat in het motto 'Sapere aude', dat de filosoof Kant eraan gaf, klopt het van geen kanten. Je kunt gereformeerden veel verwijten, maar niet gebrek aan 'durf te weten'.

Toch heeft Beerekamp in de kern wel gelijk. Kuyper keerde zich tegen de Franse Revolutie, omdat deze omwenteling 'God onttroonde en de mens met zijn vrije wil, als zijn eigen heer en meester, op de troon plaatste'. Hij verwachtte daar weinig goeds van en toonde zich, niet ten onrechte zoals is gebleken, beducht voor macht die louter berustte op de wil van de mens en, in het verlengde daarvan, het volk.

Staatsalmacht
Kuyper wilde alleen voor God knielen, maar als mens 'fier en vrij staan tegenover elk medemens'. Gezag over mensen kon in zijn ogen niet uit mensen opkomen, laat staan dat een meerderheid daaraan het recht zou ontlenen een minderheid te onderdrukken. Niet alleen vreesde hij het recht van de sterkste, maar ook staatsalmacht. Hij wilde zoveel mogelijk ruimte voor burgerlijke vrijheden. Niet voor niets beoogde hij met de Vrije Universiteit wetenschapsbeoefening 'vrij van de kerk en vrij van de staat'.

Hij stond een calvinistisch Nederland voor, zeker, maar hij verdedigde de godsdienstvrijheid en roemde in 1898 in Amerika de traditie van Nederland als toevluchtsoord voor vervolgden. Hij had er nog aan kunnen toevoegen dat de in Frankrijk clandestiene geschriften van de auteurs van de Verlichting in het calvinistische Amsterdam werden gedrukt.

Daaronder ook het Testament van Jean Meslier, dat de beruchte boutade bevat dat de mens 'pas vrij zal zijn als de laatste koning is gewurgd met de darmen van de laatste priester'. Het had het liberale beeld van het calvinisme als uitdrukking van 'benepenheid en geestelijke enghartigheid' wat kunnen bijstellen.

De vraag is of Kuypers visie in het overwegend seculiere Nederland van nu nog zeggingskracht heeft. Daarvoor is nodig niet alleen door liberale vooroordelen heen te kijken, maar ook de niet al te beste reputatie die hij naliet even opzij te schuiven. Zoals bij veel politici verschilde ook bij Kuyper de regeerpraktijk nogal eens van de theorie, maar dat maakt de theorie niet waardeloos.

Grenzen
In het lopende debat over burgerlijke vrijheden heeft Kuypers visie betekenis als tegenwicht aan het individuele zelfbeschikkingsrecht, dat met het opeisen van de belediging als recht stilaan absolute en tirannieke trekken krijgt. De overstijgende soevereiniteit van God, voor Kuyper het centrale punt, zal in het seculiere Nederland niet meer aanspreken.

Daarom eindig ik met een citaat van de liberale filosoof Isaiah Berlin uit 1958, dat dezelfde geest ademt: 'Als ik mijn vrijheid wil behouden, moet ik een maatschappij vestigen waarin vrijheid aan een aantal grenzen is gebonden die niemand mag overschrijden. Die grenzen kunnen het woord van God worden genoemd, of natuurrechten of de duurzame belangen van de mens, als ze maar deel zijn van de opvatting van wat wij een normaal menselijk wezen noemen'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden