Met Knevel op een berg – daar was ik nooit opgekomen

’Wilt u een paar dagen met Andries Knevel bovenop een berg zitten?’, vroeg de EO-medewerkster.

Kijk, zoiets vind ik leuk. Waarom? Omdat ik er zelf nooit opgekomen zou zijn. Integendeel, mijn impuls is om verder te zappen zodra ik op tv de stem van Knevel hoor. Maar zoveel heb ik wel geleerd: wanneer ik me aan iets of iemand erger, zegt dat altijd ook iets over mijzelf. Bijvoorbeeld over de gelijkhebberige gelovige in mij. Of over mijn behoefte om te scoren. Want waarom schrijf ik eigenlijk deze column? Omdat ik net als Andries Knevel in beeld wil komen? Ahum.

Probleempje was dat ik niet in het programma paste. De gasten daarin hebben een queeste, een zoektocht naar zichzelf en naar God. In de trant van het thema ’mijn betere ik’ van de Maand van de Spiritualiteit.

Maar daar begin ik niet aan hoor. Dan ga ik een ideaalbeeld najagen, een idee van hoe ik zou moeten zijn. Dat kost niet alleen energie; het levert alleen maar frustratie op. Want aan dat ideaal kan ik nooit voldoen. Ik schiet tekort waardoor ik een hekel aan mezelf krijg en onaangenaam gezelschap word. Voor je het weet zappen de mensen verder, zodra ze mij zien. Nee, van dat ideaal van ’mijn betere ik’ word ik alleen maar slechter. Weg ermee.

Daarom leek het mij leuker als niet alleen Andries Knevel mij zou bevragen maar, andersom, ik hem ook. Na enige verwarring begon de EO voor het idee te voelen.

En zo vertoefde ik een paar dagen in de bergen, niet ver van het schitterende meer van Genève waar Calvijn op uitkeek maar nooit één zin over heeft geschreven. Te druk met zijn strijd tegen de zonde. Ook de calvinist Andries Knevel werkt hard, met de discipline van een puriteinse moraal.

Ik overnacht in herberg ’De verandering,’ compleet met verplichte geraniums. Zelf associeer ik verandering echter meestal helemaal niet met een knus chalet; eerder met een nachthut in een komkommerveld, om het bijbels te zeggen.

’Andries,’ vraag ik na een spelletje petanque in de frisse berglucht, waarin mijn slechtere ik kundig de bal een vallei inwerkte, ’wat is jouw droom?’

’Mijn imago veranderen’, antwoordt hij. En hij legt uit dat hij veel moeite heeft met het beeld van de steile calvinist dat mensen van hem hebben. Hij heeft het gevoel dat hij daardoor mensen van God afhoudt.

’Kijk zo’, en hij gaat vlak voor me staan zodat ik ineens in de schaduw ben. ’Het licht van Gods liefde kan de mensen niet bereiken omdat mijn imago van ondoordringbaar dogmatisme in de weg staat.’

Inderdaad voel ik even geen liefde maar irritatie, met zoveel Knevel massief voor mij oprijzend. De irritatie die ik ook voel wanneer ik hem op tv zie.

’Hoe denk je dat dan te veranderen?’, roep ik vanachter zijn rug.

’Door kwetsbaarder te worden.’

’En hoe ga je dat doen?’

Hij valt stil.

Dat klopt. Zoals gezegd, is van jezelf een beter ik maken onmogelijk. Want in het woord ’beter’ zit een venijnig oordeel verstopt over wie we nu zijn. Dat is dan vanzelf ’slechter’. Een oordeel zet klem zodat je niet veranderen kunt, al werk je nog zo hard. Dan kun je ook moeilijk de goede aspecten, die er ook altijd zijn, van je huidige situatie zien – net zomin als de schoonheid van het meer van Genève tot Calvijn doordrong.

De enige weg naar groei en verbetering is ons ’slechtere’ ik aanvaarden, zoals het nu is. Met mildheid, want ach, wat doen we toch ons best met al dat moralisme of cursussen over zelfverbetering. Om het maar niet te hebben over die ingewikkelde yogahoudingen.

Dit is de paradox van echte spiritualiteit: we veranderen door niet te veranderen.

Dat is moeilijk. Daarom hebben we religieuze praktijken als gebed, meditatie en de kerkdienst nodig. Die beogen ons een heilige luiheid bij te brengen. Want pas als we onszelf niet meer oordelen en stoppen met sleutelen, kan God aan ons werken. Dan staan we hem niet meer in de weg en veranderen we ten goede. Dat is dus niet ons eigen project. Een goed mens vraagt zich niet af of hij of zij goed is. Die is niet met zichzelf bezig. Andere mensen vertellen hem dat.

’s Avonds na de opnames, in herberg ’De verandering’, raken Andries Knevel en ik in gesprek over mensen die bij de EO werkten en die wij beiden kennen. Hij vertelt over hun tegenslagen: hoe ze ziek werden of een dierbare verloren. Zijn stem verandert: warmer, zachter, niet met ’ondoordringbaar dogmatisme.’ Omdat hij aan anderen denkt en even vergeet om te werken aan verbetering van zijn imago?

In dat gesprekje zapte ik naar hem toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden