Met kleine stapjes naar het midden

GroenLinks is verrechtst. Binnen de jubilerende fusiepartij is de verschuiving van oppositiedenken naar machtswil volgens sommige leden het werk van een nieuwe generatie – een generatie die minder vastgeroest is aan oude idealen.

GroenLinks, dat vandaag twintig jaar bestaat, schuift onmiskenbaar. In kleine stapjes gaat het klein-linkse gedachtegoed steeds verder naar het midden. Behalve waar het de ecologie betreft. Daar heeft de partij al zijn radicaliteit behouden – tot buitenparlementaire acties aan toe.

GroenLinks-raadslid Jan Dijkgraaf uit Emmen is een oude rot. In de Emmer gemeenteraad, waar hij al jaren de enige raadszetel van GroenLinks bezet, en in de partij. Hij kan zich, als voormalig lid van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) nog herinneren dat er geen GroenLinks was. Dat de vier piepkleine linkse partijtjes PSP, CPN, PPR en EVP elkaar in en vaak ook buiten het parlement bevochten.

Nu, anno 2010, wordt er weer gesproken over samenwerking. Dit keer met bijvoorbeeld PvdA en D66. Verkennende gesprekken – we mogen ons er niet al te veel van voorstellen, suste Femke Halsema – worden al gehouden.

Dijkgraaf, die zichzelf en zijn opvattingen ’ouderwets’ noemt, is onderdeel van de vergrijzende ’oude garde’ in GroenLinks. Hij was PSP. Verreweg het merendeel van de actieve leden is jonger, nieuwer en onbesmet met een pacifistisch, communistisch, evangelisch of radicaal verleden.

Dijkgraaf gaat met zijn tijd mee. Hij wil wel veranderen, zoeken naar overeenkomsten en samenwerken. Dat is goed, denkt hij. Net als hij er tegenwoordig zeker van is dat zijn partij het beste tot haar recht komt als ze macht heeft, lokaal en landelijk. Dat, zo weet Dijkgraaf ook nog wel, is vroeger wel eens anders geweest.

Vandaag precies twintig jaar geleden werd GroenLinks opgericht, op een feestelijke bijeenkomst in Den Haag. Het was een fusie van wat, tot groot ongenoegen van de betrokken partijen, altijd ’klein links’ werd genoemd: vier kleine partijtjes in de linkerbovenhoek. Vandaag is er in dezelfde stad opnieuw zo’n feestelijke bijeenkomst. Dit keer wordt er geen partij, maar een boek gepresenteerd, waarin beschreven staat hoe GroenLinks zich in de jaren daarna uit die linkerbovenhoek worstelde en langzaam opschoof naar linksmidden. ’Van de straat naar de staat’ heet het, geschreven door Paul Lucardie en Gerrit Voerman, beiden werkzaam aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen.

GroenLinks was bij de oprichting nog een partij die zichzelf vooral in de oppositiebanken zag, maar de afgelopen tien jaar alweer hengelt GroenLinks openlijk naar de macht. En al is het landelijk nog niet gelukt, lokaal bestuurt GroenLinks al jaren. Voerman vond een treffende anekdote: in november 1995, toen GroenLinks vijf jaar bestond, drukte het partijblad het ’GroenLinks jubileumcryptogram’ af. De omschrijving voor 5 verticaal luidde: juiste plaats voor GroenLinks. De oplossing, in het volgende nummer, was: oppositie. Tien jaar later keek de partij er heel anders tegenaan. Ter gelegenheid van dat lustrum verscheen een boekje met de titel: ’Als de Trèveszaal lonkt’.

De verschuiving van oppositiedenken naar machtswil is het werk van een nieuwe generatie, zegt Dijkgraaf. Een generatie die minder vastgeroest is aan oude idealen. Hij merkt het aan zijn dochter, ook een GroenLinkser. Vaak verwijt ze hem in oude kaders te denken. Die kaders slijten langzaamaan. „In het begin was het congres een stuk minder meegaand dan nu. Toen konden de leden het bestuur echt dwarsbomen. En toen was de jongerenorganisatie, Dwars, de linkervleugel van de partij. Dat is nu wel anders.

„Het is goed dat dingen veranderen. Ik vind wel: je moet ze met een zekere distantie volgen. Ik ben lid van kritisch GroenLinks. Want landelijk gebeuren er soms dingen die voor mij niet goed zijn, zoals onze opstelling in het ontslagrecht. Maar als het congres meegaat, zal ik er niet voor gaan liggen.” Dijkgraaf ziet de partijleiding stelselmatig voor de troepen uitlopen. Terecht, meent hij, daar zijn ze voor.

GroenLinks is in een winning mood. De laatste twee verkiezingen won de partij. Het aantal leden groeit ieder jaar, naar ruim 25.000 dit jaar. De vraag die Voerman en Lucardie opwerpen in hun boek is aan de nieuwen om te beantwoorden: hoe gaat GroenLinks de toekomst in? Leiden de verkennende gesprekken die nu worden gevoerd op termijn opnieuw tot een fusie, met ofwel D66, of PvdA, of allebei? Of moet GroenLinks zelfstandig blijven, en wat brengt de toekomst dan? Marginalisatie, groei of consolidatie?

Groei, zegt Ineke Hendrickx, fractievoorzitter van GroenLinks Venlo. Als duurzaamheid weer een issue wordt, kan dat zomaar gebeuren. „Op dit moment is dat niet zo, het gaat alleen maar over de verrechtsing.”

GroenLinks Venlo kreeg bij de afgelopen verkiezingen een behoorlijke klap en zakte van zes naar drie zetels. Ook de twee wethouders is de partij nu kwijt. Dat is slikken, want ’we hadden behoorlijk wat van ons programma kunnen realiseren, en dat wordt nu allemaal weer afgebroken’. Toch: ze wacht rustig haar moment af. „Politiek is voor ons een middel, geen doel op zich. We willen dingen veranderen. Dat gaat beter als je groter bent.” Toch is een fusie of zelf verdergaande samenwerking wat Hendrickx betreft nog ver weg. Vindt GroenLinks Venlo op groene thema’s altijd D66 aan haar zijde, op sociaal-economisch terrein zijn ze het vrijwel nooit eens.

Bovendien: GroenLinksers, ziet Hendrickx, zijn een apart soort. Ze ziet het ook op congressen, op het partijkantoor in Utrecht. Na lang nadenken komt ze op het woord: ’integer’. „Ze zijn wars van politieke spelletjes. Ze zijn te serieus om vanwege politieke machinaties tegen iets te stemmen waar ze eigenlijk voor zijn, bijvoorbeeld. Dat gebeurt in andere partijen wel.”

Bart Swanenvleugel, voorzitter van GroenLinks Meerssen, ziet nog meer dan bij GroenLinks bij andere partijen de drang om zich vast te houden aan de eigen identiteit. In Meerssen is GroenLinks al gefuseerd. De partij, die daar samen met D66 en PvdA opereert, heet Kijk! „Veel leden, van andere partijen hebben moeite met de ander”, zegt Swanenvleugel. „De PvdA vindt D66 teveel naar de VVD leunen, de leden van D66 worstelen met het idee dat ze met socialisten moeten samenwerken. Pure beeldvorming. Want in de praktijk zitten we allemaal vrijwel op één lijn.” Hij moet avonden lang uitleggen, zegt hij, waarom de samenwerking beter is dan apart opereren. Hij komt PvdA’ers tegen met ’fundamentele gewetensbezwaren’ tegen D66, en D66’ers met een omgekeerde afkeer. GroenLinks zit, zegt hij, ’er een beetje tussenin’.

Was progressief in Meerssen niet zo klein geweest, dan was de samenwerking er nooit gekomen. De drie partijen halen gezamenlijk niet meer dan 3 zetels van de 17 in de gemeente. Dat kan een voorbode zijn: de samenwerking tussen de partijen die GroenLinks vormden, ontstond immers ook aan de basis, maar pas op het moment dat ze zo klein waren dat ze zelfstandig lastig een zetel konden veroveren. Dat lijkt bij GroenLinks, D66 en PvdA nog niet het geval. „De kans op een fusie lijkt niet erg groot, maar de omstandigheden kunnen veranderen”, schrijven Lucardie en Voerman. „Als de Nederlandse kiezer verder naar rechts schuift en de aanhang voor GroenLinks, D66 en PvdA krimpt, kan een fusie meer hoop op invloed bieden.”

Afgelopen maanden vroeg menig GroenLinks-lid zich af of de partij niet te veel naar rechts was opgeschoven toen partijleider Femke Halsema openlijk haar voorganger Mohammed Rabbae afviel, die sprak op een demonstratie tegen Geert Wilders. „Ik word soms zo moe van die toevoeging oud-GroenLinks-Kamerlid”, zei ze met plaatsvervangende schaamte, toen Rabbae had gezegd dat Wilders en diens PVV ’fascistisch’ zouden zijn. Was GroenLinks niet ooit de partij bij uitstek waarin dat soort dingen gezegd werden? Inderdaad, zo blijkt uit onderzoek. De partij is verrechtst. Op internationaal terrein bijvoorbeeld ontwikkelde ze van anti-Navo naar pro, en op sociaal-economisch terrein van plan-socialisme naar aanvaarding van de markteconomie. De leden zijn steevast minder veranderingsgezind dan de leider. „De leden hebben een paar aarzelende stapjes richting het politieke midden gezet, maar zijn op veel punten, bijvoorbeeld op ecologisch gebied, radicaal gebleven”, schrijven Lucardie en Voerman.

Dat bevestigt de 50-jarige Tonnie Tekeleburg, fractievoorzitter van de partij in Lochem. In Lochem heeft GroenLinks drie raadsleden en een wethouder. De partij bestuurt er met VVD, CDA en PvdA. „Wij hebben ook een buitenparlementaire actie”, zegt Tekeleburg trots. Met een aantal gelijkgezinden richtte Tekeleburg een alternatieve energievereniging op. Het aantal belangstellenden groeit snel: meer dan 700 mensen hebben gezegd belangstelling te hebben voor de energie die zij willen leveren uit gezamenlijke zonnepanelen. Daar zouden ze, vindt hij, in Den Haag misschien best eens wat aandacht voor kunnen hebben. Tekeleburg: „Onze contacten met het landelijk bureau en Utrecht zijn voortreffelijk, daar heb ik niets op aan te merken. Maar een Haags politicus ken ik niet. Terwijl er in het land best wel eens dingen ontwikkeld worden waar zij iets aan kunnen hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden