Met kleine opvang vreest Dijkhoff er niet te komen

analyse | Zolang het lukt, verkiest hij grote locaties

NICOLE BESSELINK en REDACTIE POLITIEK

De gemeenten willen het graag, de landelijke politiek en de nationale politie dringen erop aan, maar staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD, veiligheid en justitie) is er niet erg happig op: kleinschalige opvang voor asielzoekers, variërend van tientallen tot een paar honderd. Waarom houdt de bewindsman vast aan locaties met liefst minimaal een bed of zeshonderd als er lokaal meer draagvlak is voor flink kleinere azc's?

Gemeenten hebben twee hoofdargumenten om hun pleidooi te ondersteunen. Er zouden lokaal meer gebouwen te vinden zijn die zich lenen voor kleinschalige opvang dan voor opvang op grote schaal. Verder denken gemeenten op meer draagvlak van de bevolking te kunnen rekenen als asielzoekers verspreid over het hele land worden opgevangen. Plaatsvervangend korpschef Ruud Bik van de nationale politie voegde daar vorige week aan toe dat de azc's dan beter beheersbaar zijn.

De bekende argumenten die Dijkhoff en het Coa daar tegenin brengen, zijn deels praktisch van aard. Bij een grote opvanglocatie zijn zaken als beveiliging, catering en medische zorg beter te organiseren. Zo hoeven mensen voor een doktersbezoek niet naar een andere opvanglocatie te worden gebracht. Wel zo efficiënt.

Maar naast praktische zijn er ook politieke redenen. Dijkhoff zit met volle azc's en verwacht tegelijk ook dit jaar weer veel asielzoekers. Die wil hij allemaal een bed kunnen bieden. Dat maakt dat hij liever een grote locatie voor duizend mensen opent dan een kleinere voor vijfhonderd. "Als een hoger aantal kan, heb ik een twee keer zo grote sprong gemaakt", hield hij de Kamer vorige week voor.

Daarbij vreest Dijkhoff voor een neerwaartse spiraal. Geeft het Coa de ene gemeente groen licht voor honderd opvangplekken, dan zullen andere gemeenten mogelijk minder geneigd zijn om zeshonderd mensen op te nemen. "Als het een zichzelf versterkend effect wordt, is het een heilloze weg", aldus de staatssecretaris. "Als elke gemeente zegt: 'Vijftig asielzoekers, dat lukt ons wel', dan lukt het mij niet qua opdracht."

Tegelijk weet Dijkhoff dat hij niet te hoog van de toren kan blazen. Hij is de vragende partij, ziet hoe gevoelig de komst van grote azc's ligt in sommige plaatsen en kan gezien de druk ook niet zomaar aanbiedingen van welwillende gemeenten afslaan. Dat gebeurt volgens hem ook niet. Per aanbod kijken zijn mensen waar het aangeboden gebouw zich het best voor leent. Bij weinig bedden heeft het ombouwen naar permanente woningen voor vluchtelingen vaak de voorkeur.

Dijkhoff houdt zich ook niet helemaal doof voor de roep van gemeenten om kleinere azc's. Die kunnen er wat hem betreft best komen, mits er een volwaardige locatie in de buurt is waar asielzoekers voor zaken als medische zorg naartoe kunnen. De kleine azc's werken dan als een soort satelliet. Ook een optie: naburige gemeenten die de handen ineenslaan en over meerdere locaties een fiks aantal asielzoekers verdelen.

Als 'haalbaar' en 'bespreekbaar' minimumaantal bedden voor een azc noemde Dijkhoff vorige week desgevraagd driehonderd - de ondergrens die ook het Coa hanteert. Daar voegde Dijkhoff aan toe dat hij zich liever niet laat vastpinnen op zulke cijfers, anders loopt hij het risico dat gemeenten die cijfers als 'alibi' gebruiken om helemaal geen asielzoekers op te vangen. Dat risico kan hij zich op dit moment niet veroorloven.

De doorstroom van azc naar woning hapert, terwijl de instroom van asiel-zoekers nauwelijks afneemt. Dus blijft het kabinet naarstig zoeken naar nieuwe opvanglocaties. Daarbij gaat de voorkeur nog altijd naar grote centra.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden