Met ironie overleef ik

Hongarije is geteisterd door nazi's, communisten en nationalisten, maar schrijver György Konrád wist van geen wijken. In het antisemitische land blijft hij opmerkelijk lichtvoetig. Totdat zijn gevoel voor humor hem in de steek laat.

Op een voorjaarsdag in 1988 verscheen György Konrád in pyjama aan de deur: het afgesproken vraaggesprek voor Trouw kon niet doorgaan, hij was de verjaardag van zijn vrouw vergeten. Terwijl ik net naar zijn geboortedorp was geweest voor foto's van zijn ouderlijk huis en de Joodse begraafplaats, decor van 'Tuinfeest'. In Hongarije mocht Konráds magistrale afrekening met het communisme niet worden verspreid; 'stillen' rapporteerden m'n gangen.

Nu, 28 jaar later, schuifelt György Konrád een Amsterdamse hotellobby in om de schade in te halen, de man die zijn Joodse blik paart aan Hongaarse warme charme.

Zijn - derde, 21 jaar jongere - vrouw bezorgt de kamersleutel alvorens de stad in te gaan. "Als ik een tweede leven mocht kiezen zou dat in Amsterdam zijn."

Konráds prachtige stiltes zijn voor de interviewer al even onoverdraagbaar als zijn ironie en wisselingen tussen het Engels, Duits en Hongaars, de taal die we beiden liefhebben. Het gesprek zal drie keer zo lang duren als afgesproken, gesmeerd door whisky. "Ik heb spraakwater nodig... Nee, voor het schrijven zelden."

' Tuinfeest' vond ik het beste boek. Bewondering is het slechtste uitgangspunt voor een interview.

"Dit steek ik in mijn zak en koester het. Laten we dan nu het harde vraaggesprek aangaan."

Goed, uw dood nadert. Hoe gaat u daarmee om?

"Ik reflecteer op de dood sinds mijn vroege kindertijd. Ik leef altijd in het besef dat dit leven een langzame mars naar de dood is."

Welke fouten heeft u gemaakt?

"Misschien heb ik mijn belangrijkheid in de politiek overschat. Misschien had ik wat invloed, maar verhalen vertellen is beter. Ooit zei Isaac Bashevis Singer me: 'Ik weet dat je een goede schrijver bent en je thema ook politiek is. Maar schrijf alleen over liefde.'"

Heeft u ergens spijt van, als schrijver?

"Nee... Ik heb m'n leven in zinnen vervat. Ik loog in de literatuur. Misschien was ik dom, een idioot in dat opzicht. Maar dat voelde en dacht ik, de literatuur was mijn realiteit. Die domheden vielen trouwens mee. Als ik m'n eerste werk herlees, denk ik nu: niet slecht."

U kreeg geen Nobelprijs. Spijtig?

"Eén keer, ik was juist in Nederland, vroeg een Zweedse me of ik bij de telefoon wilde blijven. Maar er gebeurde niets. Wis¿awa Szymborska, een erg goede dichteres, won. Een collega noemde de Nobelprijs de Kus des Doods. Je krijgt zoveel plichtplegingen dat je nauwelijks meer aan schrijven toekomt."

Was 'Gastenboek' (2013), 800 pagina's korte schetsen, uw slotakkoord?

"Dat was de bedoeling. Ik dacht m'n rust gevonden te hebben, maar het tegendeel is het geval. M'n hoofd gaf me geen rust en ik zal de pen weer oppakken... Als ik klaar ben, vertel ik je waarover."

Uw schrijverschap omschreef u als 'noch de waarheid noch een pakket leugens... de dans van onberekenbare vingers'. Waarom schreef u nog memoires nadat uw barre geschiedenis al onnavolgbaar in literatuur was vervat?

"Geschiedenis wordt zo vaak in twijfel getrokken, van alle kanten. Ik wilde alsnog mijn ervaringen op tafel leggen zonder enige vorm van fictie. Bewustzijn en herinnering hebben alle vormen van kleine planken en dozen."

Was het moeilijk?

"Het is boeiend ontdekkingen te doen, ook in je eigen geschiedenis. De precieze herinneringen bieden esthetisch voordeel. Ze maken het verhaal gevoeliger. Misschien zijn m'n herinneringen minder correct dan ik hoop. De epistemologische scepsis is ook de plicht van een schrijver. Je mag het als fictie beschouwen. De lezer is vrij."

Als kind observeerde u urenlang op de schommel. Nog steeds?

"Ja, dat is de beste metafoor. Maandenlang volgde ik een nest jonge ooievaars, voorbeeldig gezinsleven. Evenzo bekeek ik markt, zwembad, straat, leraren, kinderen. Goed en kwaad. Hoe kan ik meedoen op het voetbalveld? De grote gebeurtenissen, het circus."

Beelden die u in Hongarije hielden, toen collega's vluchtten?

"Bij emigratie neem je afscheid van je omgeving en beelden, je leven begint opnieuw. Ik hou van de continuïteit van het leven,

van familie. In 1974 opperde het regime emigratie. Eerst wilde ik vertrekken en kreeg visa en werk aangeboden van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk. Maar een schrijver heeft slechts pen en papier nodig. Hij is niet zo afhankelijk van het politieke systeem."

Dat systeem vormde juist uw inspiratiebron?

"Jawel, steeds weer de provocaties, eerst nazisme, toen communisme en daarna nationalisme in Hongarije. Nu ben ik een landverrader, zo schreef men op internet."

U gaf uw land zo veel moois, maar het volk beloonde u niet evenredig...

"Het is geen handel. Geven zonder de prijs te incasseren is eleganter."

Hoe past u in Hongarije, zoveel nadruk op volk, grond en katholicisme gegrondvest door de Heilige István in het jaar 1000?

"Ik voel me onderdeel van de kring van mensen die aardig voor me zijn. Ik voel me loyaal jegens mijn tong." Hij lacht hard. "Als kind had ik Duitse kinderjuffrouwen. Maar ik was vaker in de ijzerwarenwinkel om te luisteren naar conversaties tussen de klanten en verkopers en te kijken naar al die materialen en jachtwapens."

In Hongaarse tv-interviews zie ik u steeds aanvankelijke woede overwinnen met een afslag naar ironie... Ironie om te overleven?

"Ja, ik kan heel boos worden maar ik voel direct de behoefte om opzij te stappen en m'n eigen woede te beschouwen. Ik heb de plicht om niet dom te zijn. De ironie is de beste hulp om niet dom te worden, niet boos."

Over het virulente antisemitisme zei u dat u die nauwelijks in de statistieken aantreft, en uw buren zijn aardig. Hoe blijft u zo lichtvoetig?

Heel ernstig: "Hun probleem, niet het mijne...Als ze dom willen zijn, die vrijheid hebben ze...Niets dwingt me om m'n gedachten en daden aan te passen aan hun domheid."

Sommige Hongaarse kennissen dweepten met Peter Esterhazy, die lag veel beter bij de elite, terwijl uw boeken beter zijn...

"Dat beaam ik niet. Péter schrijft geweldig, en kreeg altijd achting in die kringen. Maar hij, Kertesz, Nádas en ik ontvingen allen internationale prijzen."

Bent u in eigen land minder gewaardeerd dan in Duitsland en Nederland, omdat u Jood bent?

"Zeker, absoluut. Er is geen kruid tegen gewassen, nooit, nooit, een eeuwig verhaal. Maar in de katholieke kerk is een verandering gaande met paus Franciscus. Ik ontmoette hem in Rome bij de uitreiking van de Charlemagne Prijs - die ik kreeg in 2001. Naar m'n gevoel is hij oprecht in de toenadering. Ik zie ook de afstand tussen de twee delen van de Bijbel kleiner worden. De Bijbel is tweederde Joods en eenderde is tekst van dissidente Joden. Die worden later christenen genoemd."

U zegt altijd geen angst te kennen, maar bent u nooit bang voor de toekomst hier van uw vijf kinderen en vier kleinkinderen?

"De drie jongste kinderen doorliepen goede joodse scholen, van de kleuterschool tot en met gymnasium. Voor hen is het geen probleem om Joods te zijn, integendeel. Boedapest telt nu ongeveer 100.000 Joden, een samenleving met veel interessante mensen. Een sterke gemeenschap waarin ze hun weg vinden."

Beschermen we in het Westen Joden beter dan in de oorlog, nu ze slachtoffer worden van moslimextremisten?

"Ik denk dat er nu meer steun is. Maar we moeten niet onbegrensd optimistisch zijn over de goedheid, noch overdreven pessimistisch. Mensen kunnen, vooral als je het niet verwacht, extreem goed zijn. Vaak in stilte. Overal, ook in Hongarije."

Beoordeelt u mensen als goed en slecht?

"Ik heb gevoelens; meer dan oordelen. Net als met honden, die voelen aan wie goed en kwaad is. Ik beoordeel mensen niet als groep, ook katholieken niet. Nu verbeteren de verhoudingen tussen christenen en Joden aanzienlijk. Mijn kleinzoon Abel van twaalf, is trouwens de trouwste synagogebezoeker, al is hij voor een kwart Joods en voor driekwart katholiek."

Uw vriend Sándor Nemeth zei dat u een goede rabbi zou zijn.

Lachend: "Maar dat ben ik toch ook? In m'n papieren staat dat ik literatuur doceer. Een leraar en een schrijver, wat heeft een rabbi nog meer nodig om de weg te wijzen?"

Bent u soms plotseling religieus, zoals veel oudere Joden?

"Ja, natuurlijk. Ik schrijf, ik verkondig een boodschap. Maar religies zijn zo hard in hun boodschap. De volgers beweren een waarheid te verkondigen. Die heb ik niet te bieden."

Bezoekt u een synagoge?

"In Berettyóújfalu nam m'n vader me mee. Ik herinner me nog het gebedskleed om m'n schouders - nogal een verplichting - maar meer nog de geit in de tuin. Daar kon je leuk mee spelen. Mijn vrouw sleepte de kinderen naar de sjoel, ik sporadisch. Toen ik eens kwam, nam de jonge rabbijn me direct mee naar voren. Ik wist niet wat ik doen moest. Laat mij maar op de achterste rij. Met een oude rabbijn ging het ontspannener. Hij zat in een rolstoel waarmee kinderen dolden. Misschien werd de man ook wat seniel, het beviel me wel."

Lichtvoetigheid en ironie als religie, ze slepen u door het barre leven?

Konrád, breed lachend: "What else? Veel mensen nemen zichzelf veel te serieus en hijsen zich met hun nietszeggende woordenstroom op een podium. Vooral politici. Zonder ook maar in de buurt van de waarheid te komen."

Maar waarom bevatten uw harde woorden over het islamisme geen spoortje ironie?

"Ja, islamisten staan haaks op humor. Iedereen met een andere denkwijze is zijn leven niet veilig. Nazisme, communisme en islamisme hanteren meedogenloze instrumenten. Buigen of gedood worden. Met de eerste twee was Europa grenzeloos naïef, nu wederom."

Dus geen moslimvluchtelingen binnenhalen?

"Je kunt hen niet allemaal toelaten, noch allemaal tegenhouden. Nodig jij op je verjaardag zo veel gasten dat je ze bij de buurman wilt droppen? Het is te veel, wij kunnen het vooral cultureel niet aan. En de meerderheid bestaat uit jonge mannen. Miljoenen vrouwen, kinderen en bejaarden mogen nu kennelijk achterblijven in ellende, maar volgen straks."

Is het niet onze morele plicht, net als in '40-'45?

"Driekwart van de mensheid leeft in onderdrukking. Dat kan Europa niet oplossen. De gastvrijheid en hartelijkheid zijn kortstondige, voorwaardelijke geesteshoudingen, uiteindelijk moet de vreemdeling werken.

"Ik zit daarmee niet in het kamp-Orbán; die staat voor een maffioos regime van zelfverrijking en machtsmisbruik. Maar we bieden extreem-rechts een alibi om het voortbestaan van Europa op het spel te zetten. Er is geen reden om de rechtsstaat en pluralistische idealen van het Europese humanisme in te leveren."

U kreeg kritiek dat u, de 'moedigste Hongaarse democraat', zo hardvochtig en angstig over immigratie en islam schreef.

"In het verleden groetten vluchtelingen ons nog beleefd, dankbaar voor de schuilplaats, dat is voorbij. Ze komen met een skyline van minaretten waaronder haatpredikers aan het werk zullen gaan.

"Integratie van personen heeft kans op succes, maar van grote groepen die hun identiteit behouden, niet. Er dreigt een parallelle samenleving die ons wil onderdrukken."

M'n hoofd gaf me geen rust, maar ik ga weer schrijven...

Als ik klaar ben, vertel ik je waarover

Wie is György Konrád

Konrád is in 1933 gebeoren in Berettyóújfalu, bij Debrecen. Hij dook in 1944-1945 onder bij familie in Boedapest, zijn ouders volgden nadat hun ijzerwinkel was geconfisqueerd.

Vanaf 1950 studeerde hij literatuur, sociologie en psychologie in Boedapest. Daarna werkte Kónrad - tot 1989 - in de ouderenzorg, als literatuurredacteur en socioloog.

Zijn eigen boeken verspreidde hij ondergronds; in het Westen brak hij door met 'De Medeplichtige', 'Antipolitika' en 'Tuinfeest'.

Konrad dankt zijn bekendheid in Nederland daarnaast aan twee interviewseries, waarin hij voor de camera werd bevraagd door Wim Kayzer: 'Nauwgezet en Wanhopig' (1989) en 'Van de Schoonheid en de Troost' (2000).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden