Opinie

Met het polariseren van Samsom is niets mis

De persoonlijke vete tussen Joop den Uyl en Dries van Agt voorkwam het tweede kabinet-Den Uyl Beeld ANP
De persoonlijke vete tussen Joop den Uyl en Dries van Agt voorkwam het tweede kabinet-Den UylBeeld ANP

Dankzij de nieuwe linkse koers van de PvdA valt er weer wat te kiezen voor de burger. De partij moet alleen oppassen dat ze de valkuil van het heilig eigen gelijk vermijdt.

Het is ook nooit goed. Was de Partij van de Arbeid onder Job Cohen nog de gedoogpoedel van het kabinet-Rutte, onder Samsom zou de partij nu zo ver naar links opschuiven dat ze vrijwel zeker buiten een volgende coalitie blijft. Commentatoren duikelen over elkaar heen in hun verwijten dat de PvdA te veel op de SP begint te lijken, en zich daarmee, wellicht langdurig, buitenspel zet.

Samsons bezuinigingsalternatief ademt dat inderdaad uit, zeker de slogan 'laat de rijken de crisis betalen', enige crises geleden gemunt door de SP. Een toptarief voor de hoogste inkomens, beperking van de hypotheekrenteaftrek voor duurdere woningen, extra vermogensbelasting, het zou bij de SP allemaal niet misstaan. Maar, het detoneert bij de PvdA ook niet, aangezien deze maatregelen vallen binnen de kernwaarde van de sociaal-democratie: solidariteit. Iedere PvdA-leider tot nu toe, van Drees tot Cohen, streed er, in elk geval verbaal, voor om 'de sterkste schouders de zwaarste lasten' te laten dragen. Er is dus, met andere woorden, niets nieuws onder de zon.

De 'ruk naar links' van Samsom is in feite weinig meer dan een correctie van de 'ruk naar rechts' die de PvdA in de jaren tachtig en negentig maakte onder Kok. Met rapporten als 'Schuivende Panelen' en 'Bewogen Beweging' omarmde de partij het neoliberalisme. Dat leverde weliswaar regeermacht op, maar luidde ook het verval van de sociaal-democratie als onderscheidende stroming in. De kiezer herkende onverbiddelijk de onmogelijke positie waarin de PvdA zichzelf had gebracht. De PvdA verwerd tot een baantjesmachine, waarin machtsposities belangrijker werden dan de vraag wat er met die macht bereikt kon worden. Een correctie zoals nu onder Samsom is dus zeker niet overbodig, hooguit is deze aan de late kant.

Het probleem is dan ook niet zozeer dat de PvdA naar links zou opschuiven - daar hoort zij traditioneel thuis - maar dat er een vlucht uit het politieke midden plaatsvindt. De herideologisering en daarmee herpositionering van de PvdA is een antwoord op de beweging naar rechts van partijen als de VVD, de PVV en het CDA, de partijen die nu de politiek domineren. Aanschurken tegen deze partijen is - nog los van het feit dat de PvdA daar vanuit haar wortels niets te zoeken heeft - weinig aantrekkelijk gebleken. Het 'fatsoenlijk alternatief' van Cohen was te weinig onderscheidend om, in ieder geval in de peilingen, grote groepen kiezers te trekken.

De vraag is of er überhaupt sprake is van een probleem. Enkele decennia geleden streefden grote groepen naar een overzichtelijker politiek bestel, met duidelijke scheidslijnen gebaseerd op economisch-ideologische tegenstellingen. Een dergelijke polarisatie vindt ook nu weer plaats, een polarisatie die heel wel in de plaats kan komen van de minder frisse polarisatie op het terrein van minderheden van de laatste jaren en van de dichtgesmeerde polder van het paarse decennium daarvoor.

Dat zou betekenen dat er eindelijk weer eens wat te kiezen valt bij verkiezingen. Niet meer een onsje meer van dit of een decimaaltje achter de komma minder van dat, maar een keuze op basis van een heuse ideologie, van een wereldbeeld. Die duidelijkheid zou de gevoelde kloof tussen burger en politiek deels kunnen dichten, omdat politiek dan eindelijk weer ergens over gaat.

Die politieke duidelijkheid bij verkiezingen heeft wel een prijs: grotere verschillen bij kabinetsformaties, die daardoor wel eens (nog) moeizamer kunnen verlopen. Een blik op de parlementaire geschiedenis leert ons echter dat, ook in de topjaren van de polarisatie, er altijd nog een kabinet geformeerd kon worden. Het vergt alleen meer politieke moed van de partijleiders om tot compromissen te komen.

Deze week werd vaak het jaar 1977 als voorbeeld genoemd, toen de zwaar geprofileerde PvdA als verreweg de grootste partij uit de bus kwam bij de Tweede Kamerverkiezingen, maar toch in de oppositie belandde. De situatie nu is echter totaal anders dan toen. In 1977 ging het niet om een inhoudelijke polarisatie, maar om een persoonlijke en partijpolitieke.

De vete tussen demissionair PvdA-premier Den Uyl en CDA-leider Van Agt, de arrogantie van de toenmalige PvdA, de voorafgaande vier jaren vernedering van het CDA tijdens het kabinet-Den Uyl en het herwonnen zelfvertrouwen van de christen-democraten door een kleine verkiezingswinst in 1977 zorgden voor een explosief mengsel. Het stond een regeerakkoord echter niet in de weg, hoe groot de inhoudelijke verschillen ook waren. De formatie klapte daarna op de verdeling en invulling van de ministersposten.

Niet met de polarisatie, maar door de arrogante wijze waarop het heilige gelijk werd uitgevent, zette de PvdA zich dus in die periode buitenspel. Maar als polarisatie wordt gecombineerd met een coöperatieve houding, kan zij weleens heilzaam blijken te zijn voor zowel de betrokkenheid van de burger bij de politiek als de bestuurbaarheid van het land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden