Met het CDA komt het wel goed

Het christendom verliest aanhang, maar de normen en waarden waarvoor het CDA staat niet, denkt Gerrit Terpstra, Eerste Kamerlid voor het CDA. Tweede van drie gesprekken met vertrekkende senatoren.

Hij wordt 75 jaar, een paar dagen na zijn afscheid van de senaat. Gerrit Terpstra is een van de laatste politici die via de zuilen in de politiek belandde. Vanaf 1986 was hij parlementariër, met vijf jaar onderbreking. Iemand die via het CNV op een CDA-zetel in de Tweede Kamer terechtkwam en zich daar ontwikkelde tot een politiek dier. Een waterdrager, loyaal aan de partij.

Hij werd gedreven door de traditie van de Anti-Revolutionaire Partij, die 35 jaar geleden opging in het CDA: "Je moet je als mens goed gedragen in je gezin, in je buurt en de rest van de maatschappij. Dat vind ik belangrijk. Je kunt niet zeggen 'ze zoeken het maar uit in Den Haag' of 'ik kijk alleen naar mijzelf en de rest van de samenleving doet er niet toe'. Je moet verantwoordelijkheid nemen. Het idee naastenliefde toe te passen met gelijkgezinden spreekt mij aan en dat vond ik bij het CNV en bij het CDA."

Terpstra, econoom en financieel specialist, werd geboren in het Friese Buitenpost als zoon van een leraar. Zijn grootvader was schipper. Voor zijn aantreden bij het CNV werd nog vier maanden gediscussieerd of een kleinzoon van een kleine zelfstandige het ware werknemersbelang wel kon vertegenwoordigen, vertelt hij. "Gelukkig kwamen ze tot de slotsom dat het mogelijk moest zijn."

In de jaren tachtig stond de verhouding tussen CNV en CDA op scherp. De minister van sociale zaken, CDA'er Wil Albeda, een voormalig CNV-bestuurder, bevroor de uitkeringen en de ambtenarensalarissen. Het CNV vond dat principieel onjuist: de overheid moet zich niet bemoeien met loononderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. "De overheid hoort te vertrouwen op verantwoordelijke krachten in de samenleving", zegt Terpstra. "Uit die botsing vloeide voort dat ik actiever werd in het CDA. Om de vrede te bewaren kreeg het CNV een zetel in het bestuur van de partij en ik kwam op die stoel." Terpstra rolde van het CNV via het partijbestuur door naar de Tweede Kamer.

Hoe werd uw overstap naar de Kamer ontvangen?

"Wim Kok en ik kwamen in 1986 tegelijk in de Tweede Kamer. Hij kwam van de FNV naar de PvdA, ik ging van het CNV naar het CDA. In progressieve kring werd Kok gezien als een versterking van de PvdA. Mijn verhuizing werd gezien als verraad aan de vakbeweging. Louw de Graaf kreeg het in 1977 nog zwaarder te verduren. Hij ging linea recta van het CNV naar een rechts kabinet van CDA en VVD. Louw stond ook voor de vraag: kan ik dat wel doen? Die jongen ging van een heilige club naar de heidenen, zo leek het wel.

"Ik vind: als je van de vakbeweging naar de politiek gaat, verhuis je naar een ander vakgebied. Je hebt een andere rol. Het CNV behartigt de belangen van de werknemers. Dat doe je niet als staatssecretaris of als Kamerlid, want die staan voor het algemeen belang. Ik heb het altijd vreemd gevonden dat de FNV en de PvdA anders werden beoordeeld dan het CNV en het CDA."

Werd van u verwacht dat u het CNV steunde?

"Ik hield de contacten warm. Maar als ik het standpunt van de bond onverkort zou overnemen, zou mijn invloed binnen een maand weg zijn. Dan zegt iedereen in Den Haag: 'Wat Gerrit vindt weten we al, want dat heeft het CNV gisteren al in de krant verteld'.

"Hetzelfde geldt voor het stemgedrag van leden van de Eerste Kamer. Als wij een voorstel honderd procent net zo beoordelen als onze partijgenoten in de Tweede Kamer hebben gedaan, kun je beter stoppen."

Verklaart dat waarom voormalige CNV-bestuurders die voor het CDA minister of staatssecretaris werden drastisch ingrepen?

"In het CNV bestond het idee dat bevordering van de werkgelegenheid niet kon worden gerealiseerd zonder bezuiniging op de sociale zekerheid. Als CNV-bestuurder wilde Louw de Graaf daar al mee aan de slag, maar dat lukte niet. In een andere rol, als staatssecretaris, ging dat wel.

"Binnen het CDA was er soms onenigheid over de functie van de overheid. Opvallend is dat de progressieven, mensen als Bert de Vries en Albeda en De Graaf, pleitten voor een stevige rol. Zij vonden dat de overheid een rechtvaardige samenleving moest scheppen. Er was grote waardering voor het maatschappelijk middenveld, maar dat moest wel een handje worden geholpen. Ook ik heb de voorstellen van Lubbers en Ruding gesteund om de sociale zekerheid te saneren. Toch heb ik nooit ruzie gekregen met het CNV."

Er zitten nu minder ex-vakbondsmensen in de Kamer. Ook bij het CDA.

"Dat klopt. Je moet constateren dat er meer vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties zijn. Daar is ook binnen het CDA kritiek op. Maar het is een maatschappelijke trend. Er zijn minder partijen die zich verwant voelen aan de vakbeweging."

Is het erg dat de invloed van de vakbeweging verzwakt?

"Het is zorgelijk dat de machtsverhoudingen uit het evenwicht raken. De werkgevers blijven voor honderd procent georganiseerd. Bij de werknemers is de organisatiegraad net iets hoger dan twintig procent. Daar hebben beide partijen op een gegeven moment last van. De samenleving is geïndividualiseerd. Ik zie dat aan mijn kinderen en ook bij de kleinkinderen. Bij politieke partijen is die tendens ook zichtbaar. We zijn al zover dat je een nieuwe partij begint als je een beter idee hebt dan de buurman.

"In mijn CNV-tijd werden lonen en pensioenen nog landelijk of per sector geregeld. Tegenwoordig kijken steeds meer mensen alleen naar hun sector of naar hun eigen bedrijf. Tegen die trend in houdt de vakbeweging te lang vast aan dingen die niet meer te redden zijn. Ik denk dat het goed is dat er meer verschillen zijn per sector of per bedrijf. Het CNV past zich sneller aan dan de FNV. Dat is logisch. De FNV is groter en kan minder risico's nemen. Maar modernisering van de vakbeweging is onvermijdelijk. Hoe dat precies gebeurt, is aan een nieuwe generatie."

Geldt dat ook voor het CDA?

"Het CDA worstelt ook. De verantwoordelijke samenleving komt tot uiting in met name de zorg en het onderwijs. Maar scholen en ziekenhuizen zijn enorm groot geworden en daardoor weet je niet meer van wie ze zijn. Inderdaad pleit de partij wel voor kleinschaligheid, maar de cruciale vraag is wie de dienst uitmaakt in het bestuur. Dat is een onopgelost probleem. Het is geen CDA-standpunt, maar ik vind dat pensioenfondsen meer in de zorg zouden moeten investeren en dus ook recht hebben op een winstuitkering.

"Een ander probleem is dat de CDA-top nu pleit voor wat heet 'de samenleving, niet de overheid'. De samenleving moet dingen zelf doen, maar ik vind het soms moeilijk vast te stellen wie die samenleving is. Oude gemeenschappen en verbanden bestaan niet meer."

Hoe beoordeelt u de toekomst van het CDA?

"Het CDA is een partij van normen en waarden. Ik denk dat dat aansluit bij wat veel mensen willen: je moet je netjes gedragen. Verder denk ik dat godsdienst een grotere inspiratiebron wordt voor mensen. Het christendom verliest aanhang, maar er zijn meer soorten religie die voor een groot deel dezelfde theorie aanhangen.

"In de tijd van de paarse kabinetten werd gedacht dat het CDA ten onder zou gaan met de secularisatie en dat de sociaal-democraten en liberalen zouden zegevieren. Dat is niet uitgekomen. Alle drie de traditionele zuilen hebben dezelfde ontwikkeling doorgemaakt: ze zijn kleiner geworden. Op hun top hadden ze dertig procent van de stemmen, nu nog maar vijftien of zestien. De anti-zuilen zijn opgekomen: D66, SP en PVV.

"De VVD heeft nog de minste schade opgelopen, want die speelde sneller dan de anderen in op de individualisering, en dat ligt dicht bij hun ideologie. PvdA en CDA moeten echt omschakelen en een nieuw antwoord vinden. Ik denk dat het goed komt, omdat de waarden van het CDA ook in trek zijn bij delen van de bevolking die niet christelijk zijn georiënteerd. Het begrip gezin was bijvoorbeeld in de jaren tachtig omstreden, dat mocht je nauwelijks uitspreken. Dat is helemaal niet meer het geval."

Is bijna dertig jaar in de politiek niet een beetje te lang?

"Nee hoor. Tegenwoordig zitten in de Tweede Kamer veel jonge mensen met weinig ervaring. Veel partijen moeten samenwerken om het land te besturen. Daarvoor heb je goede persoonlijke verhoudingen nodig. Je weet dat je elkaar niet moet uitschelden, omdat je elkaar later weer nodig hebt. Als Kamerleden en andere politici snel komen en gaan, is er geen collectief geheugen meer en bouwen zij geen band op. Dat is een groot risico voor het functioneren van de democratie."

Wie is Gerrit Terpstra?

1940 Geboren in Buitenpost

1964 Afgestudeerd als econoom (VU)

1964 Medewerker CNV

1978 Bestuurslid CNV

1986 Tweede Kamerlid CDA

1999 Voorzitter Socialeverzekeringsbank

1999 Lid Provinciale Staten Utrecht CDA

2003 Eerste Kamerlid CDA

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden