Met herman op stap in de natuur

Met zijn werk wil herman de vries mensen bewuster laten kijken naar de natuur, waarvan ze in zijn ogen vervreemd zijn. In Schiedam is een overzicht te zien.

Het is geen doorsnee tentoonstelling die Stedelijk Museum Schiedam heeft gemaakt over herman de vries (83). Dat past ook wel bij deze eigenwijze kunstenaar die al meer dan vijftig jaar een aparte figuur is in de Nederlandse beeldende kunst. Al was het alleen al omdat hij zijn naam zonder hoofdletters schrijft. Hij houdt niet van hiërarchieën: in de natuur, zijn belangrijkste inspiratiebron, bestaan ze niet.

Zijn kunstwerken hangen op chronologische volgorde in het Schiedamse museum, zodat je een goed beeld krijgt van de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt. Maar wat deze tentoonstelling anders maakt, is dat je het gevoel krijgt alsof je met herman de vries op stap bent in de natuur. In elke zaal draait een film waarin hij uitleg geeft over zijn werk. Weet je wel, zegt hij in een zaal met ingelijste weideplanten aan de muur, dat je bij elke stap in dit weiland zo'n tachtig plantjes platdrukt? Hoe hij bij dat aantal komt? Nou, hij heeft een plag weidegrond van 40 bij 40 cm uitgestoken en dat nauwkeurig nageplozen. Uiteindelijk telde hij maar liefst 473 plantjes. Hij heeft ze gedroogd en ingelijst. Een aantal hangt nu in het museum. Die plek verdient het ook, vindt de kunstenaar. "Want door dit werk van 473 plantjes wordt zo onbeschrijflijk veel zichtbaar waarvan we ons niet bewust zijn." En laat dat nou ook één van de functies van kunst zijn: mensen bewust maken van iets waarvan ze geen weet hadden.

de vries, een soort Paulus de boskabouter met zijn lange witte baard, heeft nooit een kunstopleiding gevolgd. Hij werkte als plantkundige bij de Plantenziektekundige dienst in Wageningen, waar hij te horen kreeg dat hij met de baard die hij toen al had, promotie wel kon vergeten. Indirect heeft zijn baard er dus toe geleid dat hij voor de kunst heeft gekozen.

In de jaren zestig sloot hij zich aan bij de Nulgroep. De Nul-kunstenaars verklaarden de authentieke schilderkunst dood. Ze gebruikten alledaagse materialen om de dagelijkse werkelijkheid tot kunst te verheffen. de vries maakte in die tijd compleet witte schilderijen en sculpturen van witte blokjes in ritmische patronen op witgeschilderde panelen. Na een ruzie kwam het tot een breuk met de Nul-groep. de vries verhuisde naar Eschenau in het Steigerwald in Zuid-Duitsland. Sindsdien zijn de bossen rondom zijn huis zijn atelier. Daar vindt hij vanaf 1975 het materiaal voor zijn werk dat voor een groot deel bestaat uit verzamelingen: bladeren, vruchten, konijnenkeutels, schedels van dieren, stukken hout, kruiden, maar ook op doek uitgewreven monsters van aarde.

Met zijn werk wil de vries mensen bewuster laten kijken naar de natuur, waarvan ze in zijn ogen vervreemd zijn. Hij laat zien hoe bijzonder en mooi grassen zijn en hoeveel variaties er zijn. Gewoon door ze te tonen 'zoals ze zijn'. Zonder dat belerende toontje waarmee natuurbeschermers soms behept zijn. Het enige wat hij doet is registreren, verzamelen en ordenen.

Zo aanstekelijk werkt de uitstalling van bladeren, planten en half vergane boomstronken, dat je zin krijgt in een echte wandeling door bos en wei om ook zelf materialen te verzamelen, te drogen en in te lijsten. En dan ruikt het ook nog naar de natuur op deze tentoonstelling. In een van de zalen heeft de kunstenaar een 'tapijt' neergevlijd van rozenblaadjes en -knoppen. Voor de kenners: Rosa damascena, de sterk geurende damascusroos.

In de kern is herman de vries altijd een Nul-kunstenaar gebleven, leert deze tentoonstelling ook. Net zoals bij zijn witte schilderijen voegt hij niets toe. Hij laat zien hoe mooi de natuur is, gewoon zoals die bestaat, zonder dat hij daar iets aan verandert of toevoegt.

Voor wie de smaak te pakken heeft: in De Ketelfactory in Schiedam toont herman de vries nieuwe tekeningen en een installatie met jeneverbessen. De houtskooltekeningen maakte hij met verbrande stukken hout uit het Steigerwald. De geur die de jeneverbessen verspreiden is een knipoog naar distilleerderij Nolet, de mecenas van De Ketelfactory.

**** herman de vries. Te zien t/m 18 januari in Stedelijk Museum Schiedam en De Ketelfactory in Schiedam.

Biënnale Venetië

herman de vries vertegenwoordigt volgend jaar Nederland op de 56ste editie van de Biënnale voor hedendaagse kunst in Venetië. De kunstenaar zal in het Nederlandse paviljoen nieuw werk presenteren. De materialen daarvoor wil hij verzamelen op verlaten eilanden in de Venetiaanse lagune die zijn overwoekerd door de natuur. Het Mondriaan Fonds koos de vries uit vijf kandidaten. Een verrassende keuze, maar de jury meent dat de presentatie van de vries een 'krachtig, intiem, sober en actueel geluid zal zijn binnen het spektakel van de biënnale'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden