Met hartzeer breken Zwitsers het hek om hun land af

ZÃœRICH - Zwitserland gaat een goed jaar tegemoet: de economie trekt aan, de federatie bestaat 150 jaar. Toch is de stemming weinig feestelijk. Het afgelopen jaar kregen de Zwitsers de rekening gepresenteerd voor hun zelfgekozen isolement. Het is de vraag of dat oude, veilige gevoel ooit nog terugkeert.

RENSKE HEDDEMA

De Zwitserse warenhuizen rekenen op goede tijden. Ze baseren die verwachting op de uitstekende kerstverkopen, die van ouds her maatgevend zijn voor het daarop volgende jaar. Ook de wintersportoorden hadden een goede jaarwisseling: geen bed bleef onbezet. Voor het eerst sinds 1990 zijn in 1997 in heel Zwitserland weer meer overnachtingen geboekt dan het voorafgaande jaar. Na een malaise van zeven jaar trekt de economie weer wat aan. De neerwaartse spiraal, waardoor de werkeloosheid steeg tot het on-Zwitsers hoge 5 procent, is gestopt.

Maar hoewel de Zwitsers de hand weer voorzichtig van de knip hebben gehaald, is alles nog niet bij het oude en men vraagt zich bezorgd af of dat ooit weer het geval zal zijn. Er is zoveel gebeurd met de Federatie, dat haar bewoners onzeker zijn geraakt. Ze krijgen de rekening gepresenteerd voor hun isolement in Europa. En ze hebben het gekoesterde imago van de 'Florence Nightingale van de Tweede Wereldoorlog' definitief moeten loslaten.

Het buitenland heeft de Zwitsers, zeker het laatste jaar, hard aangepakt. Maar de krantencommentatoren steken de hand in eigen boezem. Niet D' Amato, de Amerikaanse Senator die het debat opende over slapende rekeningen van Holocaustslachtoffers, of de ministers van verkeer met de EU, met wie hard wordt onderhandeld over vrije doorgang, zijn de schuldigen. Het zijn de eigen politici die, zowel volgens links als rechts, eens aan de slag moeten. Ze zitten te slapen, terwijl de sociale zekerheid wordt ondergraven en het Zwitserse bedrijfsleven zijn heil zoekt op de wereldmarkt.

De directe democratie in Zwitserland heeft er altijd voor gezorgd dat het huisje bij de schuur bleef. De referenda, waardoor geen beslissing kan worden genomen totdat de stem van de laatste burger is geteld, waren en zijn een anker in de Zwitserse politiek. Vooral de laatste maanden is gebleken hoe weinig dit ultieme democratische instrument, waaraan de Zwitsers hun superioriteitsgevoel ontlenen, kan uitrichten tegen een globale economie. De tentakels van multinationale ondernemingen grijpen even diep in in de Zwitserse samenleving - EU-lid of niet - als elders. Maar de schok voor de Zwitsers is groter, juist omdat ze zich altijd zo soeverein voelden in hun isolement.

Het beste is dat te zien in de kantons met multinationals binnen hun grenzen. Terwijl de grootaandeelhouders van de Baselse chemiebedrijven en banken in één nacht miljoenen rijker worden, wil het kanton Basel vijfduizend uitkeringsgerechtigden hun toelage ontnemen. Dat de maatregel afkomstig is van een centrum-linkse regering, is des te verwarrender. De grote ondernemingen hebben meer boodschap aan hun wereldmarkten, dan aan de omgeving waar ze zijn gevestigd.

Dit alles maakt dat de fiducie van de Zwitsers in de politiek tot een nulpunt is gedaald. Het geschonden imago door het opgerakelde oorlogsverleden en de mislukte onderhandelingen met de Europese Unie hebben daarvoor ongetwijfeld de voedingsbodem gelegd. Maar wat dicht bij huis gebeurt en direct ingrijpt op de sociale zekerheid, maakt de burgers nog wel kritischer.

In december stonden de Zwitserse media bol van twee gebeurtenissen die nóg meer losmaakten dan het Holocaust- en Europadebat bij elkaar. Terwijl de fusie tussen chemie-giganten Ciba-Geigy en Sandoz tot Novartis nog maar nauwelijks was verwerkt, kondigden nummer twee en drie van Zwitserlands grootste banken hun versmelting aan. Bankemployés moesten op 9 december 's ochtends via de radio horen, dat de fusie tussen UBS en SBC een feit was, en dat zevenduizend mensen binnenkort zonder werk zouden zitten. De wetten van de beursvloer wegen tegenwoordig zwaarder dan het belang van plaatselijke werknemers.

De directie verzekerde dat men natuurlijk blijft investeren in de thuismarkt. Maar niet in een nog steeds overmatig beschermde binnenlandse economie. De Zwitserse boeren, die hun kaasprijzen daarom zo hoog kunnen houden, moeten zich zorgen gaan maken. De nieuwe UBS-bank is nu een speler op de wereldmarkt met een target van vijftien procent winst en zero tolerance, in het nieuwe wereldjargon. Vroeger was de lokale bankier ook politicus die altijd het nut van het algemeen in de gaten hield. Hij zorgde er wel voor, dat de bank zich niet teveel loszong van de plaatselijke belangen.

Het weinig solidaire gedrag van bankier Martin Ebner veroorzaakte een paar weken geleden een nieuwe schok. Net voor de kerst verhuisde Ebner zijn bank vanuit het kanton Zürich, waar belasting wordt geheven op basis van de situatie op 31 december, naar het kanton Schwyz, waar ze op 1 januari peilen. Met die truc ontliep Ebner een belastingafdracht over 1977 van tussen de dertig en veertig miljoen gulden. Zürich, dat de laatste jaren steeds armer is geworden door het wegtrekken van goedverdienende burgers naar randgemeenten, stond op zijn achterste benen.

Daar komt nog bij dat de Zwitsers, federalisten en bankiers van huis uit, heel nerveus worden van een tekort op de staatsbegroting. Toen het parlement zich in zijn kerstsessie boog over de sociale verzekeringen in het komende millenium, was de stemming heel pessimistisch. Menig parlementariër deed zijn beklag over het egocentrisch gedrag van de groot-kapitalisten, terwijl de meest optimistische staatsbegroting voor de komende jaren een miljardentekort uitwijst. Creatieve oplossingen konden nog niet worden genoteerd. De burger blijft gedesoriënteerd achter.

Ook de samenwerking met Europa wil niet vlotten. In 1997 stuitten de Zwitsers voor het eerst op forse irritatie bij de EU-onderhandelaars. “Wat denken de Zwitserse Rosinenpicker wel niet, om met een aangepast pakket de krenten uit de Europese pap te willen halen, terwijl andere landen in rotten van drie klaar staan om toe te treden als volwaardig lid van de Unie?” zo vertaalden de kranten de stemming in Brussel. Het begint door te dringen: in oktober gaf een opinie-onderzoek voor het eerst een kleine meerderheid 'ja'-stemmers voor Europa aan. De Zwitsers beginnen te begrijpen dat je geen hek om het Alpenstaatje kunt zetten.

In 1848 beklonken de Zwitserse kantons een federaal verband waar ze trots op konden zijn. Dat moet dus dit jaar worden gevierd, maar van harte gaat het niet. Het is duidelijk dat het politiek stramien van toen aan vervanging toe is. Dat wil niet zeggen dat de referendumdemocratie zonder meer overboord kan worden gezet, daarvoor is de medezeggenschap in eigen kring een veel te groot goed.

Peter Bodenmann, voormalig leider van de Socialistische Partij, denkt dat niet zijn eigen links maar alleen het politieke midden Zwitserland uit de patstelling met Europa kan voeren. In de Neue Zürcher Zeitung waarschuwde hij dat Zwitserland anders de komende jaren verder achter blijft, dat de economie niet meer groeit en dat als gevolg van dat alles het sociale vangnet verder zal worden afgebroken. En de Zwitsers zullen bang blijven. Maar dan hebben ze het aan zichzelf te wijten. Of, zoals Bodenmann het uitdrukt: Sülber welle, sülber Gha. Wat zoveel betekent als: eigen schuld, dikke bult.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden