Met hard werken komt alles goed

Henk Schoe 1932-2014

Als eeuwige optimist geloofde Henk Schoe in vooruitgang. Met zijn boerderij op het nieuwe land liep hij voorop.

Als hij met zijn beide tienerzonen onkruid aan het wieden was, dan kwamen de verhalen. Terwijl ze de hak in de klei van de Noordoostpolder sloegen, vertelde hij over zijn jeugd op Walcheren. Hij was een oorlogskind en zijn verhalen waren vol bomkraters, mijnenvelden, ondergelopen land en angstaanjagende Duitsers die zijn hond doodschoten. De soldaten hadden ergere dingen kunnen doen als iemand zijn mond voorbij had gepraat over de onderduikers die ze in huis hadden. Maar als soldaten aanpapten met de kinderen, dan hield hij zijn mond stijf dicht.

Ook al gaf hij in zijn volwassen leven antwoord op alle vragen van zijn jongens, hij zweeg nog altijd over hoe hij die bange jaren zelf had beleefd. Zijn verhalen hadden een moraal die hij niet uitsprak: hard werken en doorzetten, dan wordt alles beter. Henk Schoe geloofde in de toekomst.

Dat had hij weer van zijn ouders geleerd. Piet Schoe en Neeltje Davidse werkten voor een grote boer op Noord-Beveland, zij als dienstmeisje, hij als landarbeider. Ze woonden in een dijkhuisje bij Wissekerke, waar Henk werd geboren. Vader Piet wilde vooruit in het leven en huurde op Walcheren, bij Grijpskerke, een boerderijtje, anderhalve kilometer van de naaste buren. Het was goedkoop, want het was het natste stuk land van de hele streek.

Piet wist wat hem te doen stond: hij bouwde een ijzeren windmolentje dat het overtollige water uit zijn akker pompte en hij kon gaan boeren. Het was armoe, maar ze overleefden. Op Oudejaarsavond dankten ze God dat niemand van de buren aanspraak had gemaakt op het onderlinge noodfonds, zodat ze hun bijdrage van één gulden konden houden, hun enige gulden dat jaar.

Toen Henk zeven jaar was vielen de Duitsers het land binnen. Walcheren kreeg de volle laag. Fransen troepen probeerden de Duitsers tegen te houden, zelfs na de capitulatie van Nederland, om de haven van Antwerpen te beschermen, maar tevergeefs. Diezelfde haven was de reden dat de Duitsers later van Walcheren een vesting maakten.

De familie Schoe kreeg een neef in huis die als marinier had geweigerd zich over te geven aan de Duitsers. Later kwamen er meer onderduikers, onder anderen een Engelse piloot, die in de perenboom op wacht zat. De Duitsers kregen er lucht van, maar Henks vader gaf geen krimp toen de Duitsers een geweer op zijn hoofd drukten en de onderduikers wisten te ontkomen. Hij gaf zijn boerderij een naam: De Vrijheid, en hij weigerde eieren te verkopen aan de Duitsers. Voor straf plaatsten ze luchtafweergeschut middenin de moestuin.

Tegen het einde van de oorlog werd het land onder water gezet om de oprukkende geallieerden tegen te houden. Terwijl het water een week lang omhoog kroop, reed de kleine Henk in zijn eentje af en aan met paard en wagen om huisraad, graan, aardappels en veevoer naar de duinen bij Domburg te rijden.

Ook daar waren ze niet veilig. Er werd zwaar gevochten toen de Canadezen aanvielen. Er vloog eens een granaat door hun huis, het ene raam in, het andere uit. Een benzinestation ontplofte vlakbij. Toen Henk onder tafel zat te schuilen, belandde daar een afgerukte arm. "Van een mof", zei zijn vader die de arm bij hem wegtrapte.

Na de bevrijding was er van hun boerderij weinig over. Het land was verzilt door het zeewater. Alle dagen vervoerde Henk met zijn Belgische knollen materiaal om de dijken te dichten en was hij vrachtrijder voor een molenaar. Hij had de tijd van zijn leven.

Toen de boeren op Walcheren werden aangemoedigd te 'emigreren' naar het nieuwe land van de Noordoostpolder, was het gezin Schoe niet meteen enthousiast. Maar het aanbod in de polder was te mooi en ze grepen die kans toch. Ze kregen er in 1948 maar liefst 24 hectare jonge zeeklei, een schuur en een huis tussen Marknesse en Luttelgeest. Henk, die in de oorlogsjaren nauwelijks naar de lagere school was geweest, moest in de polder weer gaan leren, nu op de landbouwschool. Daarna hielp hij zijn vader. Van de vier kinderen was hij de enige gegadigde om het bedrijf over te nemen.

Hij ontmoette een meisje dat met haar ouders uit Groningen was gekomen, Lies Dorenbos. Ze trouwden in 1958 en ze zouden twee zonen, Pieter en Koos, en twee dochters, Nelien en Ria, krijgen. Henk wilde meteen voor zichzelf beginnen en pachtte bij Diever, in Drenthe, een boerderij op arme zandgrond. Op de landbouwschool had hij nooit iets over rogge willen leren, want daar had je niets aan op de polderklei, nu was rogge zijn enige mogelijkheid, naast wat vee. Zoals altijd geloofde hij in zijn zaak.

Op een nacht brak er brand uit. Het hooi, dat lag opgeslagen achter de slaapkamers van de kinderen, was gaan broeien. Op 't nippertje werden de kinderen gered. Terwijl de boerderij afbrandde, stond Lies buiten te huilen. Henk duwde haar weg en keek strak zwijgend voor zich uit.

Zijn vader liet een bungalowtje bouwen in Marknesse en in 1964 nam Henk de boerderij in de polder over. Hij zou er een modern bedrijf van maken en de landbouwvoorlichters waren welkome gasten aan de keukentafel. Als zij andere gewassen aanbevolen of nieuwe bestrijdingsmiddelen, dan was Henk de eerste om die te proberen. Eind jaren zestig omarmde hij de mechanisatie. Al hield hij zielsveel van paarden, ze gingen de deur uit voor een tractor.

Aan tafel gingen de gesprekken altijd over het bedrijf, de gewassen en de prijzen. Henk had een goed oog voor de handel. Als er ineens veel vertegenwoordigers op bezoek kwamen, dan wist hij dat de prijzen zouden stijgen en hield hij zijn oogst een tijdje vast.

Henk was een van de eersten in de polder die met tulpen begon. Dat was een hele organisatie. Tijdens de oogst hadden ze wel veertig scholieren over de vloer om de bollen te oogsten en te pellen. Ze waren veel volk gewend. Henk hield van vrolijk gezelschap. Vrienden van de kinderen waren altijd welkom, en soms zaten ze met 25 man in huis.

Toen Henk de kans kreeg zijn bedrijf uit te breiden met twaalf hectare, twijfelde hij even. Het land lag vijf kilometer verderop, bij Marknesse, en het boerenbedrijf was niet zo lucratief meer. Ondanks de magere jaren durfde hij het aan. Want hij wilde een mooi bedrijf achterlaten voor een van zijn beide zonen.

Zoon Koos haakte af omdat hij toch meer in de techniek zag. Zijn oudste, Pieter, die al negen jaar op het bedrijf werkte, begon twijfels te krijgen. Voor zijn gevoel was het boerenwerk vooral rondrijden met de gifspuit, en dat raakte in diskrediet in de jaren tachtig. In april 1986 besloot Pieter een heel andere kant op te gaan: kerkelijk welzijnswerk. Het was een diepe teleurstelling voor Henk. Zijn vrouw Lies had nog tegen haar zoon gezegd 'Als je maar gelukkig wordt'. Maar Henk zei niets. Twee maanden later werd hij geveld door een zwaar hartinfarct.

Hij was 54 jaar oud en kon niets meer. Pieter zorgde er nog voor dat de spruiten in het najaar werden geoogst. Later kwam er een bedrijfsleider.

Reuma en een reeks van andere kwalen sloopten Henk, maar hij raakte nooit verbitterd. Buitenshuis kwam er geen klacht over zijn lippen, al leed hij voortdurend pijn.

Hij bleef actief voor de hervormde kerk. Zo stelde hij 25 jaar lang, tot vorig jaar, het preekrooster op. Zijn open geest bleek ook daarin. Hij zorgde ervoor dat er niet meer dan eens per maand een stevig orthodoxe dominee aan de beurt kwam.

Ook hielp hij met de boerderijwinkel die zijn dochter, getrouwd met een polderboer, drijft langs de A6 bij Emmeloord. Hij haalde bij boerderijen in de omgeving de producten op voor de verkoop.

De laatste vijftien jaar woonden Henk en Lies in het bungalowtje dat zijn vader ooit had laten bouwen. Hij wilde niets weten van een verpleeg- of verzorgingstehuis en vertrouwde helemaal op Lies die hem verzorgde. Op het laatst waren er bovendien dagelijks acht of negen bezoeken van de thuiszorg nodig.

Op 1 april riep hij de familie bijeen. Hij had niet lang meer te leven, zei hij. Het was genoeg geweest met al die medische behandelingen. De eeuwige optimist gaf zich gewonnen. Met zijn laatste adem verdween voor het eerst in lange tijd de pijn van zijn gezicht.

Henk Schoe werd geboren op 26 december 1932 in Wissekerke, Zeeland. Hij stierf op 13 april 2014 in Marknesse, Noordoostpolder.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Stuur een e-mail naar naschrift@trouw.nl Per post: Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Henk Schoe als jongen op Walcheren met zijn geliefde paarden. In 1948 verhuisde het gezin naar het nieuwe land van de Noordoost-polder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden