Met feertig, fijftig en sestig is niets mis

379In het Zeeuws werd nog enkele tientallen jaren geleden het getal 90 uitgesproken als 'tnegentig'. Mij is bijgebracht dat die begin-t een overblijfsel is van het lidwoord 'het'. Dat zou vroeger aan de tientallen vooraf zijn gegaan wanneer ze als zelfstandig naamwoord werden gebruikt.

Vele eeuwen geleden begonnen de woorden voor 70, 80 en 90 niet met een lidwoord, maar met een voorvoegsel dat 'tiental' betekende. In het Oudengels was dat hund (tachtig bijvoorbeeld was hundeahtatig), in het Oudsaksisch ant. De t van dit verdwenen woordje is, zoals hier onlangs al werd opgemerkt, bewaard gebleven in tachtig,

Zo valt eveneens de t te verklaren in tnegentig, een vorm die bijvoorbeeld ook bij de dichter Guido Gezelle voorkomt, en in tseventig, dat tot in de zeventiende eeuw niet ongewoon was.

Onder invloed van die stemloze t had in tseventig de stemloze s de plaats van de stemhebbende z van zeven- ingenomen. Naar analogie hiervan zeggen we ook sestig, fijftig en feertig, alle met een beginklank die, anders dan de z en de v van zes, vijf en vier, stemloos is. Met deze vormen verslonzen we die woorden niet, maar volgen we een uitspraak die al heel lang als normaal geldt.

Zo constateerde de taalkundige J. A. van Dijk anderhalve eeuw geleden in De Taalgids: met "vier, vijf, feertig, fijftig (...), sestig, seventig (...)" wordt "zooverre ik er over mag oordeelen, de beschaafde uitspraak naauwkeurig aangewezen; nooit heb ik de genoemde woorden anders hooren uitspreken".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden