Met elk debat komen er vragen bij

Teevendeal | Is 16 jaar na de deal met drugscrimineel Cees H. de onderste steen boven? De Kamer weet het nóg niet.

Noem het de wet van de Teevendeal: met elk debat komen er nieuwe vragen bij. Was de hoop dat na het tweede rapport van de commissie-Oosting het boek gesloten kon worden, na uren debatteren bleef de Tweede Kamer gisteravond door oude en nieuwe rafelrandjes wederom achter met een onbevredigend gevoel.

Als chirurgen gingen de Kamerleden, inmiddels specialist in het detailrijke dossier, te werk in een uiterste poging om onduidelijkheden opgehelderd te krijgen bij premier Mark Rutte en minister Ard van der Steur van veiligheid en justitie. Gebrek aan herinneringen, opmerkelijke nieuwe details én gegroeide scepsis maken dat de Kamer er niet gerust op is dat de onderste steen nu boven is.

Hoe kan het bijvoorbeeld dat Rutte beweert zich niet te hebben bemoeid met wie in 2014 de Teevendeal zou onderzoeken? Dat terwijl uit Oostings onderzoek blijkt dat destijds is gerapporteerd dat 2014 'na goed overleg met AZ/MP' (Algemene Zaken, minister-president) niet Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer, maar oud-procureur-generaal Henk van Brummen hiervoor is gevraagd.

"Dan kan toch de enige uitleg zijn dat de premier er invloed op heeft uitgeoefend?", stelde D66-Kamerlid Kees Verhoeven. "Ik interpreteer dat zo dat wij geen bezwaar hebben gemaakt", zei Rutte, die zich niet kon herinneren dat meerdere namen de ronde deden. "Het lijkt alsof de premier achteraf een verklaring bij de passages heeft verzonnen", hoonde SP'er Michiel van Nispen.

Onduidelijkheid bleef er ook over de betrokkenheid van de toenmalige Kamerleden Van der Steur en Klaas Dijkhoff, nu bewindspersonen op Veiligheid en Justitie. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg wilde weten of het klopt dat Rutte Dijkhoff op de dag van het aftreden van Opstelten en Teeven voor crisisberaad naar het ministerie heeft gestuurd. Rutte zei 'aan dat telefoongesprek geen concrete herinnering' te hebben.

Daarnaast bleek dat Van der Steur als Kamerlid niet alleen conceptbrieven van minister Opstelten kon becommentariëren, hij kreeg ook inzage in informatie die nog niet naar de Tweede Kamer was gestuurd. Zoals in 2014 het rapport van Van Brummen. Op basis daarvan suggereerde Van der Steur - met succes - om in de brief te zetten dat betrokkenen 'onvoldoende herinneringen' hebben aan de afwikkeling van de schikking.

Het zorgde voor verbazing: als je zo actief meewerkt met de minister, maak je je als Kamerlid toch monddood? "Dan kun je hier toch niet onbevangen kritische vragen stellen?", vroeg ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers. "Dat is toch niet bijdragen aan de informatiepositie van de Tweede Kamer?" Van der Steur erkende grenzen te hebben 'overschreden', maar voelde zich nooit in zijn parlementaire vrijheid beknot. "Ik kon doen en laten wat ik wilde."

Met zulke losse eindjes is het voor de Kamer moeilijk om een punt achter het slepende dossier te zetten. "Het blijft voor mij onbevredigend dat hoofdrolspelers op cruciale punten geen herinneringen hebben", besloot Van Nispen. "De vraag blijft: is dit het nou? Kan het boek dicht?" "Ik mag het hopen", verzuchtte Van Toorenburg. "Dit geeft geen prettige afdronk", aldus D66'er Verhoeven.

Het debat eindigde in stijl. Verhoeven had gevraagd of Van der Steurs e-mailaccount uit zijn tijd als Kamerlid heropend kon worden om aanvullende opmerkingen op Opsteltens conceptbrief op te duiken. Dat wordt moeilijk, meldde Kamervoorzitter Khadija Arib na navraag bij de Dienst Automatisering van de Kamer. "Drie maanden na het opzeggen van het account is er geen back-up meer mogelijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden