Met een wroetend varken blijft het bos jong

Varkens zijn geweldige natuurbeheerders. Goedkoper dan een boswachter, en lekker om op te eten. Bovendien kunnen ze prima fungeren als ambassadeur van de varkenshouderij, die vaak wordt geassocieerd met kiloknallers.

Je moet een beetje uitkijken met tante Agaath, zegt Nelleke Meersma. "Ze kan nogal opdringe-

rig zijn. Onze Amalia is rustiger." De twee blije Bonte Bentheimers komen nieuwsgierig aangewaggeld. Met de natte neus onder het zand zoeken ze knorrend contact. En dat opdringerige valt reuze mee. Als Amalia onder haar harige buik wordt gekriebeld, gaat ze weldadig op haar rug in de modder liggen.

Tante Agaath en Amalia beheren deze maanden het stuk bos aan de rand van de agrarische kavels van de Ouwendorperhoeve in Garderen. Ze woelen de bodem om en plaggen het gras. Zo wordt de bosgrond weer geopend die is verdicht door de afgevallen bladeren van de woekerende Amerikaanse vogelkers. Op die open plekken kan straks weer jong bos van beuk en eik ontstaan. "Varkens zijn van oorsprong echte bosdieren en hebben een totaal ander effect op de vegetatie dan grote grazers die tot nu toe in de natuur worden gebruikt", zegt Nelleke Meersma, die de boerderij samen met haar man Adriaan Antonis runt. "Die runderen en paarden trappen de grond juist aan."

Het is het derde jaar dat op de Ouwendorperhoeve varkens worden ingezet bij het openhouden van de bospercelen. Eerder had ze vier beren in het bos lopen, maar de zeugen van dit jaar doen het beslist niet slechter, eerder beter. In een afrastering op het erf staan nog vier gevlekte biggen, ook van het Bonte Bentheimer ras. Die zijn volgend jaar aan de beurt voor het bos.

"Oorspronkelijk had het varken op een boerderij de functie van opruimer. Waren de knollen geoogst, dan mochten de varkens op het veld in de resten wroeten. Was het graan van de akkers, dan voedden zij zich met de achtergebleven korrels. Op die manier werd het land 'voorbewerkt', en aten de varkens zich tijdens de nazomer vet zonder dat de boer kosten had. In de herfst gingen de varkens dan de bossen in op zoek naar eikels en beukennootjes om in november geslacht te worden."

Meersma en Antonis hebben op dit moment een klein gemengd bedrijf van 16 hectare, waarvan 4 hectare bos, met schapen, een ezel, en de landvarkens. In hun winkeltje verkopen ze de producten van het land. Meersma's doel is om op hun bedrijf een 'regionale kringloop' te creëren. De producten die zij verbouwen, vormen het voedsel voor hun dieren, en dat vlees verkopen ze weer in de winkel. Van de schapenmelk maakt Meersma kaas. Bij dat laatste productieproces komt afgetapt wei vrij, een bijproduct dat zeer goed als veevoer kan dienen. En daarom heeft ze weer haar varkens aangeschaft: ze zijn er gek op.

Ineke Eijck is procesbegeleider en dierenarts en adviseert 'vooruitstrevende' veehouders bij hun bedrijfsvoering. Met anderen streeft zij naar de herintroductie van landvarkens als de Bonte Bentheimer en het Britse Tamworth. "De varkens die op dit moment in de intensieve veehouderij worden gebruikt, groeien zeer snel", zegt Eijck, "maar ze zijn ook zeer gevoelig, waardoor er veel uitval is. Voor biologische varkenshouderijen waar de varkens ook lekker buiten lopen, zijn deze varkens eigenlijk ongeschikt. Daarom zijn we voor die sector op zoek naar stevige rassen, landvarkens die wat gehard zijn. Kijk naar de Bonte Bentheimers die hier op de boerderij van Meersma rondlopen: ze hebben haren en zijn wat gekleurd, waardoor ze goed tegen de zon kunnen. Ze staan wat lager op de poten en hebben lob-oren. Ze krijgen gemiddeld minder biggen, maar die kunnen dan ook tegen een stootje."

Eijck denkt dat het vlees van deze dieren op den duur een antwoord zou kunnen zijn op de veranderende vraag van consumenten, die varkenvlees steeds meer als 'industrieel vlees' zien, als kiloknaller verpakt in cellofaan. "Op deze boerderij zie je tenminste weer waar het vlees vandaan komt." Landvarkens zouden volgens haar een prima ambassadeur kunnen zijn van de varkenshouderij, een branche die nu vooral wordt geafficheerd met antibiotica en mega-stallen.

Parallel aan de zoektocht naar de mogelijkheden voor 'eerlijk vlees', loopt het onderzoek naar de functies die het landvarken naast vleesproducent zou kunnen hebben. De boerderij van vroeger is er niet meer, maar het varken zou in de natuur eenzelfde cyclus kunnen doorlopen. Eijck en Meersma organiseren daarom volgende week een bijeenkomst voor boeren en natuurbeheerders waarin wordt stilgestaan bij het varken als 'landschapsontwikkelaar'.

"Onze varkens wroeten nu ons eigen bosje los, maar zouden dat natuurlijk ook in de gebieden van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer kunnen doen. En dat zonder grote kosten. Als we de aantallen landvarkens voor de consumptie willen vergroten, hebben we ook meer locaties nodig waar de dieren in een natuurlijke omgeving kunnen groeien. Terwijl natuurorganisaties wellicht gebaat zijn bij het openmaken en verjongen van het bos. Ik heb echt het gevoel dat we iets voor elkaar kunnen betekenen", zegt Meersma.

In feite doen landvarkens precies hetzelfde als wilde zwijnen. Maar er zijn ook grote verschillen. Wilde zwijnen mogen zich maar op twee locaties in Nederland bevinden, op de Veluwe en in de Limburgse Meinweg. Daarbuiten worden ze meteen afgeschoten. Ze zijn ook amper te sturen. Ze trekken rond en wroeten waar dat uitkomt, al is het in de tuin van de burgemeester. "Bij landvarkens is het de bedoeling dat we deze steeds tijdelijk, als gedomesticeerde dieren inzetten in een beperkt gebied", zegt Eijck. In kleine groepjes, ín de eigen regio, op plekken waar dat nodig is, en slechts voor een paar maanden. Daarna verhuizen ze weer naar een volgende plek. Er is dus geen risico dat de populatie zich enorm uitbreidt en overlast veroorzaakt, zoals dat bij de zwijnen het geval is."

Landvarkens zijn geregistreerd en van oormerken voorzien, en kunnen strikt in de gaten worden gehouden om dierziekten vroeg te signaleren. De intensieve veehouderij is bij verplaatsing van landvarkens bevreesd voor overbrenging van mond- en klauwzeer en varkenspest. Eijck: "Daar is geen enkele reden toe. Als je ziet hoeveel varkens uit de intensieve veehouderij internationaal worden vervoerd, zijn de vervoersbewegingen van landvarkens echt te verwaarlozen."

De inzet van landvarkens in de natuur kent vele winnaars: het varken heeft een beter leven, de boer hoeft minder bij te voeren, het bos wordt gratis onderhouden en de varkens in het bos zijn een attractie voor bezoekers. Toch zijn er flinke wettelijke hobbels voor deze nieuwe vorm van beheer. "Het wettelijke kader voor de veehouderij is ontworpen voor de intensieve sector, waarin alles gescheiden plaatsvindt", zegt boerin Nelleke Meersma. "Als je biggen afvoert, mag je geen biggen aanvoeren. Heb je slachtvarkens, dan mag er niet geworpen worden. Er is slechts één uitzondering: voor recreatieboeren. Maar daar valt ons bedrijf ook niet onder. We zullen het komend jaar heel veel moeten overleggen met het productschap voor Vee en Vlees en het ministerie van landbouw."

Procesbegeleider Eijck: "Wij laten ons graag inspireren door de situatie op Corsica, waar boeren hun twintig tot honderd varkens vooral in de kastanjebossen laten lopen." Een erkend slachter maakt ter plekke een einde aan hun leven, waarna de boer de vleesproducten verzorgt. In de kelders wordt van de beste delen heerlijke worst gemaakt. En ham. "Dat kunnen we in Nederland niet, omdat onze landvarkens tijdens het transport naar het centrale slachthuis zoveel stresshormoon oplopen, dat het vlees te nat is om er nog lekkere gedroogde hammen van te maken. Terwijl daar toch een enorme markt voor is. Eigenlijk zouden ze op het eigen bedrijf geschoten moeten worden." Als varken dat zijn hele leven in de eigen streek is gebleven.

Boeren en natuurbeschermers zijn vrijdag welkom in Boerderij 't Molentje in Garderen voor het symposium 'Het varken als landschapsontwikkelaar'. Met sprekers over bosonderzoek, wet- en regelgeving, risico's voor de volksgezondheid en alles over Corsica. Meer info en aanmelden via: nelleke.meersma@ouwendorperhoeve.nl

Bonte Bentheimer: een vruchtbaar ras
De Bonte Bentheimer is een middelgroot varken met lob-oren. Het dier heeft een langgerekte bouw en is te herkennen aan een onregelmatig zwart vlekkenpatroon op een witte of lichtgrijze ondergrond. Schouderhoogte en gewicht van de zeug: 70 centimeter en 180 kilogram. De beer is 75 centimeter hoog en 250 kilo zwaar.

Het ras kent een hoge vruchtbaarheid en heeft goede moedereigenschappen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw beleefde het varkensras Bentheimer Bunte een toptijd. Veertig jaar later was er nog maar één eigenwijze fokker over: Gerhard Schulte-Bernd uit Isterberg. Er kwam een vereniging tot behoud van de Bentheimer Bunte. Ook in Nederland is er sinds vijf jaar een stamboek. Een Nederlands stamboek moet aan verschillende eisen voldoen. Zo dient de populatie uit ten minste acht beren en honderd zeugen te bestaan.

De Tamworth behoort tot de oudste varkensrassen. Het is een prachtig roodharig varken met rechtopstaande oren. Het staat vrij hoog op de poten en heeft een lange snuit. Het Tamworth varken is goed bestand tegen de meest uiteenlopende weersomstandigheden en leent zich uitstekend voor de begrazing van bossen. Het vlees van dit varken is zeer smakelijk en het karakter van de Tamworth is nogal ondeugend en druk. Bron: levendehave.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden