Met een witte speel je niet

Raciale spanning - en verzoening - op Curaçao

Twee straatbendes op Curaçao voeren een nachtelijke kalebassenoorlog. Ze bekogelen elkaar tot een van de jongens een pistool trekt. Jurcell (13) schrikt; hij zit pas bij de bende en wist van geen vuurwapens. Nog groter is de schok als de vijandelijke leider naar voren stapt: zijn Nederlandse klasgenoot Gerrit.

Deze spannende opening zet de verhoudingen meteen op scherp: de zwarte Jurcell en blanke Gerrit ('Witter worden ze niet gemaakt') staan tegenover elkaar. Niet alleen tijdens die nacht, maar ook overdag op school en bij de voetbalclub. Hun gespannen verhouding staat symbool voor de gevoeligheden die op Curaçao nog steeds bestaan tussen de zwarte bevolking en de makamba's (Nederlanders).

Curaçaoënaar Roland Colastica geeft een voor de jeugdliteratuur uniek inkijkje in de samenleving op het eiland. Gerrit en Jurcell voelen eigenlijk meer verwantschap dan ze willen toegeven; ze zijn een gouden duo op het voetbalveld. Maar hun ouders hebben liever niet dat ze met elkaar omgaan.

Om die afstand tussen zwart en blank voor jonge lezers te duiden, is een lesje slavernijgeschiedenis onontbeerlijk. Colastica doet zijn best, maar het ligt er toch nog behoorlijk dik bovenop. Van zijn oma en tijdens een heftige discussie op school leert Jurcell wat het probleem is: "Makamba's kunnen het niet laten om over zwarten te heersen. Daarom mogen wij ze nooit vertrouwen." Waarop Jurcells vriendin Taïma reageert: "Wij moeten ons bevrijden van het slavengevoel dat nog steeds in ons hoofd zit." Bob Marley zong het al, maar hier klinkt het te prekerig.

Toch gaat het verhaal over veel meer. Jurcells bekvechtende ouders scheiden, zijn vader legt het aan met de juf en Jurcell wordt tijdelijk bij zijn oma gedumpt. Hij voelt zich verloren en sluit zich aan bij de straatbende.

Na de kalebassenoorlog wordt duidelijk hoe Gerrit bij zíjn bende is gekomen en sluiten hij en Jurcell, ondanks alles, vriendschap.

Soms weidt Colastica iets te veel uit (de scheidingsperikelen), soms juist te weinig (Jurcells aansluiting bij de bende). Zijn verzoenende boodschap komt bovendien erg nadrukkelijk naar voren. En toch is het een charmant boek. Colastica schrijft pakkend, zet levensechte personages neer (vooral Jurcell ontroert) en roept het eiland vol cactussen, wayakábomen, kolibries, leguanen en magische verhalen beeldend op.

Roland Colastica: Vuurwerk in mijn hoofd. Leopold, Amsterdam; 140 blz. € 13,95. Vanaf 11 jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden