Met een vrouw in de leiding zit je daar toch niet goed

Op de golven van de vrouwenemancipatie kregen de drie Samen-op-Wegkerken successievelijk de vrouw op hun kansels. Maar in evangelische kring, met toch zo weinig vastgelegde kerkorde, stokt de ontwikkeling. Het woord des Heren blijft er mannenzaak. Niettemin voelen vrouwen dat God ze roept om de gemeente te leiden.

'De gemeente vond het prachtig dat twee mannen aan het baptistenseminarium gingen studeren. Dat ook een zuster meedeed, was een andere zaak. Voor beide broeders werd gebeden, voor mij niet. Dat heb ik heel erg gevonden. Als ik er nu aan denk, kan ik er nog emotioneel van worden'', vertelt Martha Terwel, een van de twee vrouwelijke baptistenvoorgangsters in Nederland. De negentig gemeenten aangesloten bij de baptistenunie kennen zestig mannelijke voorgangers.

Niet alleen haar positie binnen de eigen gemeente was moeizaam, ook een stageplek vinden als vrouw ging niet van een leien dakje. ,,Uiteindelijk kon ik naar Steenwijk, voor mij was dat een bevestiging uit de hemel. Ik werd daar consulente, geen voorganger. Maar ik was wel helemaal hun dominee.''

Tot haar dertigste heeft Terwel de verschillende behandeling van vrouwen en mannen in de kerk bestreden. ,,Ik wilde dingen duidelijk zeggen, maar mensen gaan zich daartegen verzetten. Ze sloten zich af en verdedigden eigen posities. Zo wil ik niet over de kwestie man-vrouw praten. Je kunt elkaar beschieten met bijbelteksten zonder een stap dichter bij elkaar te komen. Door al die jaren heb ik geleerd dat, als ik me rustig, consequent opstel, ik steeds meer uitnodigingen krijg om ergens te preken. Ik probeer mensen te laten vergeten dat ík er sta. Ze moeten luisteren naar wát er gezegd wordt.''

Ze heeft een eigen manier gevonden om het ijs te breken in gemeenten die geen vrouw op de kansel gewend zijn. ,,Ik weet dat het voor hen spannend en misschien moeilijk is. Als ik dat zeg, dan is het net alsof de bijna tastbare spanning wegvloeit.''

Toch zijn de verschillende posities van mannelijke en vrouwelijke voorgangers niet zo gemakkelijk weg te poetsen, vindt Terwel. Zo kreeg ze onlangs een folder van het seminarium met de vraag of ze jonge mensen op de theologische opleiding wilde wijzen. ,,Ik vraag me dan af wat ze daarmee bedoelen. Wees dan eerlijk, zeg dat je mannen wilt. Je moet jonge vrouwen erop wijzen wat hun toekomst is als ze voorgangster willen worden. Zullen ze ooit een werkplek krijgen? Kunnen ze wel in het pensioenfonds? Ik heb dat eens in het unieblad geschreven, maar zo'n discussie bloedt meestal dood. Toch blijf ik het voorgangerschap een prachtig beroep vinden, ik doe het graag. Het is jammer dat jonge vrouwen er niet voor durven kiezen.''

In een aantal baptistengemeenten staan vrouwen wel op de kansel, maar van een beroeping is meestal geen sprake. Dat is voor veel gemeenten een stap te ver. ,,Ik ben wel eens beroepen, maar ik ben niet algemeen beroepbaar. Daarom kan ik niet in het pensioenfonds. Officieel ben ik er dus niet. De gemeente in Zutphen heeft geprobeerd me algemeen te beroepen. De commissie van de uniegemeenschap zei dat dat niet kon met vrouwen. Er is nooit een besluit genomen over vrouwen in dienst. Daardoor konden ze niks met het verzoek. Dat voelt rot. Ik ga al twee jaar niet meer naar de algemene vergadering van de Unie. Ik kan er niet goed meer tegen en loop dan de hele tijd mijn gezicht in een plooi te houden.''

Iemand adviseerde haar om bij de rechter een 'gelijke behandeling' af te dwingen. Maar Terwel ziet dat niet als 'haar weg'. ,,Het kost gewoon tijd om mensen te laten zien dat God man en vrouw kan gebruiken in dit mooie werk. In de gemeente in Zutphen en Den Haag hebben ze gezegd dat ze onder protest aan het pensioenfonds meebetalen. Mochten vrouwen wel in het fonds komen, dan zijn er ook weer mensen die tegen vrouwelijke voorgangers zijn en dus niet willen meebetalen.''

Terwel vindt dat onder de baptisten het emancipatieproces van voorgangsters terugloopt. Volgens haar is het geloof zo in de marge van de samenleving, dat mensen willen houden wat ze hebben. Dat moet veiligheid. Voor een vooruitstrevende zet als een vrouw in dienst te nemen, voelen weinigen meer. ,,Het is tenslotte zeven jaar geleden dat er een nieuwe vrouwelijke voorganger werd beroepen.''

Een vrouw in dienst is voor veel mensen moeilijk te verkroppen, weet Lygia Homout, als ze naar de groei van haar Amsterdamse volle-evangeliegemeente kijkt. Homout heeft veel kritiek moeten verstouwen, is soms teleurgesteld, maar vindt zichzelf nog steeds de juiste persoon om haar gemeente te leiden.

,,Als je als vrouw het overgrote deel van het werk doet terwijl je man de leiding van de kerk is, is dat geen enkel probleem. Anders wordt het als de man er niet is en de vrouw op de voorgrond komt te staan.''

Nederland telt zeshonderd pinkster- en volle-evangeliegemeenten. Van de 104 gemeenten aangesloten bij de broederschap van pinkstergemeenten hebben vijf een vrouwelijke voorganger.

In 1978 begon Homout met een eigen volle-evangeliegemeente. De gemeente groeide, maar verloor ook snel weer een groot aantal gelovigen. Kritiekpunt: een vrouw heeft de leiding. ,,Van anderen kregen gelovigen vaak te horen dat ze hier niet goed zaten. Sommigen begonnen te twijfelen, want iedereen wil toch goed zitten. Twintig jonge mensen hadden gelezen dat de vrouw in de gemeente moest zwijgen. Hoe we ook met ze spraken, ze zeiden: Christus zegt het, want het staat er. Toen gingen ze allemaal weg.''

Ook de samenwerking met andere evangelische gemeenten ging niet soepel. Toenadering werd wel gezocht voor onder meer de gemeente-opbouw. Weer het struikelblok dat een vrouw de touwtjes in handen had, vertelt Homout. ,,Ze vonden dat de samenwerking alleen kon doorgaan als ik aan de kant ging staan. Bij een vergadering keken ze me aan en zeiden: ,,Je bent vrouw, je hebt de leiding en je bent zwart''. Ik heb geluisterd en alleen gezegd dat ze het daarmee moesten doen.''

Op de tafel ligt een grote verweerde bijbel. De teksten van Paulus over de positie van de vrouw heeft ze onderstreept. ,,Die teksten hebben voor zoveel verdriet en afwijzing gezorgd. Terwijl we allemaal kinderen Gods zijn, er is geen onderscheid tussen man en vrouw. Ik hoorde in mijn kamer dat God mijn naam riep en dat ik zijn werk moest doen. Ik heb met de Here een overeenkomst. Ik voel me geroepen. Het gaat erom dat God me accepteert. Als ik straks voor de hemelpoort sta, moet ik dan zeggen: ik ben gestopt omdat ze me niet mochten? Mijn gemeente zelf heeft er geen last van. Ze vinden mij de 'jus' in de kerk.''

In 1985 is ze naar de bijbelschool in Haarlem gegaan. Om bijbels onderlegd te zijn, want een tekort daaraan was een argument tegen haar functioneren.

,,Ik heb geen idee waarom vrouwen in deze kringen zo moeilijk voorgangster kunnen worden. In Suriname kennen we al heel lang vrouwen in dienst. Pinkstergemeenten geloven de bijbel van kaft tot kaft, het volle evangelie. Soms staan er een paar vrouwen als voorgangster op, maar die houden het niet langer dan een half jaar of een jaar vol. Het is een mannencultuur en de druk is zwaar. Maar als je geroepen bent kun je het, ook als vrouw.''

Het aantal gelovigen in de gemeente is eindelijk stabiel. Homout ziet dat als het 'werk van de Heer'. ,,Ik geloof in mezelf dat ik het kan. Tot vijf jaar geleden was er geen andere vrouwelijke voorgangster, er was een totale afwijzing. Ik heb de weg voor hen vrijgemaakt en daarover voel ik me gelukkig. Ze zeggen dat ik de nestor ben van de vrouwen. Toch denk ik dat als er niet zoveel commotie was geweest, de gemeente misschien vijf keer zo groot was.''

Eveline Mahsuo is speciaal, vertelt een van haar trouwe volgelingen. Ze is gedoopt in de Heilige Geest en beschikt over veel gaven, misschien wel alle. Ook de gave van genezing, vertelt de vrouw gedreven. ,,Het is allemaal zo bijzonder, God doet elke keer wat anders. Je moet maar eens naar onze gemeente komen om te zien wat ik bedoel.''

Mahsuo, een kleine Afrikaanse vrouw, komt binnen en gaat op het bed zitten in haar nieuwe woning. De gemeente, de Everlasting Salvation Ministry, is met haar van Hoogeveen naar Dordrecht verhuisd.

,,De mensen in de Everlasting Salvation Ministry waren niet verbaasd dat een vrouw Gods woord bracht. Ze wilden de kracht van God zien en God kan daarvoor mannen en vrouwen gebruiken. Wij zijn discipelen'', vertelt Mahsuo.

Ze lijkt timide, maar als ze vertelt over haar roeping, springt ze op om met veel armgebaar en met stemverheffing haar verhaal te vertellen. ,,In 1986, ik woonde in Liberia, zag ik in een droom Jezus in een groot licht. Hij zei dat hij me zou gaan gebruiken. Pas zeven jaar later gebeurde dat, na weer een droom waarin God zei dat het de tijd voor de gave was. Die tijd had ik als voorbereiding nodig. Ik begon in Afrika te profeteren in de kracht van God. Door de oorlog in het land trok ik in 1996 naar Nederland. Ik predikte in Sneek, Utrecht en Emmeloord. Toen ik een status kreeg, ben ik een gemeente in Hoogeveen begonnen. Daar begon God ook wonderen te doen.''

Weer staat ze op, om haar betoog kracht bij te zetten. Nog even en ook de buren raken overtuigd van de roeping van deze Afrikaanse vrouw.

,,Ik kan mensen door profetie vertellen wat er vroeger met ze is gebeurd of later gaat gebeuren. Zieken bellen me uit Amerika en vanuit Duitsland. Via de telefoon kan ik hen genezen. Mensen raken hun homoseksualiteit kwijt, alleenstaanden vinden een partner.''

Bij haar ontbreekt elke twijfel over haar visie, over Gods stem en haar positie als vrouw binnen de kerk. Radicaal stelt ze dat God haar geroepen heeft. Voor haar is dat het enige wat telt.

,,Ik vind het niet moeilijk om als vrouw Gods woord te brengen. Het is mijn roeping, ik heb het van God gekregen. Mensen zien dat de kracht van God mij gebruikt. En ik denk ook: als God vóór mij is, wie zal tegen mij zijn? Als pastors onderling heb je tenslotte ook hetzelfde doel. Bij een genezing gaat het niet om mij, ik heb de kracht niet zelf. God gebruikt me alleen maar, ik ben een middel.''

Dat mannen en vrouwen haar accepteren omdat ze wonderen doet, ontkent ze. Wonderen veranderen mensen niet, vindt Mahsuo. ,,Het is de aanwezigheid van God. Als ik mensen iets vertel dat heel diep gaat, weten ze dat God spreekt. Dan maakt het niet uit of ik vrouw ben.''

,,In Afrika en ook andere werelddelen, staan steeds meer vrouwen op om te prediken, het is een soort emancipatie. Waarom is dat binnen de kerk niet eerder gebeurd? Ik denk dat God het niet wilde. Sommige dingen hebben tijd nodig. Neem Abraham, die was 75 toen God voor het eerst met hem sprak en hem nageslacht beloofde. Pas toen hij 99 jaar was sprak de Heer weer over die belofte.''

Ondanks haar bevlogenheid heeft ze wel geconstateerd dat vrouwen in veel kerken vaak gezien worden als minderwaardig. Deze houding vindt volgens Mahsuo zijn oorsprong bij Eva, ,,die altijd tweederangs was''. ,,Zij werd als tweede geschapen en zij gaf Adam de fatale vrucht. Die negatieve kijk heeft de kerk generatie na generatie met zich meegedragen. Die denkwijze moet verdwijnen. Dan zullen er meer vrouwen komen die zullen spreken. Maar het blijft natuurlijk een gave.''

Een van de trouwe leden van de gemeente blijft voortdurend heftig knikken bij elk woord dat Mahsuo spreekt. Zo nu en dan mompelt ze 'amen', met een typisch Engelse klank.

Mahsuo: ,,Jezus heeft tegen me gezegd dat ik hem zal volgen tot aan het einde. Dus ik zal niet stoppen. Ik geloof dat deze gemeente de grootste kerk wordt in Nederland, met een vrouw voorin. Tradities moeten worden verbroken, als man en als vrouw kun je God verheerlijken. Als mensen te veel aan tradities vast houden, dan is dat zonde.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden