Met een oprechte bezieling haalt Bronfman meestertitel

Volgende meester in de serie: Krystian Zimerman, 11 mei; 30 mei wederom een debutant: Michael Kieran Harvey.

MISCHA SPEL

Over het programma waarmee Yefim Bronfman zijn opwachting maakte, bestond aanvankelijk nog enige onduidelijkheid. Bronfman, gelauwerd om zijn integrale opnames van de pianosonates van Prokofjev voor het platenlabel Sony, liet zijn stokpaardje van de affiches schrappen. Hij had een beter alternatief: de Nederlandse première van de tweede pianosonate van de Rus Rodion Schedrin.

Schedrin was er zelf voor naar Amsterdam gekomen. Hij prees Bronfmans uitvoering door als eerste op te springen voor een staande ovatie en daalde naar het podium af om de concertgever hartelijk te omhelzen. Ontroerend bescheiden in een kreukelig Oostblokbruin pak, oogstte Schedrin welgemeende bijval van het publiek.

Bronfman bracht Schedrins werk overtuigend en beheerst. Een moeilijk te bereiken doel, want het stuk vraagt behalve athletische techniek ook een fijnzinnig gevoel voor lyriek en frasering. Het derde deel is een pianistische meesterproef. De vereiste combinatie van een vederlicht toucher met de drieste tempo-aanduiding 'zo snel als mogelijk' verlokte Bronfman tot een wervelende virtuositeit. Zodanig zelfs dat hij, na voltooiing van de perpetuum mobile-achtige figuren, bijna zelf van zijn krukje geslingerd werd. Geen symptoom van ijdelheid, wel van oprechte bezieling. Schedrin droeg deze pianosonate weloverwogen aan Bronfman op.

De overige stukken - van Tsjaikovski's 'Dumka' (een lieflijk genre-stuk over het Russisch landleven) tot en met Stravinsky's 'Pétrouchka', leken gekozen met het doel een zo divers mogelijk beeld te schetsen van de debutant. Bij het voorproefje op dit recital dat hij zondagmiddag in de Amsterdamse pianohandel Ypma ten beste gaf, wekte de kracht waarmee hij de 'promenade' van Moesorgsky's 'Schilderijententoonstelling' mokerend inzette enigszins op de lachlust.

In het Concertgebouw bleek echter hoezeer concertpianisten zijn ingesteld op de akoestische karakteristieken van een grote zaal. Op beschaafde voet werd rondgestapt op een kleurrijke tentoonstelling; parelend in de frivole deeltjes, robuust in de zware passages. Op zoveel vingervlug spel, hoe indrukwekkend ook, vormden de lyrische, ontroerende klanken in de 'Trois mouvements de Pétrouchka' van Stravinsky een verademende afwisseling.

En alsof er nog een cirkel rond moest worden gemaakt, klonken Schumanns 'Arabesque', Chopins 'Revolutie-étude' en een deeltje Scarlatti als encores. 'Luister maar, ik speel ook muziek van niet-Russen', leek Bronfman te willen toevoegen. Maar zijn Meesterschap had hij toch al binnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden