Met een nagelschaartje door de uiterwaarden

Meer dan twee miljard euro gaat naar maatregelen die de rivieren meer ruimte voor waterafvoer moeten geven. Maar nu zorgt de opkomende natuur voor stremmingen. Tijd voor 'gladde' uiterwaarden.

Ze zijn de trots van Han Sluiter, ecoloog bij Staatsbosbeheer. Rode Geuzen grazen op de uiterwaarden van de Waal bij Beuningen. Dit nieuw type grazer, een kruising tussen het Brandrode rund en de Franse Salers, staat hoog op de poten en heeft een dikke vacht. "Daarom kan ie goed tegen de kou én is hij beschermd tegen distels en stekelig stuikgewas. Een ideale struiner dus, die de uiterwaarden kort houdt."

Toch kunnen de Rode Geuzen dat niet alleen. Een koe heeft met een net geboren kalfje het ooibos opgezocht dat zich in een laagte heeft kunnen ontwikkelen. Op de plek waar de boer in het verleden niet met de tractor kon komen, zijn wilgen omhoog geschoten en is in twintig jaar tijd dit bos ontstaan. Een prima schuilplek voor moeder en kind, maar een obstakel voor de rivier als die in de winter buiten zijn oevers treedt.

"Als je goed kijkt", zegt Rick Kuggeleijn van Rijkswaterstaat, "zie je dat die moeilijk begaanbare laagte feitelijk een stroomgeul in het winterbed is. Hij is helemaal dichtgegroeid omdat de boer er moeilijk bij kon, maar voor ons is dit juist de plek die belangrijk is voor de afvoer. Daarom wordt het hele bos hier binnenkort gekapt."

"Zulke situaties kom je overal langs de Maas, Rijn, Waal en IJssel tegen." Het is volgens Kuggeleijn tijd dat we uiterwaarden opnieuw gaan 'lezen', en de natuurlijke ontwikkeling daarop gaan aanpassen.

Zeventig kilometer stroomafwaarts in de Sleeuwijkse polder is het Brabants Landschap al begonnen met het verwijderen van rivierbos en struiken om de rivier meer ruimte te geven. Kettingzagen glijden door de stammen, al het hout wordt afgevoerd. "Het Nederlandse rivierengebied zal langzaam maar zeker het Marsman-uiterlijk terugkrijgen", zegt Kuggeleijn, met 'breede rivieren die traag door oneindig laagland gaan'. "We moeten wel, vanwege de veiligheid. Maar de natuur kan er beter van worden, en het landschap ook. De bewoners kijken straks weer uit op de rivier op plekken die volstrekt dichtgegroeid waren."

Na de wateroverlast en bijna-dijkdoorbraken in de begin jaren negentig en de verwachte toename van waterafvoer door het veranderende klimaat, investeert Nederland maar liefst 2,3 miljard euro in het programma 'Ruimte voor de Rivier' van Rijkswaterstaat. Met de dijken ophogen kon niet langer worden volstaan, de rivier moest zich in de winter ook kunnen verbreden om het water af te voeren. De winterdijken werden daarom juist landinwaarts teruggelegd, en er kwamen nevengeulen en waterbergingen. Veel van deze maatregelen werden gecombineerd met natuurontwikkeling. De boeren trokken zich van de uiterwaarden terug, en die ontwikkelden zich tot grote aaneengesloten natuurgebieden met loslopende grazers.

"Het programma 'Ruimte voor de Rivier' is beslist een succesverhaal", zegt Hans Wesseling, de collega van Kuggeleijn. "Door alle ingrepen hebben we het maximale waterpeil met 30 centimeter kunnen verlagen. Maar we zijn er nog niet. De opkomende natuur in het winterbed zorgt voor stremmingen. De dichte ooibossen en struiken werken als een zeef die bij hoogwater langzaam verstopt raakt. Hout, stro en afval gaat tussen de takken zitten, waardoor hele dammen ontstaan." Die natuurlijke opstuwing zorgt weer voor een verhoging van het waterpeil met 10 centimeter, en doet het effect van het miljardenproject Ruimte voor de Rivier voor een groot deel teniet.

Het probleem van die opstuwing is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Aanvankelijk was er slechts begroeiing op plekken waar de boeren niet konden komen, zoals bij het ooibos in Beuningen. Maar door tegenstrijdig beleid nam de verruiging van de uiterwaarden alleen maar toe. Terwijl Rijkswaterstaat zich om de afvoer van water moest bekommeren, schreef het Nederlandse natuurbeleid juist de ontwikkeling van 'natuurvriendelijke' uiterwaarden voor. De boeren trokken weg, en de snelgroeiende wilgen konden hun gang gaan.

Rijkswaterstaat is daarom samen met deze natuurorganisaties en bewoners van het rivierengebied op zoek gegaan naar oplossingen waarin robuuste riviernatuur wordt gecombineerd met veiligheid. "Dat was een cultuuromslag voor ons", zegt Kuggeleijn, "want Rijkswaterstaat is natuurlijk een organisatie van de grote projecten. Maar hier in het rivierengebied is maatwerk nodig, en samenwerking met veel belanghebbenden. Je werkt als het ware in de achtertuin van mensen."

In het kader van het project Stroomlijn heeft Rijkswaterstaat de vegetatie van 1200 kilometer uiterwaarden in kaart gebracht, van Maastricht tot Kampen en Rotterdam. De natuur werd vervolgens op papier onderverdeeld in lage begroeiing tot 0,5 meter, riet en ruigte tot 1,5 meter, struiken en struweel tot 5 meter, en de laatste categorie bestaat uit bos. Rijkswaterstaat gaat de komende jaren zo'n 1400 hectare aanpakken. Daarin wordt 600 hectare bos gekapt, waarvan 150 hectare een beschermde status heeft. Kosten van het project zijn 75 miljoen euro, altijd nog een schijntje vergeleken bij de miljarden van dijkverleggingen.

"Dat rooien van bomen doen we niet rigoureus", zegt Kuggeleijn, "maar door het vooronderzoek kunnen we als het ware met een nagelschaartje door de uiterwaarden. We leveren maatwerk." Bos met een beschermde status krijgt op een andere plek weer kans, al zullen de natuurorganisaties niet hoeven aan te planten. Waar de uiterwaarden met rust worden gelaten, komt de wilg vanzelf op en groeit enorm.

Juist omdat de zachthoutooibossen zo snel groeien, is het eenvoudig de natuur in een paar jaar tijd te 'verleggen' en blijft de ecologische schade beperkt. Wesseling heeft het daarom over de 'herinrichting' van het landschap. "Waar de rivier letterlijk ruimte nodig heeft, krijgt ze die ook. Op de plekken waar luwte is, kan natuur worden ontwikkeld."

"Er ontstaat daardoor een oorspronkelijker landschap, met begroeiing waar de rivier dat toelaat, en op de plekken die winters nodig zijn voor de waterafvoer komen 'gladde uiterwaarden', zoals Rijkswaterstaat die noemt, met bijvoorbeeld stroomdalgrasland. Daarop blijven zandafzettingen liggen en kunnen zelfs duintjes ontstaan."

Wat dat betreft kan er door de ingreep van Rijkswaterstaat zelfs een rijkere natuur ontstaan, met nieuwe geulen en zandruggen, met zowel natte als droge zandgronden. Uit eerdere experimenten blijkt dat rivierzand vol zaden te zitten. Eerst zullen er pioniersplanten opkomen, gevolgd door de kruiden en vegetatie als sikkelhaver, wilde marjolein, kattendoorn, brede ereprijs en bieslook. Die trekken zeldzame libellen, dagvlinders en andere insecten aan, waaraan de vogels zich weer tegoed doen. De roodborsttapuit en de veldleeuwerik die uit het boerenland zijn verdreven, komen straks op de uiterwaarden weer helemaal terug.

In 2016 moeten de uiterwaarden compleet heringericht zijn, en ondervinden de rivieren in de winter minder weerstand. Het hele verhaal kent slechts één 'maar'. Er kan alleen maar gekapt worden tussen de hoogwatertijd en het broedseizoen. En dat is slechts in drie maanden per jaar, in het najaar. De huidige ruiming van groen in de Sleeuwijkse polder is wat dat betreft een meevallertje.

Struinen langs de rivier
Wie de natuur langs de rivieren op een andere manier wil ontdekken en de geasfalteerde dijken grotendeels achter zich wil laten, kan dat uitstekend doen met 'struinroutes'. Momenteel is het mogelijk om langs de Waal te struinen vanaf Slot Loevestein tot aan Druten en van Dodewaard tot Fort Vuren. Vanaf voorjaar 2011 wordt het laatste traject Druten, Beuningen, Slijk-Ewijk en Dodewaard in gebruik genomen. De routes staan beschreven in het boekje 'Struinen langs de Waal', dat voor 7,50 euro is te bestellen via www.uiterwaarde.nl. Het traject van Ewijk naar Nijmegen staat hierin niet beschreven, maar dat is zonder aanwijzingen te lopen.

De rivier volgens Marsman
Denkend aan Holland

zie ik breede rivieren

traag door oneindig

laagland gaan,

rijen ondenkbaar

ijle populieren

als hooge pluimen

aan den einder staan;

en in de geweldige

ruimte verzonken

de boerderijen

verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,

geknotte torens,

kerken en olmen

in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag

en de zon wordt er langzaam

in grijze veelkleurige

dampen gesmoord,

en in alle gewesten

wordt de stem van het water

met zijn eeuwige rampen

gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden