Review

Met een klein open sloepje zocht Shackleton redding voor zijn vertwijfelde bemanning

Natuurlijk is de Noor Roald Amundsen, die op 14 december 1911 als eerste de zuidpool bereikte, de onbetwiste kampioen van de poolreizigers uit het begin van deze eeuw. De Britse kapitein Robert Falcon Scott is nummer twee in de pikorde van de witte hel. Scott bereikte de negentig graden zuiderbreedte luttele dagen na Amundsen, raakte diep teleurgesteld en stierf met zijn vier expeditieleden een heroïsche dood tijdens zijn te trage terugreis door Antarctica.

Maar voor veel fijnproevers die de oude boeken kennen over de Zuidpool-ontdekkingsreizigers blijft een andere Brit het meest geliefd. Ernest Shackleton sjokte heel wat af tussen het ijs, bracht grote stukken van het bevroren continent in kaart, maar haalde nooit de aansprekende records van zijn twee concurrenten. Toch heeft zijn laatste expeditie van 1914 tot 1916 het spannendste en meest krankzinnige verhaal opgeleverd van alle poolreizen die zijn beschreven.

De briljantste mislukking uit de geschiedenis van de poolexpedities, wordt de dooltocht genoemd die Shackleton maakte met 27 man aan boord van het houten zeil-motorschip Endurance. Het verhaal van die reis wordt nog eens naverteld door de Amerikaanse Caroline Alexander. In haar in het Nederlands vertaalde 'De Endurance', maakt ze niet alleen gebruik van Shackletons eigen dagboek, maar vlooide ze ook de reisverslagen door van zijn lotgenoten. Dat maakt haar geschiedenis van deze barre overleving completer en geeft mooi inzicht in de manier waarop de bemanningsleden aankeken tegen hun charismatische expeditieleider van wie ze afhankelijk waren.

De Shackleton-fans, die vooral in de Groot-Brittannië vaak nog steeds hun neus ophalen voor die eigenwijze Scott, kennen het verhaal natuurlijk al uit Shackletons dagboek 'South', dat in de Nederland al in de jaren twintig werd vertaald als 'Mijn Zuidpoolreis'. Toen deze in Ierland geboren Engelsman hoorde dat Amundsen en Scott hem voor waren geweest op de pool, besloot hij een andere uitdaging aan te gaan: een tocht met hondensleeën dwars over Antarctica, van kust tot kust.

Toen zijn Endurance eind 1914 tussen de ijsschotsen de Weddelzee in ploeterde wist het schip echter geen vaste wal te halen. De Shackleton-ploeg vroor vast, moest overwinteren en tot overmaat van ramp kraakten de ijsmassa's het schip tot een partij open-haard hout. De moed niet verliezend zeulden Shackleton en zijn mannen drie gespaarde houten sloepen over het ijs. Ze staken in zee en bereikten in april 1916 één van de noordelijkste eilanden van Antarctica, Olifants eiland. Er bleef één probleem: op die kale rots was niemand om hulp te bieden.

Dus moest Shackleton hulp gaan halen. Zijn bemanning zwaaide hem vertwijfeld uit, toen hij met de vijf sterksten de branding van Olifants eiland weer in stak om met een klein open sloepje, de James Caird, redding te gaan zoeken. Dwars over de koude Zuidelijke Oceaan, waar golven staan zo hoog als kerken, bezeilde Shackleton het eiland Zuid-George, waar een walvisstation was gevestigd. Na een serie zoektochten naar geschikte reddingsschepen in Zuid-Amerika kwam hij uiteindelijk net op tijd terug bij zijn wanhopig wachtende, uitgeputte bemanning op Olifants eiland.

Het is niet alleen het bizarre verloop van deze ijsreis die de geschiedenis van Shackleton zo aansprekend maakt. Hij is ook de man die het in tegenstelling tot Scott niet moest hebben van tucht en discipline, maar van charisma en improvisatievermogen. Scott, de oud-marineofficier die in zijn dagboek schreef als een gentleman te sterven voor het Britse rijk, tegenover Shackleton de koopvaardijman die nooit tot het uiterste gaatje wilde gaan om zijn expeditieleden te sparen. Al scheelde het tijdens zijn laatste reis weinig.

Poolreizigers uit die tijd moesten een deel van de expeditiekosten zien te verdienen met lezingen. De stugge Amundsen was niet erg bedreven in dit soort public-relations werk. De Noor trok het lezingencircuit rond met wat schamele ingekleurde zelf gemaakte glazen plaatjes die in toverlantaarns werden geschoven. Scott en Shackleton deden dat handiger met fraaie foto's, die door meegereisde professionele fotografen waren gemaakt. Scott's fotograaf was H. G. Ponting, die de wereld van het ijs vastlegde in films en op fraaie zwartwit platen.

In het boek van Caroline Alexander worden daar de foto's tegenover gezet van de Australiër Frank Hurley, die op de Endurance aan boord was en ook op Olifants eiland moest wachten. Een nieuwe klap voor de Scott-fanclub: de foto's van Hurley zijn minstens zo fraai als die van de beroemde Ponting.

Een deel van Hurley's foto's was al afgedrukt in het dagboek van Shackleton, in dit nieuwe boek staat nog niet eerder gepubliceerd materiaal. Het zijn wonderbaarlijke beelden, gemaakt aan de hand van plaatnegatieven die in zware blikken dozen maandenlang over het ijs werden gezeuld. Foto's uit een tijd dat je nog niet mobiel kon bellen vanaf Antartcica, zoals Ronald Naar nu doet tijdens zijn oversteek van het continent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden