Reportage

Met een kater in de kerk

Urkse jongeren in de kroeg. Beeld Herman Engbers

Urk op zaterdagavond. Jongeren stappen, de drank vloeit. Kan dat, orthodox-protestantse jongeren die feesten en zuipen? Jazeker, en zondag zitten ze in de kerk. Trouw stapte een avond mee.

Johanna (21) en Jannie (20) zijn er nog niet uit. Stevig doorfietsend wegen ze de voor- en nadelen te- gen elkaar af. Als ze morgenochtend naar de kerk gaan, hoeven ze 's middags niet meer. Aan de andere kant; de middagdienst is vaak leuker. "Om kwart voor vijf begint de Opwekkingsdienst. De liederen die we dan zingen zijn veel swingender en de preek duurt niet zo lang", vertelt Johanna.

Fokke (22), Johanna's vriendje, kan de twee maar net bijhouden. Plotseling trapt Jannie op de rem. "Shit! We zijn de wodka vergeten!" Fokke voelt de bui al hangen. Zuchtend: "Wachten jullie hier maar. Ik ga wel." De dames knikken en verplaatsen hun fietsen naar de zijkant van de weg. Groepjes leeftijdsgenoten fietsen slingerend voorbij, met flessen drank in plastic tasjes aan het stuur.

Een eigen 'box'
Het is zaterdagavond óp Urk, niet 'in': beginnersfout van iedereen van buitenaf. Volgens de traditie komen de Urker jongeren samen in de tientallen illegale cafés op het industrieterrein. Later op de avond verplaatsen ze zich naar een van de acht cafés in het oude dorp. Veel vriendengroepen beschikken over een 'box': een als café ingerichte, en vaak zelf getimmerde, ruimte, binnen in een van de opslagplaatsen op het bedrijventerrein.

Jannie duwt de deur van de box open. Op de bar staan flessen Passoa en whisky, een aantal shotglaasjes en een halflege fles Berenburg. Die is voor de 'speatjes': cola met Berenburg, een typisch Urks mixdrankje. Jannie, Fokke en Johanna worden uitgebreid omhelsd. Met een zwierig gebaar zet Johanna de wodkafles op de bar. "Shotjes!", roept een blond meisje in een houthakkersblouse. Een goedlachse jongen in een overhemd met dezelfde print laat zich dit geen tweede keer zeggen. Hij stalt vijftien shotglaasjes uit op een lage tafel.

Het zou een doorsnee avond uit worden, dachten Johanna en Jannie. Eentje waarbij de drank zoals gewoonlijk rijkelijk zou vloeien en iedereen dronken ('as un stroaljager') in bed zou belanden. Maar met een nieuwsgierige verslaggever erbij, loopt het allemaal net even anders. Er worden wantrouwende blikken geworpen en bijna niemand wil met zijn of haar achternaam in de krant, uit angst te worden herkend.

'Willem Soa'
Er worden ook opvallend weinig speatjes gedronken, valt Marretje (21) op. Niet zo gek, vindt ze. "We kennen elkaar allemaal op Urk. Stel, iemand misdraagt zich vanavond. Als mensen dat later teruggelezen, weet iedereen over wie het gaat." Fokke die naast haar staat, beaamt dit. "Zo kun je aan een bijnaam komen waar je niet blij mee bent. Ik ken bijvoorbeeld iemand die nu voor altijd 'Willem Soa' heet. Hij heeft járen geleden iets gehad met een meisje dat een soa had. We noemen hem nog steeds zo."

Het wordt drukker in de box. Boven de harde muziek uit schreeuwend, proberen vijf meisjes in een kringetje met elkaar te praten. In de hoek, op een barkruk, zit een innig verstrengeld stel. "Dat zijn kalletjes; vriendje en vriendinnetje", legt Jannie uit. Gevolgd door Johanna loopt ze de box uit en rent ze een trap op. "Kijk, je kunt naar dit zoldertje gaan als je met een jongen wilt." Ze giechelen. "Wij doen dat niet, hoor. Maar ik heb gehoord dat het wel eens gebeurt in die boot daar", zegt Jannie wijzend op een klein zeilbootje in de hoek.

"We gaan!" Onderaan de trap staan Klaas (20) en Riekelt (23), twee broers, met de jassen al aan. Jannie en Johanna spurten naar beneden waar de rest van de groep staat te wachten. Lallend maken ze hun fietsen los waarna ze zigzaggend het industrieterrein afrijden. Voor de deur van een box even verderop wordt gevochten. Riekelt en Klaas fietsen nu traag achter de groep aan. Klaas knikt met zijn hoofd in de richting van de box. "Rare gasten daar. Die gebruiken vaak drugs. Dat gebeurt veel in de illegale cafés hier." Zelf houdt hij het liever bij bier.

''Ik drink niet meer zoveel omdat het uit de hand liep''
In café 'Het Haventje', de laatste stop van de avond na een bezoek aan cafés 'de Wabu' en 'Polder Inn', vertelt Klaas dat hij zijn alcoholgebruik aan het minderen is. "Ik drink sinds twee maanden niet meer zoveel omdat het even echt uit de hand liep. Ik dronk rustig twaalf bier, vijf rum-cola en vier zwarte wodka op een avond. De volgende ochtend, in de kerk, voelde ik me toch schuldig. Als je al ging!" Zijn broer is hem bijgevallen. "We mogen van onze ouders zelf bepalen of we 's ochtends of 's middags naar de kerk gaan. Maar ze willen wel graag dat we gaan. Anders zijn ze teleurgesteld", vertelt Riekelt. Hij neemt een slok van zijn bier. "Gelukkig hebben we nooit last van een kater. Zit in de genen."

Dat geldt niet voor Johannes (21), die wat later is aangeschoven. "Nu doe ik dat niet meer, maar twee jaar terug had ik wat foute vrienden met wie ik altijd drugs gebruikte op zaterdagavond. Coke vooral, geen pillen. Die zijn voor mensen met weinig geld", legt hij uit. "Maar élke zondagochtend stond ik vroeg op om naar de kerk te gaan met mijn brakke kop. Als goedmakertje. Soms rookte ik tijdens het douchen een joint en voelde ik me daarna weer beter. Die preken zijn trouwens een stuk interessanter wanneer je high bent." Grinnikend: "Ach, het komt met iedereen uiteindelijk wel weer goed. De meeste jongens komen op het rechte pad zodra ze een vriendin krijgen. Dat wil iedereen natuurlijk gewoon; een leuke vrouw, een huis en kinderen."

Zonden kwijtgescholden
Wie gaat er morgenochtend naar de kerk, is de vraag zodra de lichten in het café aanspringen. Acht handen schieten in de lucht, waaronder die van Jannie en Johanna. "Alleen voor de zegen zeker", lacht Marie Korf (24). Zelf gaat ze niet. Ze studeert in Zwolle en is lang niet elk weekend meer in haar geboortedorp. Ze vertelt dat ze een paar vrienden heeft die de kerkdienst vooral uitzitten voor de zegen van de dominee aan het einde. "Dan zijn hun zonden van de vorige avond kwijtgescholden en kunnen ze met een gerust hart weer naar huis."

Ondanks het nachtelijke enthousiasme is de volgende ochtend nog niemand aan het ontbijt verschenen bij Johanna thuis. Wel ontvangt ze rond negen uur een zevental smsjes: verslapen, te moe, kater. "We gaan bijna allemaal naar een andere kerk maar verzamelen daarvoor vaak bij mij", vertelt Johanna. Haar vader, Meindert, heeft voor een uitgebreid ontbijt gezorgd. Hij neemt een hap van zijn broodje ei. Glimlachend kijkt hij naar zijn nog wat slaperige dochter. "Hoelang heb je geslapen? Uurtje of drie?" Hij schenkt de koffie in. "Deden wij vroeger ook. 's Avonds zuipen, 's ochtends naar de kerk, en daarna de kroeg in. Hoort erbij."

In de afgeladen Bethelkerk, zoekt Johanna naar bekende gezichten. "Dat is een collega van Jannie", zegt ze met een knikje in de richting van een jongen met stekelhaar. Zijn hoofd houdt hij in zijn armen, die op de rugleuning van de kerkbank voor hem steunen. Halverwege de preek maakt hij een kokhalzende beweging. "Zware nacht gehad", fluistert Johanna. Dan zingt ze zachtjes mee met de ruim zeshonderd medekerkgangers ('red slechts onze ziele, uit zond' en dood').

Na afloop ontmoet Johanna haar vriendin Jannie voor een kop koffie. "Was leuk hè, gisteravond?" Johanna knikt. "Jij gaat vanmiddag naar de dienst, toch? Ik denk dat ik met je meega."

Klaas, Riekelt en Fokke heten in werkelijkheid anders.

Even ontsnappen aan de plattelandscultuur
"Jongeren binnen orthodox-christelijke gemeentes laten hun oren niet zo hangen naar kerk, school of gezin. De contacten met vrienden en het beeld dat media schetsen van 'jong zijn' zijn voor hen aantrekkelijker en belangrijker", legt José Baars uit. Volgens de onderzoeker naar de bevindelijk gereformeerde jongerencultuur, liggen nog twee factoren ten grondslag aan het soms losbandige gedrag van jongeren binnen kleine en gelovige gemeentes als Urk. "Het is de plattelandscultuur waaraan ze op een bepaald moment willen ontsnappen", vertelt Baars. Voor even dan.

"De periode waarin ze zich te buiten gaan aan drank, en soms ook drugs, duurt vaak een jaar of vijf en begint in de puberteit. Zodra ze gaan settelen, keert veelal de rust weer terug. Deze wilde jaren lijken vaak zelfs nodig om vervolgens weer 'te landen' en terug te keren naar het geloof. Hun ouders hebben vaak een soortgelijke periode doorgemaakt en staan het gedrag stilzwijgend toe."

Feesten is niet fout
Wat vinden ze zelf? Verenigt hun zo nu en dan losbandige gedrag zich eigenlijk wel met het geloof? Jannie: "Ik denk niet dat het fout is om te drinken en te feesten. Dat deden ze vroeger ook hoor! Zolang je het maar met mate doet. Maar als ik na een avond uit in bed lig, en alles draait, ga ik de volgende ochtend niet naar de kerk. Ik vind het niet netjes om met een brak hoofd in het huis van God te zitten. Dat kan niet tegenover de dominee." Daar is Johanna het mee eens. "Ik zorg altijd dat ik niet te veel drink. Dat vind ik respectloos naar God toe. Ik zou me anders ook echt heel schuldig tegenover Hem voelen."

 
Die preken zijn een stuk interessanter wanneer je high bent
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden