Review

Met een groen lijf, zo denkt hij, zou het leven kinderspel zijn

J. Bernlef: Alfabet op de rug gezien. Poëzievertalingen. Querido, Amsterdam; geb., 213 blz. - ¿ 35.

J. Bernlef, die vorig jaar de prijs kreeg voor zijn poëzie, heeft het geld gestoken in een fraai verzorgde, maar dus ook spotgoedkope bloemlezing uit alle ooit door hem vertaalde poëzie, 'Alfabet op de rug gezien'.

Het is niet de luie onderneming geworden die zoiets op het eerste gezicht lijkt; integendeel, Bernlef heeft in feite de geschiedenis willen schrijven van zijn ontdekkingen in de buitenlandse poëzie. Dat de door hem gekozen en vertaalde dichters ook door hem herkende dichters zijn, kan iedereen merken die op de hoogte is van Bernlefs eigen poëzie.

Vertalen heeft toch altijd iets in zich van toeëigenen. Van Bernlefs vertalingen kan wel gezegd worden dat ze een uitbreiding zijn van zijn eigen werk en een commentaar erop. In de korte inleidingen die aan elke dichter voorafgaan, staat ook meestal met zoveel woorden wat de vertaler in diens werk apprecieert. William Carlos Williams bijvoorbeeld schreef “notities die de vluchtigheid van het dagelijks leven wilden betrappen (. . .). Maar juist het schetsmatige karakter van veel van die korte, compacte gedichten, als de blikken van een reiziger uit een voortrazende trein, bewonderde ik; dat scherpe oor voor dagelijks spraakgebruik, de pogingen de spontaniteit ervan in gedichten vast te leggen.” Dit is Bernlef die via het werk van Williams over zichzelf spreekt.

Nog in een ander opzicht is dit geen gemakzuchtig samengestelde bundel: alle vertalingen zijn herzien, vaak zelfs grondig hernomen en in de gevallen dat ik de nieuwe vertaling heb vergeleken met de eerdere versie, is me gebleken dat ze enorm aan helderheid en precisie hebben gewonnen.

De helft van de dichters in deze bundel bestaat uit Amerikanen. “Toen ik zo rond 1954 zelf poëzie begon te schrijven was het literaire klimaat op een vanzelfsprekende manier internationaal. Wat mij van meet af aan in de Amerikaanse dichters beviel was de zorgeloosheid waarmee zij de meest ongelijksoortige elementen binnen hun poëzie een plaats gaven, hun belangstelling voor het alledaagse. Er bestond in hun poëzie geen duidelijke scheidslijn tussen kunst en wat men de werkelijkheid noemt.”

Vandaar de vertalingen van Marianne Moore, Elizabeth Bishop, William Carlos Williams, Richard Wilbur, Weldon Kees en John Ashbery. De laatste, hoewel geboren in 1927, is een betrekkelijk recente 'ontdekking' van Bernlef. Ook Ashbery doet in zijn poëzie iets dat aansluit bij wat Bernlef in zijn eigen gedichten nastreeft: hij probeert “het menselijk denken in statu nascendi weer te geven, te betrappen op het moment dat het nog niet de bedding van een gedachte of redenering gevonden heeft”.

De bloemlezing bevat ongeveer zestig procent van alle poëzievertalingen die Bernlef ooit gemaakt heeft. Opvallend is dat Francis Ponge ontbreekt, maar dat zal wel te maken hebben met het bestaan van mooie Ponge-vertalingen door Piet Meeuse. De bundel begint chronologisch met vertalingen die gemaakt zijn voor Barbarber (1958-1972), het tijdschrift dat lichtvoetigheid voorstond en waarin dus de teksten of gedichten van Eric Satie, Raymond Radiquet en Hans Arp welkom waren. Van de laatste is:

Met een groen lijf

De stad en alles daarin is groen. Binnen de kortste keren worden reizigers die deze stad bezoeken groen. Velen komen uit verre landen aangesneld om groen te worden. Enkelen brengen hun paarden en honden mee opdat ook zij groen zullen worden. Alle bewoners van deze stad op enkele uitzonderingen na zijn grasgroen en benijden de paar die al groen als dennebomen zijn. Slechts één bewoner van deze stad wordt niet groen. Wat zou hij er niet voor geven om groen te worden! Volgaarne zou hij dagelijks kleiner en kleiner worden als hij maar groen was. Hij lijdt er verschrikkelijk onder en verkeert in een uiterst opgewonden toestand. Uit jaloezie slaat hij zachte groene planten kapot. Hij is ontroostbaar omdat hij niet groen is. Met een groen lijf zo denkt hij zou het leven kinderspel zijn.

Nog in de Barbarber-tijd komen er de grote Amerikaanse dichters Moore, Bishop en Williams bij. Van de eerste twee stelde Bernlef eerder al vertaalde bloemlezingen samen, 'Een veldmuis in Versailles' en 'Een wonder als ontbijt'. Het zijn alle drie overrompelende dichters, die eigenlijk geen aanbeveling behoeven (maar dat komt natuurlijk ten dele door de animerende aandacht die Bernlef aan hun werk heeft besteed). De titel van een van Bernlefs dichtbundels, 'De kunst van het verliezen', is van Bishop afkomstig.

Vier Zweedse dichters zijn vertegenwoordigd: Nils Ferlin, Carl Fredrik Reuterswürd, Lars Gustafsson en Tomas Tranströmer. Al eerder publiceerde Bernlef een vertaalde bloemlezing uit Gustafssons werk, 'De stilte van de wereld voor Bach', waardoor deze beeldend-filosofische dichter een grote reputatie in Nederland geniet. Een van zijn mooiste gedichten is het titelgedicht:

Er moet een wereld bestaan hebben voor de Triosonate in D, een wereld voor de Partita in a mineur, maar hoe zag die wereld eruit? Een Europa van grote lege vertrekken zonder weerklank, overal onwetende instrumenten waar Musikalisches Opfer en Das Wohltemperierte Klavier nooit over een claviatuur waren gegaan. Eenzaam gelegen kerken waar de sopraanstem uit de Johannes-Passion zich nimmer in hulpeloze liefde had geslingerd rond de mildere windingen van de fluit, weidse zachtmoedige landschappen waar alleen oude houthakkers met hun bijlen te horen zijn, het gezonde geluid van sterke honden in de winter

en - als een slingerklok - schaatsen klauwend in glansijs; zwaluwen zwermend in de zomerlucht, schelp waar het kind aan luistert en nergens Bach, nergens Bach, schaatsstilte van de wereld voor Bach.

De andere Zweedse dichter, Tranströmer, heeft Bernlef integraal vertaald in 'Het wilde plein' (1992). Deze vertaalde verzamelbundel maakte Tranströmer hier op slag bekend, er werd enthousiast op gereageerd en uit alles blijkt dat hij, net als destijds Pessoa en De Andrade in de vertaling van August Willemsen, uit het hoofd van de Nederlandse poëzieliefhebber niet meer is weg te denken. Voor deze bloemlezing heeft Bernlef zijn favoriete gedichten uit het werk van Gustafsson en Tranströmer gekozen.

Resteren nog vertalingen van gedichten van Robert Bly, een Amerikaan op wie Bernlef werd gewezen door Tranströmer, en van de Duitse dichter Peter Huchel, die Bernlef werd aangeraden door Michael Hamburger. Zo gaan die dingen, iemand moet je soms op iets attent maken. Ook 'Alfabet op de rug gezien' - titel van een gedicht van Kurt Schwitters - zal zo'n functie vervullen: men kan door dit boek dichters ontdekken die vervolgens onvergetelijk zullen blijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden