Met een gerust hart nieuwe kleren kopen kan nog niet

Eerlijke kleding | Bedrijven die in Nederland een derde van alle kleding verkopen, beloven de arbeidsomstandigheden voor textielwerkers te verbeteren. Maar wie controleert dat? Mensenrechtenorganisaties zijn sceptisch.

Vijftig Nederlandse kledingmerken kregen gisteren felicitaties van de trotse minister van ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen. De bedrijven, waaronder Hema, C&A en Wehkamp, hadden hun handtekening gezet onder een convenant waarin zij beloven de arbeidsomstandigheden van textielwerkers in Bangladesh en andere lageloonlanden te verbeteren.

Nu hebben kledingbedrijven al eerder beloofd meer te doen voor de Bengaalse naaisters. Dat roept dus de vraag op of dit akkoord echt iets zal veranderen voor de arbeiders.

Drie jaar geleden stortte in Savar, een stad in Bangladesh, de textielfabriek Rana Plaza in en bedolf 1100 medewerkers onder het puin. Het was een keerpunt in de manier waarop westerse kledingbedrijven hun kleren lieten maken. Althans, op papier, zo zeggen critici.

Bedrijven tekenden in 2013 het Bangladesh Akkoord. De afspraken in het nieuwe convenant gaan volgens Ploumen echter verder en zijn ook breder dan die eerdere afspraken, die alleen voor de naaiateliers in Bangladesh golden.

Schone Kleren Campagne heeft het convenant niet ondertekend. De organisatie strijdt tegen uitbuiting van arbeiders in lageloonlanden en vindt de plannen niet concreet genoeg: afspraken over leefbaar loon en controles ontbreken. Ploumen hoopt dat de stichting zich later alsnog aansluit. Dat hoopt ze ook voor ondernemingen als H&M en Primark die beiden hun handtekening nog niet hebben gezet.

In het akkoord beloven de bedrijven - waaronder ook Costes, Bijenkorf, G-Star, Wibra en Zeeman - kinderarbeid, gedwongen arbeid, onveilige werkplekken en milieuvervuiling aan te pakken. Werknemers moeten vrij zijn zich bij een vakbond aan te sluiten.

De bedrijven die hun handtekening hebben gezet, vertegenwoordigen ongeveer 35 procent van de kleding- en textielmarkt in Nederland. Hoewel Ploumen streeft naar 80 procent van de kledingmerken in vijf jaar, is het de vraag hoeveel dit convenant daadwerkelijk gaat betekenen voor arbeiders op de werkvloer in productielanden als Bangladesh, India en Pakistan.

Mensenrechtenorganisaties zijn sceptisch. Net als Anannya Bhattacharjee, directeur van de Indiase organisatie Society for Labour & Development die opkomt voor werknemers in de kledingindustrie. Volgens haar is er nauwelijks iets veranderd na Rana Plaza. De kledingindustrie in India breekt alle arbeidswetten. Mensen verdienen minder dan het minimumloon en hebben vaak korte onzekere contracten. "Multinationals weten wat er speelt maar doen er weinig aan." Volgens Bhattacharjee verdient een werknemer in de kledingindustrie in India gemiddeld omgerekend zo'n 100 euro per maand, terwijl het minimumloon rond 250 euro ligt. "Arbeiders kunnen nauwelijks eten", zegt ze. In India werken naar schatting 35 miljoen mensen in de kledingindustrie.

Convenanten zoals die gisteren zijn ondertekend, helpen alleen als zij bindend zijn, als vakbonden aanschuiven en vooral als er controle van buitenaf komt, stelt Bhattacharjee. "We zien in veel landen dit soort contracten, maar een sector die zichzelf controleert verandert niet."

Controle, dat is ook volgens Tara Scally van Schone Kleren Campagne het probleem. Wie controleert de gegevens die de bedrijven aanleveren? Dat onderdeel ontbreekt in het convenant. Wordt het de sector zelf, vraagt Scally zich af.

Ook hoogleraar international business-society management Rob van Tulder van de Erasmus Universiteit in Rotterdam hamert op het belang van gedetailleerde afspraken over de controles. "Het convenant is immers tot stand gekomen nadat er behoorlijk wat dingen mis gingen", zegt hij.

Marc Estourgie, directeur van C&A en een van de ondertekenaars, vindt de afspraken over controles wel concreet genoeg. Volgens hem is het convenant vooral bedoeld om misstanden te voorkomen. C&A heeft al op alle punten uit het convenant 'zijn huiswerk gedaan', zegt de directeur. Hij denkt dat zijn bedrijf vooral kennis kan uitwisselen met bedrijven 'die daar minder ervaring in hebben'.

Ploumen wil vier inspecteurs aanstellen om steekproeven te houden bij de bedrijven. Tara Scally van Schone Kleren Campagne vindt dit wat weinig voor vijftig bedrijven. Ook is ze geschokt door het ontbreken van geld om de plannen uit te voeren.

vijftig bedrijven ondertekenen het convenant

Zo'n vijftig bedrijven uit de Nederlandse textiel- en kledingsector zetten vandaag in Den Haag hun handtekening onder het convenant Duurzame Kleding en Textiel. Het gaat onder andere om C&A, Wehkamp, Zeeman, Wibra, Hema, Coolcat, MS Mode, America Today, Miss Etam, Hunkemöller, Prënatal, Steps, WE Fashion, O'Neill, De Bijenkorf, Sting, Costes, G-Star, Claudia Sträter, Expresso, Vanilia, Summum Women, Manderley, Okimono, Essenza, Lampe Technical Textiles, Schijvens Corporate Fashion, Jolo, BizNiz Confectie, HAVEP, Groenendijk, Men at Work.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden