Met een echo van je kind naar school

In de grote steden is het vaak een chaos: de strijd om een plek op de meest geliefde basisscholen. Sommige steden stellen er paal en perk aan. 'Nu geldt vaak het recht van degenen die het slimst met de regels omgaat.'

Een 'jungle', noemt de ene ouder het. Een ander spreekt van 'wildwesttaferelen'. Dat is misschien een beetje overdreven, maar inderdaad, ouders in de grote steden moeten zich soms in vreemde bochten wringen om hun kind geplaatst te krijgen op een basisschool die zij geschikt vinden. Soms schrijven zij hun kind voor de zekerheid op vier of vijf scholen in. Of ze melden zich al voordat hun kind geboren is. Maar niet altijd met succes.

Neem Roos Schlikker. Zij woont in hartje Amsterdam. Toen haar zoontje net twee was, schreef zij hem in op een goed bekend staande openbare school, vlak om de hoek. "Dat is geregeld", dacht ze. Maar dat valt tegen, want nu haar zoon bijna vier is, heeft Schlikker te horen gekregen dat er geen plek voor hem is. "Er waren maar zes plekken voor 33 kinderen. Hij staat nummer negen op de wachtlijst."

Is dat erg? Ja, zegt Schlikker. Want op zoek naar een andere school verdwaalde zij in een woud aan regels, die soms per stadsdeel en per schoolbestuur verschillen. Andere scholen in de buurt zijn ook al vol, en scholen wat verder weg geven voorrang aan kinderen uit hun eigen buurt of hebben andere voorrangsregels met hetzelfde effect: voor Schlikkers zoontje is geen plaats.

Op één school na. Maar die is katholiek en doet het volgens cijfers van de inspectie nogal matig. "Het beeld dat dit een probleem is van elitaire ouders die hun kind per se op een witte school willen, klopt niet", zegt Schlikker. "Ik hoef echt niet het beste van het beste voor mijn kind, maar wel gewoon een redelijk goede school."

Amsterdam is nog niet zover, maar in een aantal andere steden zijn inmiddels voor alle scholen geldende regels opgesteld die de chaos moeten beteugelen. Den Haag kondigde beging deze maand zulke regels aan. Daar mogen ouders hun kind voortaan slechts op één basisschool aanmelden. En dat kan pas als hun kind één jaar oud is: op dat tijdstip krijgen zij een gezamenlijke brief van de gemeente en de schoolbesturen waarmee ze zich bij een school kunnen melden.

"Het belangrijkste wat we willen bereiken, is dat alle ouders een zelfde kans hebben om hun kind op de school van hun eerste voorkeur te krijgen", zegt de Haagse wethouders onderwijs Ingrid van Engelshoven. "Nu geldt het recht van degenen die het slimst met de regels omgaat. Ouders denken: hoe sneller, hoe beter. Soms melden ze zich letterlijk met een echo van hun nog ongeboren kind. Andere ouders wachten tot ze weten wat voor kind ze hebben en welk soort school bij hem of haar past. Op de populairste scholen vissen zulke ouders vaak achter het net, omdat die scholen dan al vol zitten."

Niet onbelangrijk is dat Den Haag door de nieuwe regels beter zicht krijgt op de vraag naar onderwijs. Doordat ouders hun kind vaak op meerdere scholen aanmeldden, wist tot nu toe niemand precies wat de wachtlijsten waard waren.

Wat uitdrukkelijk géén doelstelling is van de nieuwe Haagse regels, is dat die ervoor zorgen dat zwarte en witte scholen meer gemengd worden - zoals in onder meer Deventer en Nijmegen wel de bedoeling is van gemeentelijke procedures. "Het is waardevol als kinderen naar een school in hun eigen buurt gaan, al was het maar vanwege de betrokkenheid van de ouders bij school", zegt Van Engelshoven. "Maar deze regels dwingen dat niet af. Wij hechten aan de vrije schoolkeuze, het blijft aan ouders om te kiezen."

Dat laatste is ook het uitgangspunt van het Nijmeegse beleid, dat al sinds 2010 van kracht is. Maar daar blijft het in Nijmegen niet bij. Ouders moeten een eerlijke kans krijgen op de school van hun voorkeur, dat vindt men in Nijmegen ook. Maar daarnaast streven gemeente en schoolbesturen er ook naar dat kinderen in hun eigen buurt naar school gaan én dat scholen gemengder worden. "We willen bereiken dat sommige scholen niet meer bewust voorbijgelopen worden en dat scholen een afspiegeling van de wijk zijn", heette het destijds in Nijmeegse beleidsstukken.

Hét middel om die verschillende doelstellingen te bereiken is een procedure waarbij ouders, als ze hun kind opgeven, meteen drie scholen in de buurt voorgeschoteld krijgen waar ze met hun kind terechtkunnen. Daarna mogen ze nog steeds een school buiten de buurt kiezen, maar daar hebben deze kinderen dan geen voorrang.

Ruim een jaar geleden bleek al dat deze aanpak nog niet meteen tot grote verschuivingen leidde. Toch is directeur-bestuurder Rini Braat van de Sint Josephscholen, een van de twee grote schoolbesturen in Nijmegen, heel tevreden. "De kwaliteit van de schoolkeuze is verbeterd. Ouders lopen niet meer vanzelfsprekend sommige scholen voorbij, ze oriënteren zich beter."

Dat vertaalt zich her en der al in de aanmeldingscijfers. Maar, waarschuwt Braat, zorgen voor gemengde scholen is geen zaak van de besturen alleen. Ook wat er verder in de buurt gebeurt, heeft invloed.

Braat verwijst naar een school die tot voor kort volledig zwart was en nu 'the place to be'. "Dat komt voor een deel omdat de wijk waarin die school staat gesaneerd is. Er woont nu deels een ander soort ouders. De school was altijd al goed, maar dankzij de nieuwe aanmeldprocedure hebben die ouders dat ook ontdekt."

"Het verbaast me", besluit Braat, "dat Nijmegen nog geen navolging heeft gekregen van andere steden." En dat is een opmerking die in Amsterdam misschien nog weerklank krijgt. Want ook de hoofdstad wil met ingang van 2014 centrale gemeentelijke regels invoeren voor de aanmelding op de basisschool. En anders dan in Den Haag wil Amsterdam daarbij ook streven naar meer gemengde scholen.

De tijd is er rijp voor, legt onderwijswethouder Pieter Hilhorst uit. Zijn voorganger Lodewijk Asscher, nu minister, hield zich vooral bezig met de kwaliteit van basisscholen: zolang die niet overal in orde was, hadden andere maatregelen niet veel zin. Inmiddels is het aantal zwakke scholen in de hoofdstad sterk gedaald, en nu is het tijd voor een volgende stap.

"Kwaliteit staat nog steeds voorop", zegt Hilhorst. "Maar het gaat er ook om de schaarste aan plekken eerlijk te verdelen. Alleen, hoe ontstaat die schaarste? Die heeft twee oorzaken: scholen zijn soms niet goed genoeg én sommige scholen zijn onaantrekkelijk doordat hun leerlingenpopulatie te eenzijdig is. Die drie zaken - schaarste, kwaliteit en populatie - moeten we in samenhang aanpakken."

Of het probleem van Roos Schlikker daarmee opgelost gaat worden, is nog maar de vraag. "Er zijn in de binnenstad van Amsterdam gewoon te weinig plekken op basisscholen, onder meer omdat vanwege de crisis mensen met kinderen minder vaak naar elders zijn verhuisd", zegt Schlikker. "Maar dat had men best kunnen zien aankomen."

De Sjors-en-Sjimmie-aanpak
Pieter Hilhorst, de nieuwe onderwijswethouder van Amsterdam, was dat niet de man van ...? Jazeker, dat was de man die een paar jaar geleden bijna alle Amsterdamse schoolbesturen om de tafel kreeg om te praten over een aanpak om zwarte en witte scholen meer gemengd te krijgen.

De Sjors-en-Sjimmie-aanpak werd Hilhorsts' methode wel genoemd. Witte ouders die tegelijk met hun eigen kind ook een allochtoon kind aanmelden, krijgen daarin voorrang boven anderen. Zo worden populaire witte scholen vanzelf gemengd. Maar in de praktijk bleken schoolbesturen nauwelijks bereid deze methode toe te passen.

Gaat het Hilhorst nu als wethouder wel lukken? Het zal zeker niet de kern van zijn aanpak worden, zegt hij, maar misschien wel een onderdeel ervan. Maar volgens hoogleraar onderwijsrecht Miek Laemers wordt dat nog lastig: de Sjors-en-Sjimmie-aanpak maakt onderscheid naar ras of nationaliteit, en dat is juridisch gezien erg ingewikkeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden