Met een driemaster van Europa naar Amerika

Wie regelmatig met de trein uit Utrecht het Amsterdamse Centraal Station binnenrijdt ziet rechts uit het raampje hoe snel het havengezicht aan het IJ de laatste tijd veranderd is. Veel oude pakhuizen zijn gesloopt, de nieuwe passagiersterminal staat eenzaam te pronken op een kale vlakte. Oude stoomschepen als de Gelria of de Tjisaroea zijn uit beeld verdwenen, evenals de masten van de barken en schoeners die Jacob Olie rond de eeuwwisseling fotografeerde.

Er is nog slechts één uitzondering: de driemaster Europa. Die ligt er sinds oktober stil bij, als een laatste herinnering aan de zeilvaart uit het verleden. Maar het verleden maakt zich op voor beweging. Tot 8 april ligt de Europa er nog. Dan kiest het 55 meter lange en 33 meter hoge schip van Harry Smit het ruime sop om pas 24 augustus in Amsterdam terug te keren. In de tussentijd doet het vierkant getuigde schip mee aan de belangrijke wedstrijd voor oude zeilschepen, de Tall ships 2000 race.

De race, zo vertelt kapitein Klass Gaastra, begint op 16 april in het Engelse Southampton, houdt vervolgens halt in Cadiz waar enkele Italiaanse en Spaanse schepen zich bij de vloot voegen en vandaar begint de werkelijke wedstrijd, waarbij de vijftig deelnemende tallships uit de hele wereld uitmaken wie het snelst via Bermuda de Amerikaanse oostkust bereikt. Via Charleston, Wilmington en New York (waar de schepen rond de vierde juli, Onafhankelijkheidsdag, het groots opgezette Sail 2000 opsieren) vaart men door naar Boston en Halifax, om daarna koers te zetten naar Amsterdam waar de Nederlandse liefhebber de vloot met onder meer de Amerigo Vespucci en de Kruzenstern met volle tuigage zelf kan bewonderen.

Aan de vooravond van de race wrijft Gaastra in zijn handen. Hij heeft er zin in. ,,Ik heb te lang aan de wal gezeten'', zegt hij. ,,Normaal vaar ik ook nog voor Wijsmuller maar nu heb ik me zo op de voorbereidingen van de race geworpen, dat ik sinds oktober geen zee meer heb gezien.'' Het kinkt een beetje als de openingstune van Melville's beroemde roman Moby Dick, waarin de verteller Ismaël bekent dat hij als hij te lang op het droge leeft en merkt dat hij de doodskisten in de winkeletalages begint te zien, het tijd wordt weer eens het zeegat uit te gaan. En zo is het ook. Gaastra: ,,Het leuke van zo'n reis is niet alleen het zeilen zelf maar ook het sociale leven aan boord. Want alleen kun je niet varen. En met z'n tweeën -hij verwijst naar medekapitein Robert Vos- ook niet. Het aardige van dit soort grotere zeiltochten vind ik om te zien hoe een vreemde en vaak onervaren bemanning onderweg tot een eenheid wordt. Want behalve twaalf professionele zeilers is deze bark vooral bedoeld om juist een jonge en onervaren bemanning op te leiden tot een volwaardig zeevarend volkje. Kijk, als je je inschrijft voor een van de etappes van de race als deze en je betaalt honderd dollar per dag, dan ben je nooit verplicht iets te doen. Maar het is wel het leukste. Dat je in het tuig klimt, leert navigeren of meehelpt soppen of brood bakken in de kombuis. Daar gebeurt het.''

Een soort Big Brother aan boord eigenlijk? ,,Ja maar dan met dit verschil dat er in Big Brother tweespalt en wantrouwen gezaaid wordt met het oog op een afvalrace, terwijl er hier één gemeenschappelijk doel is, namelijk om het schip veilig aan de overkant te brengen en iedereen een zo aangenaam mogelijk avontuur te bezorgen.''

Volgt een lofzang op de Europa. Het schip werd in 1987 door Smit gekocht en opgeknapt. Nadat hij zich jaren had beziggehouden met de exploitatie van een deel van de bruine vloot die voer rond het IJsselmeer en de Wadden, koos hij met de Europa voor het grotere avontuur. De Europa, die in 1911 in Hamburg werd gebouwd als lichtschip op de Elbe, werd voorzien van de meest geavanceerde apparatuur en van comfort (er zijn 2x2, 6x4 en 4x6-persoonshutten met eigen douche en toilet; er is een ruim dekhuis en een prachtige scheepsbibliotheek met internet aan boord), maar werd nooit ontzield. Nooit werd het een geautomatiseerd cruiseschip in de vorm van een bark, nee het bleef een echt zeilschip. Gaastra: ,,Wij zeilen op de traditionele manier. We moeten zelf het werk doen en werken niet met rolsystemen of liertjes. Mensen die met ons meezeilen krijgen niet alleen het idee op een tallship te varen, maar varen het schip echt zelf. We varen ook niet automatisch van de ene haven naar de andere, maar variëren de routes vaak. Afhankelijk van de windrichting gaan we soms naar Schotland in plaats van de Kanaaleilanden of andersom.'' Trots: ,,De Europa is niet alleen een mooi maar ook een sterk en veilig schip. Zo varen we na de 2000 Race in het najaar naar Antarctica. Dat kan de Europa aan. Ze is ervoor gebouwd kun je wel zeggen, de Elbe lag vroeger ook vaak dicht.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden