Met een dandy en een commando in een stad zonder ziel

Nee, ik had er al niet naar uitgekeken: acht uur vliegen, en terug, voor een wedstrijd tegen de nummer 142 van de wereld met die enorm hardleerse spelers en trainers van ons.

Het werd me nog zwaarder te moede bij de eerste beelden van de aankomst van de spelers voor het hotel in Noordwijk. Eentje stond de pers te woord in een camouflagepak, inclusief pet in krijgskleuren. De verdwaalde commando bleek Elia te zijn, een toch al 28-jarige speler die bij Feyenoord aan zijn zevende club is begonnen.

Vorige maand was Depay in Noordwijk binnengekomen met een excentrieke sjaal om en een hoed op - als een reïncarnatie van Louis Couperus, al heeft hij daar zelf natuurlijk geen benul van gehad.

Depay had bij Manchester United op dat moment in de Engelse competitie nog geen doelpunt gemaakt, nu eentje. In de EK-kwalificatiereeks heeft hij nog niet één keer gescoord.

Jongensgedoe, waarover oude mannen zich niet moeten opwinden? Gekkigheid die los moet worden gezien van het voetbal en van hun voetbal? Nee, wie zich in gevechtstenue kleedt of in de outfit van een dandy als een voetbalteam zich moet verzamelen, toont dat hij zichzelf centraal stelt - en dat hij alle gevoel voor verhoudingen op voorhand kwijt is.

Kijk op de jeugdvelden en zie hoe het egocentrisme om zich heen grijpt bij jongens die weinig anders meer zien en denken dat je zo moet aanvallen als deze commando en Louis Couperus dat doen.

Nadat we dinsdag aan de rand van het trainingsveld in Katwijk met Wesley Sneijder hadden staan praten, hoorden we dat Depay de schrijvende pers niet te woord had willen staan. Volslagen idioot, natuurlijk.

Hij is erop aangesproken en donderdag, in Astana, schoof hij met frisse tegenzin aan bij het Algemeen Dagblad, twaalf voor de verslaggever tergende minuten lang. Geen comments, had hij soms gezegd. Eén citaat: "Het zou een enorme teleurstelling zijn als we er niet bij zijn, maar ook daar wil ik het niet over hebben."

Ik zat donderdag een half uur aan een tafeltje met Daley Blind: een goeie jongen, en zo zijn er natuurlijk meer. Maar Sneijder sprak niet voor niets over een generatiekloof en het kindse van Playstation - en hij had voor zijn psychoanalyse volgens de logica van de Utrechtse straat weinig aanmoediging nodig.

Sneijder noemde de namen van de internationals, toen hij bij Oranje kwam: Jaap Stam, Frank de Boer, Phillip Cocu, Clarence Seedorf, Edgar Davids - elke naam een mokerslag. Je wist het natuurlijk, maar zo'n opsomming wrijft het erin hoe het ooit is geweest, en daar was het Sneijder met zijn boerenverstand om te doen. Als hij het bij twee namen had gelaten, was het al duidelijk genoeg geweest, maar dat deed hij niet.

"Vul het zelf maar in", zei hij na de vijfde naam.

Ze speelden met elkaar, in 1998, het mooiste voetbal in de moderne Oranje-geschiedenis én ze leden met elkaar de mooiste nederlaag, op 1 september 2001, toen in Dublin de weg naar - jawel - de play-offs en het WK 2002 werd afgesneden. Om nooit te vergeten: Louis van Gaal die de controle volledig kwijt was, Stam die als een dolle over het veld denderde, overal en nergens heen, het doelpunt van Jason McAteer, de korte broek van de Ierse coach Mick McCarthy.

En natuurlijk het stadion, het oude Lansdowne Road, authentiek voetbalkerkhof.

Met de dandy en de commando in zijn midden is Oranje nu beland in een hol glimmende stad zonder ziel. "Sciencefiction", zei Sneijder, die er kort geleden al was. Daar zal hij niet van houden.

Hij niet, maar het moet zo zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden