Met duim en wijsvinger

Ook de doden kun je wraken. Meer dan vijf uur lang hadden we geluisterd naar de inmiddels overleden Helmut Leonhardt, de Keulse politieman die in 1942 in het SS-kamp Trawniki in Oost-Polen belandde en daar vanachter een bureau het personenregister bijhield. Rechter Alt las diens verklaringen voor, afgelegd tijdens een verhoor in mei 1987.

De naam Demjanjuk zei Leonhardt niets, er waren af en aan in totaal vijfduizend Sovjetkrijgsgevangenen in dit kamp tot bewaker opgeleid. Maar wel hield hij het voor mogelijk dat het hem getoonde identiteitsbewijs met de naam Demjanjuk erop echt was: die meende hij te herkennen aan de hand van de ondertekeningen van kampcommandant Streibel en van Teufel, de man belast met de uitgifte van uitrustingen.

Gisteren diende Demjanjuks verdediger Ulrich Busch, na de lange leessessie een wrakingsverzoek in: in zijn ogen kon Leonhardts verklaring niet als bewijs worden opgenomen, omdat diens verklaring vals was. In 1973, dus veertien jaar eerder, had Leonhardt in het proces tegen Streibel nog verklaard dat dergelijke identiteitsbewijzen voor bewakers hem niet bekend waren, en ook Streibel zelf had, net als andere SS-medewerkers van Trawniki, hun bestaan ontkend. Dat Leonhardt nu iets anders beweerde, was niets anders dan een opzetje van de Israëlische officier van justitie Horowitz, die bezig was Demjanjuk veroordeeld te krijgen. En Leonhardt zelf werd niet vervolgd. Karl Streibel werd destijds overigens vrijgesproken omdat niet kon worden aangetoond dat hij wist voor welke diensten de kampbewakers in Trawniki werden opgeleid.

Deden de Oekraïners in SS-dienst meer dan alleen bewakingsopgaven? De rechter las voor uit een verhoor van Jacob Alfred Ittner, nog een gestorvene, een verhoor uit 1962. Hij werkte drie maanden in Sobibor, eerst als boekhouder, later als opzichter bij het graven van de grote kuilen voor de lijken in Lager 3, het deel van het kamp waar de vergassingen plaatsvonden.

Ittner schildert een gebeurtenis waarbij kampcommandant Stangl hem op een dag aansprak. „Hier is een jodin die haar man wil zien”, zei Stangl, „Breng haar naar Lager 3.” Achter haar rug maakte hij met rechterduim en wijsvinger een gebaar om haar dood te schieten. Ittner bracht de vrouw uit Chelm, die zich gewoon bij de hoofdingang had gemeld op zoek naar haar man, naar Lager 3. Daar droeg hij haar over aan een Oekraïense bewaker. „Breng haar naar haar man”, zei hij. Even later hoorde hij een schot. Stangl kwam kort daarop naar hem toe. „Was jij dat?”, vroeg Stangl, verwijzend naar het schot. „Nee, ik droeg haar over aan een Oekraïner”, antwoordde Ittner. „Lafbek”, zei Stangl. Hoe de Oekraïner heette, wist Ittner niet meer.

Ittner was een aangeklaagde die zichzelf probeerde vrij te pleiten. Maar het was niet zonder betekenis dat de rechter in München deze passage voorlas. Niemand weet of Demjanjuk ooit zelf een trekker overhaalde. Maar als hij in Sobibor was, was hij medeplichtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden